Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Serumcholesterol
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken

Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van een ongunstig cholesterol?

Verhoogd LDL-cholesterol belangrijke risicofactor voor coronaire hartziekten

Een te hoge bloedwaarde voor het LDL-cholesterol is een belangrijke oorzaak van coronaire hartziekten. Een verhoogd LDL-cholesterol hangt ook samen met een hoger risico op enkele andere aandoeningen (zie tabel 1), maar wordt niet beschouwd als een risicofactor voor deze ziekten omdat niet afdoende bewezen is dat het om een oorzakelijk verband gaat.

In grootschalig onderzoek wordt vaak volstaan met de bepaling van het totaal cholesterol (alle cholesteroldeeltjes samen, waaronder LDL-cholesterol en HDL-cholesterol) als indicatie voor het LDL-cholesterolgehalte. De relatieve risico's voor de relatie tussen het totaal cholesterolgehalte in het bloed en coronaire hartziekten zijn vrij universeel: hoe hoger het totaal cholesterolgehalte, hoe hoger het risico op coronaire hartziekten. Een afname van de bloedwaarde voor totaal cholesterol met 1% leidt tot een daling van 2 tot 3% in de sterfte aan coronaire hartziekten

(Law et al., 1994).

Combinatie van factoren bepaalt het individuele risico op coronaire hartziekte

Het daadwerkelijke risico voor een individu op het krijgen van een coronaire hartziekte wordt vooral bepaald door een combinatie van de volgende risicofactoren, die samen het zogenoemde risicoprofiel vormen (CBO, 2006):

  • LDL-cholesterolgehalte
  • HDL-cholesterolgehalte
  • bloeddruk
  • het hebben van hart- en vaatziekten of diabetes
  • leeftijd
  • geslacht

Hoe meer factoren in combinatie vóórkomen hoe hoger het risico op een coronaire hartziekte. Het risico is sterk verhoogd wanneer een verlaagd gehalte van het beschermende HDL-cholesterol voorkomt in combinatie met een verhoogd LDL-cholesterol of een verhoogd gehalte aan triglyceriden (zie: factsheet 'Cholesterol en hart- en vaatziekten').

Risicoprofiel bepalend voor medicatiekeuze

De CBO-richtlijn geeft aan bij wie het risico dusdanig verhoogd is (volgens het risicoprofiel) dat zij in aanmerking komen voor medicamenteuze behandeling van het cholesterolgehalte met statines (CBO, 2006).

Het gebruik van de cholesterolverlagende statines kan de bloedwaarde voor totaal cholesterol 30 tot 60% verlagen (LaRosa et al., 1999). Een verlaging van het LDL-cholesterol van 1 mmol per liter vermindert het risico op coronaire hartziekten met circa 25% en het risico op beroerte met circa 17% (CTT Collaborators, 2005). Momenteel onderzoekt men het effect van een combinatiepil, waarin naast een statine een extra stof is opgenomen die het LDL-cholesterol op een andere manier kan verlagen. De eerste resultaten bij mensen met familiaire hypercholesterolemie laten zien dat bij gebruikers van de combinatiepil wel een sterkere daling van het LDL-cholesterol optreedt dan bij statine-gebruikers, maar geen sterkere remming van het proces van atherosclerose (Kastelein et al., 2008).

Bijdrage van ongunstig cholesterol aan totale ziektelast is relatief klein

Van de totale ziektelast in Nederland (uitgedrukt in DALY's) is 2,7% toe te schrijven aan verhoogde bloedwaarden voor LDL-cholesterol (gemeten als totaal cholesterol). Daarmee is voor cholesterol de bijdrage aan de totale ziektelast relatief klein vergeleken met die van verhoogde bloeddruk (7,8%) en overgewicht (9,7%).

Tabel 1: Ziekten die vaker voorkomen bij mensen met ongunstige bloedwaarden voor cholesterol dan bij mensen met normale bloedwaarden voor cholesterol (volgens voldoende bewezen verbanden). Waar mogelijk is de ziektekans uitgedrukt in het relatieve risico, ofwel RR a, en is apart voor mannen en vrouwen weergegeven. Deze tabel is gebaseerd op het Chronische Ziekten Model (versie 21-10-2005), tenzij anders aangegeven in de voetnoten.

ziekten waarvoor een ongunstig cholesterol een risicofactor is

kans op ziekte

opmerkingen

mannen

vrouwen

coronaire hartziekten

1,1 - 11,8

1,1 - 10,9

RR toenemend met cholesterolgehalte en afnemend met leeftijd (bij mannen en vrouwen)

ziekten die vaker voorkomen bij mensen met ongunstig cholesterol

dementie b (vasculaire dementie, en mogelijk Alzheimer)

gezichtsstoornissenb (verband loopt via atherosclerose)

a De RR-schatting varieert met de leeftijd tussen de aangegeven ranges. Een relatief risico van 11,8 wil zeggen dat voor mensen met een ongunstig cholesterol de kans op de ziekte circa 11,8 keer zo groot is als de kans voor mensen met normale bloedwaarden voor cholesterol.

b De conclusie over dit verband is gebaseerd op literatuur, die te vinden is bij de betreffende ziekte (via de hyperlink)

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • CBO, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg. Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement 2006. Utrech: CBO,2006.
  • CTT, Cholesterol Treatment Trialists' Collaborators.Efficacy and safety of cholesterol-lowering treatment: prospective meta-analysis of data from 90.056 participants in 14 randomised trials of statins. Lancet, 2005; 366: 1267-78.
  • Kastelein JJP, Akdim F, Stroes ESG, Zwinderman AH, Bots ML, Stalenhoef AFH.Simvastatin with or without Ezetimibe in Familial Hypercholesterolemia;. N Engl J Med, 2008; 358(14): 1431-43.
  • LaRosa JC, He J, Vupputuri S.Effect of statins on risk of coronary disease. A meta-analysis of randomized controlled trials. JAMA 1999; 282: 2340-2346.
  • Law MR, Wald NJ, Thompson SG.By how much and how quickly does reduction in serum cholesterol concentration lower risk of ischaemic heart disease? BMJ, 1994; 308(6925): 367-72.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CBO
Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO (voorheen: Centraal Begeleidingsorgaan voor de Intercollegiale Toetsing)
URL: http://www.cbo.nl
DALY
Disability-Adjusted Life-Year
Maat voor ziektelast ('burden of disease') in een populatie (uitgedrukt in tijd); opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). In deze maat komen drie belangrijke aspecten van de volksgezondheid terug, te weten 'kwantiteit' (levensduur) en 'kwaliteit' van leven, en het aantal personen dat een effect ondervindt.
LDL-cholesterol
Low density lipoprotein cholesterol
Lage-dichtheid-lipoproteinen ('slechte cholesterol'): deeltjes die het cholesterol vervoeren naar de weefsels.

Definities

Atherosclerose
Een vernauwing van de slagaders als gevolg van plaquevorming en trombusvorming. Een plaque is een verdikking van de bloedvatwand, bestaande uit een brij van witte-bloedcellen, gladde spiercellen, bloedplaatjes, bindweefsel, calcium (kalk) en vetten zoals cholesterol. Bij beschadiging van de plaque kunnen bloedplaatjes aanhechten en kunnen stolsels ontstaan (trombi). Deze kunnen het bloedvat ter plekke afsluiten. De gevolgen van deze bloedvatvernauwing (herseninfarct, hartinfarct, angina pectoris, perifeer vaatlijden) worden ook vaak tot het begrip atherosclerose gerekend.
Risicoprofiel
De mate waarin iemand ongunstig scoort op een combinatie van een aantal factoren bepaalt de hoogte van het risico op coronaire hartziekten. Het gaat om de volgende factoren: totaal cholesterol, HDL-cholesterol, bloeddruk, leeftijd, geslacht, rookgedrag en het hebben van bepaalde ziekten (hart- en vaatziekte of diabetes).
Triglyceriden
Vetachtige stoffen in het bloed, waarvan een te hoge bloedwaarde in combinatie met ongunstige cholesterolwaarden het risico op hart- en vaatziekten verhoogt.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.