Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Bloeddruk
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken

Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van een verhoogde bloeddruk?

Verhoogde bloeddruk is vooral risicofactor voor hart- en vaatziekten

Bij een verhoogde bloeddruk ofwel hypertensie is vooral het risico op beroerte, coronaire hartziekten en hartfalen verhoogd. Daarnaast hangt een verhoogde bloeddruk samen met een aantal andere aandoeningen (MacMahon et al., 1990) (zie tabel 1). Zo kan een verhoogde bloeddruk nieraandoeningen veroorzaken. Overigens geldt ook het omgekeerde: nierfunctiestoornissen kunnen ook een oorzaak zijn van de verhoogde bloeddruk (zie: Wat zijn de mogelijke oorzaken van een verhoogde bloeddruk).

Een verhoogde bloeddruk heeft ook andere gezondheidsgevolgen dan het optreden van ziekte en aandoeningen. Zo is bij mensen met een verhoogde bloeddruk het risico op verminderd cognitief functioneren groter (Launer et al., 1995; Starr, 1999), dus niet alleen het risico op psychische aandoeningen zoals dementie (Skoog et al., 1996). Ook kan een verhoogde bloeddruk de complicaties van een ziekte erger maken, zo kan bij diabeten met een verhoogde bloeddruk de complicatie diabetische retinopathie verergeren (zie: Interne link naar documentGezichtsstoornissen).

Naarmate de verhoogde bloeddruk langer bestaat, worden ook de gevolgen voor de gezondheid groter.

Ook geïsoleerde verhoogde bovendruk is risicofactor voor hart- en vaatziekten

Ook een geïsoleerde verhoogde bovendruk (gemeten bovendruk boven de grenswaarde, terwijl onderdruk normaal is) is een sterke risicofactor voor (de sterfte aan) cardiovasculaire aandoeningen.

Uit onderzoek is gebleken dat behandeling van deze vorm van verhoogde bloeddruk bij ouderen een daling gaf van 36% in het aantal nieuwe gevallen van beroerte, van 32% van het aantal nieuwe gevallen van coronaire hartziekten en 12% van het totaal aantal sterfgevallen (SHEP Cooperative Research Group, 1991).

20 tot 30% van sterfte aan hart- en vaatziekten te wijten aan verhoogde bloeddruk

Een verhoogde bloeddruk is verantwoordelijk voor 20 tot 30% van de totale sterfte aan beroerte, coronaire hartziekten en hartfalen (zie tabel 2; Polder et al., 2002).

Van de totale ziektelast in Nederland (uitgedrukt in DALY's) is 7,8% toe te schrijven aan verhoogde bloeddruk. Daarmee is voor verhoogde bloeddruk de bijdrage aan de totale ziektelast relatief hoog vergeleken met die van het cholesterolgehalte in het bloed (circa 2,7%) en vergelijkbaar met die van overgewicht (9,7%).

Tabel 2: Het percentage van de totale sterfte aan een beroerte, coronaire hartziekten en hartfalen dat toe te schrijven is aan een verhoogde bloeddruk (volwassenen van twintig jaar en ouder) (Bron: Polder et al., 2002).

Mannen

(%)

Vrouwen

(%)

beroerte (CVA)

32

32

coronaire hartziekten

31

27

hartfalen

24

20

Tabel 1: Ziekten die vaker voorkomen bij mensen met een verhoogde bloeddruk (hypertensie) dan bij mensen met een normale bloeddruk (volgens voldoende bewezen verbanden). Waar mogelijk is de ziektekans uitgedrukt in het relatieve risico, ofwel RR a, en is apart voor mannen en vrouwen weergegeven. Deze tabel is gebaseerd op het Chronisch Ziekten Model (versie 21-10-2005), tenzij anders aangegeven in de voetnoten.

ziekten waarvoor verhoogde bloeddruk een risicofactor is

kans op ziekte

opmerkingen

mannen

vrouwen

beroerte

1,1 - 4,3

1,1 - 4,2

RR hoger bij hogere bloeddruk. RR het hoogst in de leeftijdsklassen 35-39 tot en met 45-49 jaar, afhankelijk van bloeddrukniveau

coronaire hartziekten

1,2 - 3,5

1,2 - 3,7

RR hoger bij hogere bloeddruk. RR het hoogst tussen 35 en 50 jaar, daarna afnemend met de leeftijd

hartfalen

1,1 - 3,0

1,1 - 2,9

RR hoger bij hogere bloeddruk en afnemend met de leeftijd

ziekten die vaker voorkomen bij mensen met verhoogde bloeddruk

aneurysma van de buikaorta b

dementie b (vasculaire dementie, en mogelijk Alzheimer)

nieraandoeningen c

perifeer vaatlijden, zoals vernauwde beenslagaderen d

a De RR-schatting varieert met de leeftijd tussen de aangegeven ranges. Een relatief risico van 4,3 wil zeggen dat voor mensen met hypertensie de kans op de ziekte circa 4,3 keer zo groot is als de kans voor mensen met een normale bloeddruk.

b De conclusie over dit verband is gebaseerd op literatuur, die te vinden is bij de betreffende ziekte (via de hyperlink).

c De conclusie over dit verband is gebaseerd op: Lindeman, 2007; Barri, 2006; Bidani & Griffin, 2004; Starr, 1999

d De conclusie over dit verband is gebaseerd op: CBO, 1997b

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Barri YM.Hypertension and kidney disease: a deadly connection. Curr Cardiol Rep, 2006; 8(6): 411-7.
  • Bidani AK, Griffin KA.Pathophysiology of hypertensive renal damage: implications for therapy. Hypertension, 2004; 44(5): 595-601.
  • CBO, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg.Consensus diagnostiek en behandeling van arteriële claudicatio intermittens. Utrecht: CBO, 1997b.
  • Launer LJ, Masaki K, Petrovitch H, Foley D, Havlik RJ.The association between midlife blood pressure levels and late-life cognitive function. The Honolulu-Asia Aging Study. JAMA 1995; 274: 1846-1851.
  • Lindeman RD.Hypertension and kidney protection in the elderly: what is the evidence in 2007? Int Urol Nephrol, 2007; 39(2): 669-78.
  • MacMahon S, Peto R, Cutler J, et al.Blood pressure, stroke, and coronary heart disease. 1: prolonged differences in blood pressure: prospective observational studies corrected for regression dilution bias. Lancet 1990; 3335: 765-774.
  • Polder JJ, Takken J, Meerding WJ, Kommer GJ, Stokx LJ. Kosten van ziekten in Nederland. De zorgeuro ontrafeld. Themarapport van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2002. RIVM-rapport nr. 270751005. Bilthoven: RIVM,2002.
  • SHEP Cooperative Research Group.Prevention of stroke by antihypertensive drug treatment in older persons with isolated systolic hypertension. Final results of the Systolic Hypertension in the Elderly Program (SHEP). JAMA 1991; 265: 3255-64.
  • Skoog I, Lernfelt B, Landahl S, et al.15-year longitudinal study on blood pressure and dementia. Lancet 1996; 347: 1141-45.
  • Starr JM.Blood pressure and cognitive decline in the elderly. Curr Opin Nephrol Hypertens 1999; 8(3): 347-51.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CVA
Cerebrovasculaire aandoeningen
Stoornis van de hersenfunctie door onvoldoende bloedvoorziening.
DALY
Disability-Adjusted Life-Year
Maat voor ziektelast ('burden of disease') in een populatie (uitgedrukt in tijd); opgebouwd uit het aantal verloren levensjaren (door vroegtijdige sterfte), en het aantal jaren geleefd met gezondheidsproblemen (bijvoorbeeld een ziekte), gewogen voor de ernst hiervan (ziektejaarequivalenten). In deze maat komen drie belangrijke aspecten van de volksgezondheid terug, te weten 'kwantiteit' (levensduur) en 'kwaliteit' van leven, en het aantal personen dat een effect ondervindt.

Definities

Bovendruk
De hoogte van de bloeddruk is afhankelijk van de weerstand die het bloed ondervindt als het in het lichaam wordt rondgepompt. Op het moment dat het hart samentrekt, wordt er meer bloed in de slagaders geperst en wordt de druk op de vaatwanden hoger.
Diabetische retinopathie
Netvliesaandoening die als complicatie kan voorkomen bij diabetespatiënten ten gevolge van schade aan de kleine bloedvaatjes van de ogen.
Onderdruk
De hoogte van de bloeddruk is afhankelijk van de weerstand die het bloed ondervindt als het in het lichaam wordt rondgepompt. Op het moment dat het hart samentrekt, wordt er meer bloed in de slagaders geperst en wordt de druk op de vaatwanden hoger. Vervolgens ontspant het hart zich, waardoor de druk op de vaatwanden afneemt.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.