Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Lichaamsgewicht
Omvang van het probleem

Zijn er verschillen naar sociaaleconomische status?

Huidige situatie Trends

Huidige situatie

Onder laagopgeleiden komt overgewicht meer voor

Onder mensen met een lage opleiding komt meer overgewicht voor dan onder hoogopgeleiden. Van de mensen met alleen lagere school heeft 54% overgewicht en van de mensen met een hoge opleiding (hbo of universiteit) is dat 33% (zie figuur 1). In de leeftijdscategorie van 25-34 jaar zijn de verschillen in overgewicht tussen hoog- en laagopgeleiden niet significant. Bij de andere leeftijdsgroepen en bij mannen en vrouwen afzonderlijk komt overgewicht meer voor bij laagopgeleiden dan bij hoogopgeleiden (zie ook: Interne link naar documentSociaaleconomische verschillen naar geslacht en leeftijd).

Het opleidingsniveau is hier als indicator gebruikt voor de sociaaleconomische status van mensen (zie ook: Interne link naar documentWat is sociaaleconomische status? en Interne link naar documentBeschrijving opleidingscategorieën).

Het bovenstaande is gebaseerd op gegevens van de POLS-enquête waarbij de deelnemers gevraagd is hun lichaamslengte en -gewicht aan te geven. Een kanttekening bij de gepresenteerde cijfers is dat zelfrapportage meestal leidt tot onderschatting van het gewicht en overschatting van de lengte. Zie ook: Interne link naar documentAchtergrondinformatie bij de gegevensbronnen.

Onder laagopgeleiden komt ook ernstig overgewicht meer voor

Ernstig overgewicht (obesitas) komt meer voor in de laagste opleidingscategorie dan in de hoogste opleidingscategorie. Van de laagopgeleiden (lagere school) heeft 18,4% ernstig overgewicht en van de hoogopgeleiden (hbo of universiteit) is dat 6,5% (zie figuur 2).

In de leeftijdscategorieën boven 25-34 jaar is het percentage mensen met ernstig overgewicht relatief hoog onder laagopgeleiden. In de leeftijdscategorie van 25-34 jaar zijn de verschillen in ernstig overgewicht tussen hoog- en laagopgeleiden niet significant (zie: Interne link naar documentSociaaleconomische verschillen naar geslacht en leeftijd).

Geen sociaaleconomische verschillen in ondergewicht

Er zijn geen sociaaleconomische verschillen in het voorkomen van ondergewicht (zie figuur 3). Ook bij de verschillende leeftijdsgroepen zien we geen significante verschillen in ondergewicht tussen laagopgeleiden en hoogopgeleiden (zie: Interne link naar documentSociaaleconomische verschillen naar geslacht en leeftijd).

Figuur 1: Prevalentie van overgewicht in de Nederlandse bevolking van 25 jaar en ouder, naar hoogst voltooid opleidingsniveau a; gestandaardiseerd naar de bevolking van 2007 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn).

Prevalentie overgewicht naar opleidingsniveau

a Relative index of inequality (RII), gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht: 2,51 (95%-bi: 2,05-3,06). Betekenis RII > 1: laagopgeleiden meer overgewicht dan hoogopgeleiden; RII < 1: hoogopgeleiden meer overgewicht dan laagopgeleiden.

Figuur 2: Prevalentie van ernstig overgewicht in de Nederlandse bevolking van 25 jaar en ouder, naar hoogst voltooid opleidingsniveau a; gestandaardiseerd naar de bevolking van 2007 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn).

Prevalentie obesitas naar opleidingsniveau

a RII (gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht): 4,42 (95%-bi: 3,23-6,05).

Figuur 3: Prevalentie van ondergewicht in de Nederlandse bevolking van 25 jaar en ouder, naar hoogst voltooid opleidingsniveau a; gestandaardiseerd naar de bevolking van 2007 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn).

ondergewicht naar opleiding

a RII (gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht): 0,71 (95%-bi: 0,33-1,53).


Sociaaleconomische verschillen in overgewicht afgenomen door sterkere stijging in hoogste opleidingscategorie

Verschillen tussen laag- en hoogopgeleiden in zowel overgewicht als ernstig overgewicht zijn tussen 1990 en 2007 afgenomen (zie figuur 4 en figuur 5). De prevalentie van overgewicht en ernstig overgewicht zijn in die periode weliswaar toegenomen in alle opleidingscategorieën maar vooral in de hoogste opleidingscategorie waardoor de verschillen tussen opleidingscategorieën zijn afgenomen. Zie ook: Interne link naar documentAchtergrondgegevens bij trends in sociaaleconomische verschillen.

Figuur 4: Jaarprevalentie a van overgewicht in de periode 1990-2007, naar opleidingsniveau b (3-jaar voortschrijdend gemiddelde); gestandaardiseerd naar de bevolking van 2000 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn).

Trend overgewicht naar opleidingsniveau, 1990-2007

a De prevalentiecijfers in figuur 4 zijn 3-jaar voortschrijdende gemiddelden. Het prevalentiecijfer van 2007 uit figuur 4 wijkt daardoor af van het prevalentiecijfer in figuur 1.

b Trend in RII (gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht): 0,97 (95%-bi: 0,96-0,98). Betekenis: RII > 1: toename in opleidingsverschillen in de periode 1990-2007, RII < 1: afname in opleidingsverschillen.

Figuur 5: Jaarprevalentie a van ernstig overgewicht in de periode 1990-2007, naar hoogst voltooid opleidingsniveau b (3-jaar voortschrijdend gemiddelde); gestandaardiseerd naar de bevolking van 2000 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn).

Trend obesitas naar opleidingsniveau, 1990-2007

a De prevalentiecijfers in figuur 5 zijn 3-jaar voortschrijdende gemiddelden. Het prevalentiecijfer van 2007 uit figuur 5 wijkt daardoor af van het prevalentiecijfer in figuur 2.

b Trend in RII (gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht): 0,97 (95%-bi: 0,96-0,99). Betekenis: RII > 1: toename in opleidingsverschillen in de periode 1990-2007, RII < 1: afname in opleidingsverschillen.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

bi
Betrouwbaarheidsinterval
Overgewicht
Body Mass Index (BMI) >= 25 kg/m2
POLS
Permanent Onderzoek Leefsituatie (CBS)
RII
Relative index of inequality
De RII is een maat voor de relatie tussen sociaaleconomische positie en gezondheid en geeft de grootte van sociaaleconomische gezondheidsverschillen weer. De index geeft het verschil aan in niveau tussen de laagste en hoogste ses-klasse, waarbij rekening gehouden wordt met de tussenliggende klassen.

Definities

Ernstig overgewicht
Body Mass Index (BMI) ≥30 kg/m2.
Ondergewicht
Body Mass Index (BMI) < 18,5 kg/m2
Prevalentie
Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.