Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Lichaamsgewicht
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken

Wat zijn de mogelijke oorzaken van overgewicht en ondergewicht?

Overgewicht Ondergewicht

Overgewicht

Meerdere oorzaken voor toename in gewicht

Gewichtstoename heeft meestal meerdere oorzaken. Voor de factoren die een relatief grote bijdrage leveren aan een toename in gewicht, geeft tabel 1 een opsomming.

Tabel 1: Factoren die samenhangen met overgewicht.

Factoren die samenhangen met overgewicht

  • Te hoge energie-inname via de voeding
  • Te weinig lichamelijke activiteit
  • Psychosociale factoren en emoties
  • Sociale en fysieke omgeving
  • Genetische aanleg

Energiebalans van voeding en bewegen bepaalt het gewicht

Overgewicht is het resultaat van een verstoorde energiebalans. De energiebalans is in evenwicht als het lichaam evenveel energie verbruikt door lichamelijke activiteit, als dat het aan energie opneemt via de voeding (Ocké & Kromhout, 2004). De consumptie van voeding met een hoge energiedichtheid, ofwel rijk aan vet of suiker en arm aan vezels, suikerhoudende drank en het eten van grote porties verhogen de energie-inname (Branca et al., 2007). Zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpVoeding en Icoon interne verwijzing naar onderwerpLichamelijke activiteit.

Psychische en sociale factoren hebben invloed op overgewicht

Er komt steeds meer bewijs voor de invloed van psychische en sociale factoren op het ontstaan van overgewicht. Het gaat dan bijvoorbeeld over persoonlijkheidskenmerken of over meningen over iemands gedrag en de gevolgen daarvan (attitudes). Daarnaast spelen bij het eten emoties een belangrijke rol. Zo zijn er verschillende typen eters te onderscheiden, waaronder emotie-eters en externe eters (Van Strien et al., 2009). Emotie-eters laten hun voedingsgewoonten sterk beïnvloeden door stemmingen. Sommigen eten meer om zichzelf beter of gelukkiger te voelen, anderen juist minder. Bij externe eters spelen emoties geen rol. Zij eten vooral als ze eten zien. De voortdurende beschikbaarheid van voeding, ‘de obesogene samenleving’, maakt het juist voor deze externe eters zeer moeilijke om controle over het eigen eetgedrag te houden (Jansen et al., 2009). Helaas bestaan er alleen cross-sectionele verbanden tussen overgewicht en psychosociale gezondheid, waardoor onbekend is of psychosociale problemen de oorzaak of het gevolg zijn (Hoeymans et al., 2010).

Sociale en fysieke omgeving ook van belang

Steeds meer wordt de invloed van de sociale en fysieke omgeving op de toename in overgewicht onderkend (Brug, 2007; Dagevos & Munnichs, 2007; Katan, 2009). Zo nam overgewicht toe in een samenleving die uitnodigt tot veel eten en weinig bewegen, de zogenoemde obesogene samenleving. Aanpassingen in die omgeving kunnen leiden tot gezonder eetgedrag. Bijvoorbeeld: kleinere portiegrootten en een ruimer aanbod en lagere prijzen voor gezonde voeding (Van der Horst et al., 2007; Giskes et al., 2007; Steenhuis & Vermeer, 2008). Daarnaast is de sociale omgeving van belang. Zo zijn de meningen van vrienden van invloed op het uiteindelijke eet- of beweeggedrag (sociale norm). Ook sociale steun is van direct belang voor dit gedrag. Om bijvoorbeeld meer te bewegen is voor kinderen de steun van hun ouders belangrijk. Voor volwassenen gaat het er om dat zij iemand hebben om samen mee te bewegen (Ferreira et al., 2007; Wendel-Vos et al., 2007b).

Genetische aanleg speelt een rol bij (ernstig) overgewicht

Ongeveer 30-70% van de verschillen in lichaamsgewicht tussen personen is erfelijk bepaald (Van den Berg et al., 2007). Voor een klein deel (1-5%) zijn dit zeldzame syndromen met een duidelijk genetische basis. Verder spelen genetische factoren vooral een rol bij de vorming van vetweefsel en bij het reguleren van het honger- en verzadigingsgevoel (Newell et al., 2007). Dit laatste is direct van invloed op het eetgedrag. Hoe de interactie tussen gen en omgeving precies de gezondheid beïnvloedt, is nog grotendeels onbekend. Genetische aspecten verklaren weliswaar deels de aanleg om dik te worden en individuele verschillen hierin, maar zij spelen nauwelijks een rol in de verklaring van de toename in (ernstig) overgewicht van de afgelopen decennia. Ons genetisch materiaal is namelijk de afgelopen eeuw weinig veranderd. Interacties tussen voeding en genetica hebben echter ook invloed op het ontstaan van overgewicht. Hierbij hoeft niet het DNA te veranderen, maar kunnen modificaties in de DNA-structuur optreden (epigenetische factoren). Hoewel de kennis over deze complexe processen nog in de kinderschoenen staat, zijn het waarschijnlijk deze interacties tussen (epi)genetica en voeding die een deel van de trend in overgewicht verklaren (Hoeymans et al., 2010). Zie ook: Icoon interne verwijzing naar onderwerpGenetische factoren.

Mogelijk minder kans op overgewicht door borstvoeding

Kinderen die zes maanden gevoed zijn met borstvoeding hebben minder kans op het krijgen van overgewicht op 3- tot 10-jarige leeftijd (Arenz et al., 2004). Het is nog niet duidelijk of dit effect (uitsluitend) aan borstvoeding is toe te schrijven of dat (ook) andere achterliggende factoren hierbij een rol spelen.


Ondergewicht

Ondergewicht is het gevolg van een negatieve energiebalans

Terwijl er bij overgewicht sprake is van een positieve energiebalans, is ondergewicht het gevolg van een negatieve energiebalans. Deze disbalans ontstaat als de voedselinname te laag is voor het energiegebruik. Dit kan bijvoorbeeld ontstaan door een te streng dieet, maar ook door te intensieve sportbeoefening.

Oorzaken verminderde voedselinname

In ontwikkelingslanden is de beperkte beschikbaarheid van voedsel de belangrijkste oorzaak van ondergewicht. In Nederland zijn vooral de volgende oorzaken van belang:

  • Verminderde eetlust. Dit kan het gevolg zijn van stress, ziekte, lichamelijke problemen of een psychische stoornis, zoals depressie of dementie. Het kan ook het gevolg zijn van misselijkheid (als bijwerking van medicijnen). Bij een lage voedselinname door ouderen in verzorgingshuizen spelen meerdere oorzaken een rol.
  • Moeite met eten. Door allerlei oorzaken kan voedselinname pijn of ongemak veroorzaken. Zo kunnen kauw- en slikproblemen optreden door een operatie in de mond of de slokdarm.
  • Verstoorde stofwisseling. Door ziekten aan de maag of de darmen kan het lichaam niet voldoende voedsel verwerken.
  • Extreem lijnen. Als mensen lange tijd bewust veel te weinig eten, bijvoorbeeld om af te vallen, kan dit uiteindelijk leiden tot ondervoeding. Dit is het geval bij de eetstoornis anorexia nervosa. Er zijn aanwijzingen dat ondergewicht vaker voorkomt bij topsporters in sporten waarbij een laag gewicht een belangrijke rol speelt (bijvoorbeeld door vereiste gewichtsklassen of door esthetische normen) (Torstveit et al., 2008).

Genetische factoren spelen ook een rol bij ondergewicht

Uit verschillende studies blijkt dat er een verband bestaat tussen lichaamssamenstelling en erfelijkheid. Ook is er een genetisch verband gevonden tussen de lichaamssamenstelling en de eetlust, en ook tussen de lichaamssamenstelling en het energieverbruik. Magere mensen voelen zich in het algemeen minder aangetrokken tot voedsel en zijn meestal meer actief.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Arenz S, Ruckerl R, Koletzko B, Von Kries R.Breast-feeding and childhood obesity - a systematic review. Int J Obes Relat Metab Disord, 2004; 28(10): 1247-56.
  • Berg SW van den, Dolle MET, Boer JMA. Genetic contribution to obesity: a literature review. RIVM-rapport nr. 350020005. Bilthoven,2007.
  • Branca F, Nikogosian H, Lobstein T (eds.).The challenge of obesity in the WHO European Region and the strategies for response. Copenhagen: WHO Regional Office for Europe, 2007.
  • Brug J.Overgewicht als maatschappelijk en wetenschappelijk vraagstuk. In: Dagevos H & Munnichs G. De obesogene samenleving. Maatschappelijke perspectieven op overgewicht. Amsterdam: Amsterdam University Press 2007.
  • Dagevos H, Munnichs G (red.).De obesogene samenleving. Maatschappelijke perspectieven op overgewicht. Amsterdam: University Press, 2007.
  • Ferreira I, Horst K van der, Wendel-Vos W, Kremers S, Lenthe FJ van, Brug J.Environmental correlates of physical activity in youth - a review and update. Obesity Reviews, 2007; 8(2): 129-54.
  • Giskes K, Kamphuis CB, van Lenthe FJ, Kremers S, Droomers M, Brug J.A systematic review of associations between environmental factors, energy and fat intakes among adults: is there evidence for environments that encourage obesogenic dietary intakes? Public Health Nutr 2007; 10: 1005-17
  • Hoeymans N, Melse JM, Schoemaker CG (red.). Gezondheid en determinanten. Deelrapport van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2010 Van gezond naar beter. RIVM-rapport nr. 270061006. Bilthoven: RIVM,2010.
  • Jansen A, Nederkoorn C, Roefs A, Martijn C, Havermans R, Mulkens S.Waarom obesitas in de GGZ behandeld moet worden. GZ-psychologie, 2009; 2(december): 38-44.
  • Katan MB.Weight-loss diets for the prevention and treatment of obesity. N Engl J Med, 2009; 360: 923-24.
  • Newell A, Zlot A, Silvey K, Arail K.Addressing the obesity epidemic: a genomics perspective. Prev Chronic Dis., 2007 ; 4(2): A31.
  • Ocké MC, Kromhout D. Voeding in relatie tot gezondheid en ziekte. In: Ons eten gemeten. Gezonde voeding en veilig voedsel in Nederland. RIVM-rapport nr. 270555007. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum,2004.
  • Steenhuis I, Vermeer W.Hoe meer, hoe beter? Portiegrootte legt gewicht in de schaal. Voeding nu, 2008; 12: 20-22.
  • Strien T van, Herman CP, Verheijden MW.Eating style, overeating, and overweight in a representative Dutch sample. Does external eating play a role? Appetite, 2009; 52: 380-7.
  • Torstveit MK, Rosenvinge JH, Sundgot-Borgen J.Prevalence of eating disorders and the predictive power of risk models in female elite athletes: a controlled study. Scand J Med and Science in Sports, 2008; 18: 108-118.
  • Van der Horst K, Oenema A, Ferreira I, Wendel-Vos W, Giskes K, van Lenthe F, Brug J.A systematic review of environmental correlates of obesity-related dietary behaviors in youth. Health Educ Res 2007; 22(2): 203-26
  • Wendel-Vos W, Droomers M, Kremers S, Brug J, van Lenthe F.Potential environmental determinants of physical activity in adults: a systematic review. Obes Rev 2007b; 8(5): 425-40

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

DNA
Desoxyribo nucleic acid
Desoxyribonucleïnezuur. De drager van erfelijke informatie in alle bekende organismen.
Overgewicht
Body Mass Index (BMI) >= 25 kg/m2

Definities

Ondergewicht
Body Mass Index (BMI) < 18,5 kg/m2
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.