Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Lichaamsgewicht
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken

Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van overgewicht en ondergewicht?

Overgewicht Ondergewicht

Overgewicht

Overgewicht hangt samen met tal van ziekten

Overgewicht en ernstig overgewicht kunnen leiden tot verschillende ziekten en aandoeningen (zie tabel 1). Het risico wordt groter naarmate de Body Mass Index (BMI) of de buikomvang toeneemt. Volwassenen met een BMI hoger dan 30 hebben 5-12 keer zoveel kans op diabetes mellitus type 2, en een 2-4 keer zo hoge kans op hartziekten en een aantal vormen van kanker, dan volwassenen met een normaal gewicht (Van Kreijl et al., 2004). Daarbij is de hoeveelheid buikvet, gemeten met de buikomvang, de belangrijkste risicofactor voor het optreden van diabetes mellitus type 2 en hart- en vaatziekten. Het gaat dan vooral om het vet aanwezig in de buikholte, rondom en in de organen ( Gezondheidsraad, 2003a, CBO, 2007b). Recent is geschat dat ongeveer één op de zeven gevallen van hart- en vaatziekten in Nederland toegeschreven kan worden aan overgewicht (Van Dis et al., 2009). Andere aandoeningen die in verband staan met (ernstig) overgewicht zijn: aandoeningen van het bewegingsstelsel, aandoeningen van de ademhalingswegen en onvruchtbaarheid (Gezondheidsraad, 2003a). Voor mensen met klachten aan het bewegingsstelsel hangt (ernstig) overgewicht bovendien samen met het erger worden van de symptomen en het optreden van lichamelijke beperkingen (Visscher et al., 2003).

Overgewicht heeft ook invloed op psychische gezondheid

Mensen met overgewicht lopen meer risico op psychosociale problemen, stigmatisering en discriminatie (Stunkard & Wadden, 1992). Mensen met ernstig overgewicht hebben bijvoorbeeld vaker angststoornissen of een depressie (Jansen et al., 2008; Scott et al., 2008). Het is niet duidelijk of het hebben van overgewicht hier een oorzaak of een gevolg van is. Zo kan overgewicht bij mensen met een depressie het gevolg zijn van gewichtsverhogende effecten van antidepressiva (Ouwens et al., 2009). Dikke kinderen hebben ook vaak te maken met stigmatisering, vooral de meisjes (Tang-Péronard & Heitmann, 2008). Hierdoor hebben zij meer kans op een lagere zelfwaardering en daarmee samenhangende psychosociale problemen, zoals eenzaamheid, verdriet en gespannenheid (Strauss, 2000). Tieners met ernstig overgewicht zitten slechter in hun vel en hebben vaker suïcidegedachten (Van Wijnen et al., 2009). Ook hier zijn oorzaak en gevolg onduidelijk. Het kan zijn dat zij door hun sombere gevoelens meer zijn gaan eten, waardoor ernstig overgewicht juist het gevolg is en niet de oorzaak (Van Strien et al., 2009).

Overgewicht bij kinderen leidt nu en later tot gezondheidsproblemen

Kinderen met (ernstig) overgewicht hebben meer kans op gezondheidsproblemen, zowel op jonge als op latere leeftijd. Zo hebben zij een grote kans op glucose-intolerantie en diabetes mellitus type 2. Kinderen met ernstig overgewicht lopen op latere leeftijd meer risico op hart- en vaatziekten. Wanneer iemand al vanaf jonge leeftijd overgewicht heeft, zijn de gezondheidsgevolgen op latere leeftijd extra groot. Er zijn aanwijzingen dat de duur van overgewicht een extra risico betekent voor bijvoorbeeld het ontwikkelen van diabetes mellitus type 2 (Kemper et al., 1999).

Tabel 1: Ziekten en aandoeningen waarvoor (ernstig) overgewicht een risicofactor vormt (Gezondheidsraad, 2003a, Van Wijnen et al., 2009).

Ziekten en aandoeningen die samenhangen met (ernstig) overgewicht

Mensen met ernstig overgewicht hebben lagere levensverwachting

Mensen met ernstig overgewicht zullen gemiddeld genomen eerder overlijden dan mensen met een normaal gewicht. Kunnen mensen zonder ernstig overgewicht die niet roken, gemiddeld verwachten 83,7 jaar te worden, voor mensen met ernstig overgewicht is dit ruim 3 jaar minder (80,4 jaar) (Hoeymans et al., 2010). Daarbij zullen zij meer jaren in ongezondheid doormaken, omdat chronische ziekten en lichamelijke beperkingen veel eerder optreden (Visscher et al., 2004). Mensen met ernstig overgewicht verliezen op die manier 5,1 jaren aan gezonde levensverwachting (Hoeymans et al., 2010). In totaal is ernstig overgewicht verantwoordelijk voor 5% van de sterfgevallen (Van Baal et al., 2006e).

Gezondheidsverlies door overgewicht en ongezond eten vergelijkbaar met dat van roken

Het gezondheidsverlies door overgewicht en ongezonde voeding samen is vergelijkbaar met het gezondheidsverlies door roken. Dit blijkt uit een onderlinge vergelijking van de gezondheidseffecten van meerdere leefstijlfactoren. Om zo’n vergelijking mogelijk te maken wordt het gezondheidsverlies uitgedrukt in DALY's, een maat die de effecten op ziekte en sterfte samenneemt en onderling weegt. Naar schatting bedraagt het jaarlijkse verlies door overgewicht in de Nederlandse populatie 215.000 DALY's. Het verlies door overgewicht en door de vijf belangrijkste voedingsfactoren samen (verzadigde vetzuren en transvetzuren, vis, groente, fruit) bedraagt tussen de 300.000 en 400.000 DALY's. Dit is vergelijkbaar met het gezondheidsverlies door roken van 350.000 DALY's. In vergelijking met andere persoonskenmerken is de bijdrage van ernstig overgewicht aan de de totale ziektelast relatief hoog. Zie ook: Interne link naar documentZiektelast in DALY's: Wat is de bijdrage van risicofactoren?

Overgewicht kan leiden tot beperkingen en arbeidsongeschiktheid

(Ernstig) overgewicht heeft ook maatschappelijke en economische gevolgen. Het aantal ongezonde levensjaren (doorgebracht met ziekte en beperkingen) als gevolg van overgewicht vergroot immers ook de maatschappelijke kosten. Hieronder vallen bijvoorbeeld de kosten door arbeidsongeschiktheid en ziekteverzuim en kosten in de gezondheidszorg (Visscher et al., 2004).


Ondergewicht

Door ondergewicht raakt het lichamelijk functioneren verstoord

Bij mensen met ondergewicht heeft het lichaam moeite om goed te functioneren. De lichamelijke en geestelijke conditie gaat achteruit. Mensen met ondergewicht kunnen snel duizelig worden en haaruitval krijgen. Het lichaam maakt allereerst de vetreserves op, met vermagering als gevolg. Wanneer iemand geen vetreserves meer heeft, kunnen ook andere weefsels worden aangetast zoals spieren, lever, nieren, hart en zenuwweefsel. Hierdoor ontstaan diverse lichamelijke klachten (zie hiernaast). Bij zeer ernstig ondergewicht worden op den duur alle organen aangetast en kunnen sommige lichamelijke klachten - zoals een ernstige verstoring van het hartritme - leiden tot de dood.

Bij ondergewicht vergelijkbare klachten als bij anorexia nervosa

De lichamelijke klachten van iemand met ondergewicht zijn vergelijkbaar met de lichamelijke klachten van iemand die ondervoed is geraakt door anorexia nervosa ( Van Rijn, 1998; Sharp & Freeman, 1993; Mitchell & Crow, 2006) (zie ook: Eetstoornissen.) De belangrijkste lichamelijke klachten zijn:

  • algehele uitputting en lage lichaamstemperatuur
  • problemen met hart- en bloedvaten (zoals verlaagde bloeddruk, vertraagde hartslag en hartritmestoornissen)
  • botontkalking (osteoporose)
  • maag- en darmklachten
  • hormoonafwijkingen
  • wegblijven menstruatie (amenorroe)
  • verminderde schildklierwerking en verminderde stofwisseling

Ondergewicht veroorzaakt naast lichamelijke problemen ook mentale klachten, met name depressie en angst (Keys et al., 1950; Johnson et al., 2002).

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Baal PHM van, Wit GA de, Feenstra TL, Boshuizen HC, Bemelmans WJE, Jacobs-van der Bruggen MAM, et al.Bouwstenen voor keuzes rondom preventie in Nederland. RIVM-rapport nr. 260901001. Bilthoven: RIVM, 2006e.
  • CBO, Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO.Diagnostiek en behandeling van obesitas bij volwassenen en kinderen. Utrecht, 2007b.
  • Dis I van, Kromhout D, Geleijnse JM, Boer JM, Verschuren WM.Body mass index and waist circumference predict both 10-year nonfatal and fatal cardiovascular disease risk: study conducted in 20,000 Dutch men and women aged 20-65 years. Eur J Cardiovasc Prev Rehabil, 2009; 16: 729-34.
  • Gezondheidsraad. Overgewicht en obesitas. Den Haag: Gezondheidsraad,2003a; 07.
  • Hoeymans N, Melse JM, Schoemaker CG (red.). Gezondheid en determinanten. Deelrapport van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2010 Van gezond naar beter. RIVM-rapport nr. 270061006. Bilthoven: RIVM,2010.
  • Jansen A, Havermans R, Nederkoorn C, Roefs A.Jolly fat or sad fat? Subtyping non-eating disordered overweight and obesity along an affect dimension. Appetite, 2008; 51: 635-640.
  • Johnson J, Cohen P, Kasen S, Brook J.Eating disorders during adolescence and the risk for physical and mental disorders during early adulthood. Archives of General Psychiatry, 2002; 59(6): 545-552.
  • Kemper HC, Post GB, Twisk JW, van Mechelen W. Lifestyle and obesity in adolescence and young adulthood: results from the Amsterdam Growth And Health Longitudinal Study (AGAHLS). Int J Obes Relat Metab Disord1999; 23 suppl 3: S34-40.
  • Keys A, Brozak J, Henschel A, Michelsen O, Taylor HL. The biology of human starvation. Minneapolis: University of Minnesota Press, 1950.
  • Kreijl CF van, Knaap AGAC, Busch MCM, Havelaar AH, Kramers PGN, Kromhout D, Leeuwen FXR van (eds), et al. Ons eten gemeten. Gezonde voeding en veilig voedsel in Nederland. RIVM-rapport nr. 270555007. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum,2004.
  • Mitchell JE, Crow SJ.Medical complications of anorexia nervosa and bulimia nervosa. Current Opinion in Psychiatry, 2006; 19: 438-443.
  • Ouwens MA, Strien T van, Leeuwe JF van.Possible pathways between depression, emotional and external eating. A structural equation model. Appetite, 2009; 53: 245-8.
  • Rijn C van.Anorexia nervosa en boulimia nervosa. II. Somatische gevolgen van ondervoeding. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 1998; 142(33): 1863-1866.
  • Scott KM, Bruffaerts R, Simon GE, Alonso J, Angermeyer M, De Girolamo G, et al.Obesity and mental disorders in the general population: results from the world mental health surveys. Int J Obes (Lond), 2008; 32: 192-200.
  • Sharp C, Freeman C.The medical complications of anorexia nervosa. British Journal of Psychiatry, 1993; 162(4): 452-462.
  • Strauss RS.Childhood Obesity and Self-Esteem. Pediatrics 2000; 105(1): e15.
  • Strien T van, Herman CP, Verheijden MW.Eating style, overeating, and overweight in a representative Dutch sample. Does external eating play a role? Appetite, 2009; 52: 380-7.
  • Stunkard AJ, Wadden TA.Psychological aspects of severe obesity. Am J Clin Nutr, 1992; 55(2 Suppl): 524S-532S.
  • Tang-Péronard JL, Heitmann BL.Stigmatization of obese children and adolescents, the importance of gender. Obes Rev, 2008; 9: 522-34.
  • Visscher TLS, Heliövaara M, Picavet HSJ, Rissanen A, Seidell JC.Obesity and musculoskeletal disorders. In: Medeiros-Neto G, Halpern A, Bouchard C (eds.) Progress in obesity research: 9. Montrouge France: John Libbey Eurotext Ltd, 2003;: 596-603.
  • Visscher TLS, Rissanen A, Seidell JC, Heliovaara M, Knekt P, Reunanen A, et al.Obesity and unhealthy life-years in adult finns. An empirical approach. Acrh Intern med, 2004; 164: 1413-1420.
  • Wijnen LG van, Boluijt PR, Hoeven-Mulder HB, Bemelmans WJ, Wendel-Vos GC.Weight Status, Psychological Health, Suicidal Thoughts, and Suicide Attempts in Dutch Adolescents: Results From the 2003 E-MOVO Project. Obesity (Silver Spring), 2009 .

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

BMI
Body Mass Index
Maat voor (over)gewicht in kg/(lengte in m2).
DALY
Disability-Adjusted Life-Year
Maat voor ziektelast ('burden of disease') in een populatie (uitgedrukt in tijd); opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). In deze maat komen drie belangrijke aspecten van de volksgezondheid terug, te weten 'kwantiteit' (levensduur) en 'kwaliteit' van leven, en het aantal personen dat een effect ondervindt.

Definities

Ernstig overgewicht
Body Mass Index (BMI) ≥30 kg/m2.
Ondergewicht
Body Mass Index (BMI) < 18,5 kg/m2
Overgewicht
Body Mass Index (BMI) ≥25kg/m2
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.