Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Lichaamsgewicht
Omvang van het probleem

Neemt het aantal mensen met overgewicht of ondergewicht toe of af?

Overgewicht Ondergewicht

Overgewicht

Sterke stijging in overgewicht in afgelopen dertig jaar

In 1981 had één op de drie volwassen Nederlanders overgewicht. Sindsdien is het aantal Nederlanders met overgewicht sterk gestegen tot bijna de helft van alle volwassenen in recente jaren. Het percentage mensen met ernstig overgewicht verdubbelde van 5% tot bijna 12% (zie figuur 1). Deze stijging was zowel zichtbaar in zelfgerapporteerde als gemeten gegevens tot 2006 (CBS StatLine; Visscher et al., 2002). De toename in (ernstig) overgewicht is vergelijkbaar voor alle bevolkingsgroepen, en staat los van geslacht, leeftijd en urbanisatiegraad (Gast et al., 2007). Opvallend is dat gedurende de gehele periode 1981-2008 overgewicht meer onder mannen voorkwam en ernstig overgewicht meer onder vrouwen.

Sterke stijging in overgewicht lijkt af te vlakken

Sinds ongeveer 2000 schommelt het percentage mensen met overgewicht rond de 40% voor vrouwen en 50% voor mannen (zie figuur 1). De grote stijging in het percentage mensen met overgewicht van voorgaande jaren lijkt af te vlakken. Dit geldt niet voor het percentage mannen met ernstig overgewicht, dat blijft toenemen. Bij vrouwen is het percentage ernstig overgewicht sinds 2006 vrij stabiel. Dit is gebaseerd op zelfgerapporteerde gegevens van het CBS over lichaamsgewicht en lengte. Recente gemeten gegevens, die deze zelfgerapporteerde gegevens moeten bevestigen, zijn niet beschikbaar. Bij zelfrapportage is de kans op onderschatting van lichaamsgewicht groot. Dit fenomeen kan de trend beïnvloeden, omdat de mate van onderschatting groter is naarmate het overgewicht toeneemt. Zie ook: detailsAchtergrondinformatie bij de gegevensbronnen.

Percentage kinderen met overgewicht blijft stijgen

De Vijfde Landelijke Groeistudie van TNO laat zien dat de prevalentie van overgewicht bij kinderen en jongeren blijft stijgen (zie figuur 2). In 1980 had 6% van de jongens en meisjes van 2 tot 21 jaar overgewicht, in 1997 was dit gestegen naar bijna 11%. In 2010 is gebleken dat 14% van onze jeugd te zwaar is. Daarvan zijn ook steeds meer kinderen en jongeren veel te zwaar (obees). Alhoewel meisjes nog altijd vaker (ernstig) overgewicht hebben dan jongens, wordt dit verschil steeds kleiner.

Figuur 1: Percentage mensen (20 jaar en ouder) met overgewicht en ernstig overgewicht in de periode 1981-2009, gestandaardiseerd naar leeftijds- en geslachtsverdeling in 1981 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn).

overgewicht trends tot 2009

Figuur 2: Percentage kinderen en jongeren (2 tot 21 jaar) met overgewicht en ernstig overgewicht in 1980, 1997 en 2010 (Bron: TNO, 2010).

Percentage kinderen en jongeren met overgewicht en ernstig overgewicht in 1980, 1997 en 2010

Ondergewicht

Ernstig ondergewicht bij volwassenen is gedaald

Het percentage volwassenen met ondergewicht is in de periode 1981-2008 gedaald van 3% in 1981 naar 1,6% in 2009. Deze cijfers zijn gebaseerd op de resultaten van de POLS-enquête waarbij de deelnemers gevraagd is hun lichaamslengte en -gewicht aan te geven. Op basis van deze gegevens is hun BMI berekend (Bron: POLS, gezondheid en welzijn).

Bij jonge kinderen is ernstig ondergewicht gestegen

Voor jonge kinderen (2-6 jaar) is het percentage ernstig ondergewicht tussen 1980 en 1997 gestegen; voor jongens van 1,5 naar 3,6% en voor meisjes van 2,9 naar 3,3%. Bij oudere meisjes (7-18 jaar) daalde het percentage juist van 2,9 naar 1,7% en voor jongens bleef het percentage ongeveer gelijk (rond de 1,5%) (Van Buuren, 2004). Er zijn geen gegevens over de trend in ondergewicht bij kinderen na 1997. In juni 2010 publiceert TNO gemeten gegevens in de Landelijke Groeistudie, waarin ook gegevens over ondergewicht bij kinderen zijn opgenomen.

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Buuren S van.Afkapwaarden van de ‘body-mass index’ (BMI) voor ondergewicht van Nederlandse kinderen. Ned Tijdschr Geneeskd, 2004; 148(40): 1967-72.
  • Gast GC, Frenken FJ, Leest LA van, Wendel-Vos GC, Bemelmans WJ.Intra-national variation in trends in overweight and leisure time physical activities in The Netherlands since 1980: stratification according to sex, age and urbanisation degree. Int J Obes, 2007; 31(3): 566.
  • TNO. Vijfde Landelijke Groeistudie. Leiden: TNO,2010.
  • Visscher TLS, Kromhout D, Seidell JC.Long-term and recent time trends in the prevalence of obesity among Dutch men and women. Int J Obes 2002; 26: 1218-24.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

BMI
Body Mass Index
Maat voor (over)gewicht in kg/(lengte in m2).
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
URL: http://www.cbs.nl
POLS
Permanent Onderzoek Leefsituatie (CBS)
TNO
Nederlandse organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek
URL: http://www.tno.nl

Definities

Ernstig overgewicht
Body Mass Index (BMI) ≥30 kg/m2.
Ondergewicht
Body Mass Index (BMI) < 18,5 kg/m2
Overgewicht
Body Mass Index (BMI) ≥25kg/m2
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.