Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Lichaamsgewicht
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken

Wat is overgewicht en wat is ondergewicht?

Wat is overgewicht en wat is ondergewicht?

Overgewicht en ernstig overgewicht (obesitas) zijn abnormale of buitensporige opeenhopingen van vet die de gezondheid kunnen beïnvloeden (WHO, 2006h). Bij ondergewicht is er sprake van een lichaamsgewicht dat geringer is dan op grond van de lengte als gezond kan worden beschouwd.

Verschillende methoden voor bepalen over- en ondergewicht

Er zijn verschillende methoden om te bepalen of iemand over- of ondergewicht heeft. Zo kan met de Body Mass Index (BMI) de verhouding tussen lengte en gewicht berekend worden. De BMI is de meest gebruikte maat om ondergewicht en (ernstig) overgewicht te definiëren. Daarnaast geven de buikomtrek en de huidplooidikte ook een goede indicatie voor de hoeveelheid opgeslagen vet.

BMI geeft verhouding tussen lengte en gewicht

Het gewicht van iemand (in kilogram) gedeeld door het kwadraat van zijn lengte (in meters) geeft de Body Mass Index in kg/m2. De BMI is ingedeeld in de categorieën ondergewicht, overgewicht en ernstig overgewicht (obesitas) (zie tabel 1).

Tabel 1: Internationale categorieën in lichaamsgewicht voor volwassenen: ondergewicht, overgewicht en ernstig overgewicht (obesitas) naar BMI (Bron: WHO, 2006i).

Categorie

BMI (kg/m2)

Grenswaarden

Ondergewicht

ernstig ondergewicht

gemiddeld ondergewicht

matig ondergewicht

Normaal gewicht

Overgewicht

matig overgewicht

Ernstig overgewicht (obesitas)

niveau 1

niveau 2

niveau 3

<18,5

<16,0

16,0 - 16,99

17,0 - 18,49

18,50 - 24,99

≥25,0

25,0 - 29,99

≥30,0

30,0 - 34,9

35,0 - 39,9

≥40,0

Buikomvang goede maat voor vaststellen lichaamsvet

De buikomvang geeft een goede indicatie van de hoeveelheid abdominaal vet (buikvet) en totaal lichaamsvet. De buikomvang (of 'middelomtrek') wordt gemeten tussen de onderkant van de onderste rib en de bovenkant van het bekken. Een buikomvang van minder dan 80 cm (vrouwen) of 94 cm (mannen) wordt beschouwd als normaal. Bij een omtrek van 88 cm of meer (voor vrouwen) of 102 cm of meer (voor mannen) is sprake van abdominale obesitas, gekenmerkt door vetophoping in de buik. Abdominale obesitas geeft een ernstig verhoogd risico op metabole complicaties (CBO, 2008c). Zie ook: Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van overgewicht en ondergewicht?

BMI en buikomvang samen geven nauwkeurige diagnose

Voor de diagnose van overgewicht wordt de buikomvang vaak samen met de BMI gebruikt. Deze combinatie werkt goed omdat in het algemeen geldt dat bij een gegeven lengte, meer lichaamsgewicht en een grotere buikomvang gepaard gaan met meer vetopslag. Door meer te bewegen zal de vetmassa, en dus de buikomvang, afnemen. Dit in tegenstelling tot de BMI, die gelijk kan blijven door de toename van spiermassa.

Huidplooidikte indicatie voor totaal lichaamsvet

Met een huidplooimeter kan de dikte van een huidplooi worden bepaald. Dit geeft een indicatie van de hoeveelheid onderhuids vet. Met behulp van de gemeten huidplooien kan een voorspelling worden gedaan over de totale lichaamsvetmassa. De metingen zijn gebaseerd op de veronderstelling dat het vet regelmatig verdeeld is over het lichaam. Huidplooidikten zijn bij pubers een betere voorspeller voor ernstig overgewicht op volwassen leeftijd dan de BMI (Nooyens et al., 2007).

Andere grenswaarden overgewicht bij jongeren

Voor het vaststellen van ondergewicht en (ernstig) overgewicht bij jongeren gelden leeftijdsspecifieke grenswaarden van de BMI. Deze grenswaarden zijn lager dan bij volwassenen en zijn per leeftijdsjaar en apart voor jongens en meisjes vastgesteld. De grenswaarden voor overgewicht zijn vastgesteld door de International Obesity Task Force (Cole et al., 2000, Van den Hurk et al., 2006). Voor de exacte grenswaarden, zie: Afkapwaarden BMI: ernstig ondergewicht, ondergewicht, overgewicht en ernstig overgewicht.

Bij ouderen overgewicht bepalen met buikomvang

Bij mensen van zeventig jaar en ouder krijgt de buikomvang de voorkeur boven de BMI. Boven de 70 jaar is de BMI namelijk niet eenvoudig te interpreteren, vanwege verandering van lichaamslengte, lichaamssamenstelling en vetverdeling over het lichaam. De hoeveelheid onderhuids vet op de ledematen neemt vaak af, terwijl de hoeveelheid vet bij de buik toeneemt.

Voor meer informatie over gebruikte bronnen, zie: Achtergrondinformatie bij de gegevensbronnen.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

BMI
Body Mass Index
Maat voor (over)gewicht in kg/(lengte in m2).
Overgewicht
Body Mass Index (BMI) >= 25 kg/m2

Definities

Ernstig overgewicht
Body Mass Index (BMI) ≥30 kg/m2.
Ondergewicht
Body Mass Index (BMI) < 18,5 kg/m2
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.