Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Bloeddruk
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken

Wat is een verhoogde bloeddruk?

Verhoogde bloeddruk

Het bloeddrukniveau schommelt rond een gemiddelde waarde. De bloeddruk kan tijdelijk duidelijk hogere waarden vertonen door bijvoorbeeld een schrikreactie, maar dat is een normale fysiologische reactie. Pas wanneer iemand gedurende langere tijd een bloeddruk heeft boven de grenswaarde spreekt men van een verhoogde bloeddruk. Voor volwassenen is sprake van een verhoogde bloeddruk ofwel hypertensie (CBO, 2006) bij:

  • een bovendruk (systolische bloeddruk) van 140 mmHg of hoger, en/of
  • een onderdruk (diastolische bloeddruk) van 90 mmHg of hoger, en/of
  • het gebruik van bloeddrukverlagende medicatie.

Voor personen van 60 jaar en ouder, die geen diabetes mellitus, familiaire hypercholesterolemie of hart- en vaatziekten hebben, geldt voor de bovendruk een grenswaarde van 160 mmHg.

Volgens deze definitie behoren mensen, die dankzij bloeddrukverlagende medicatie een genormaliseerde bloeddruk hebben, zowel in de gezondheidszorg als bij grootschalig onderzoek tot de groep hypertensiepatiënten.

Geïsoleerde verhoogde bovendruk

Van een geïsoleerde verhoogde bovendruk, ofwel geïsoleerde systolische hypertensie, is sprake wanneer iemand gemiddeld genomen alleen een bovendruk heeft boven de grenswaarde (CBO, 2006). Voor volwassenen is dat het geval bij:

  • een bovendruk (systolische bloeddruk) van 140 mmHg of hoger, en
  • een normale onderdruk (diastolische bloeddruk) ofwel 90 mmHg of lager.

Voor personen van 60 jaar en ouder, die geen diabetes mellitus, familiaire hypercholesterolemie of hart- en vaatziekten hebben, geldt voor de bovendruk een grenswaarde van 160 mmHg.

Een geïsoleerde verhoogde bovendruk ontstaat met name door een toename van de stijfheid van de vaten. Hierdoor stijgt de bovendruk relatief sterk en zal deze eerder de bovengrens overschrijden dan de onderdruk.

Verhoogde bloeddruk bij kinderen vastgesteld via percentielkaarten

Om te kunnen bepalen of kinderen een normale bloeddruk hebben, zijn percentielkaarten beschikbaar. Hierbij wordt de bloeddruk gerelateerd aan het geslacht en de leeftijd of de lengte. Volgens de CBO-richtlijn is het belangrijk om leefstijladviezen te geven aan kinderen bij wie de bloeddruk zich bij herhaling in de bovenste 5% van de bloeddrukverdeling bevindt (CBO, 2006).

Het bepalen van de bloeddruk

Een arts bepaalt met behulp van een bloeddrukmeter de bloeddruk. Hij stelt de diagnose 'verhoogde bloeddruk' na herhaalde metingen van de bloeddruk (boven- en onderdruk) tijdens achtereenvolgende consulten (CBO, 2006). Bij grootschalige onderzoeken vinden om praktische redenen geen herhaalde metingen plaats maar een eenmalige (duplo)meting. Een duplometing bestaat uit twee metingen met een tussenpauze van vijf minuten. Bij GGD-onderzoeken (Regenboog-project, Lokale en Nationale Monitor Gezondheid) wordt de bloeddruk bepaald met behulp van duplometingen.

Het Kompas presenteert gegevens uit bronnen waarbij zowel automatische bloeddrukmeters (GGD-onderzoeken) als handmatige Random Zero bloeddrukmeters zijn gebruikt (Peilstation HVZ en MORGEN-project). Voor uitgebreide informatie over de genoemde onderzoeken, zie: Interne link naar documentAchtergrondinformatie bij de gegevensbronnen.

Correctie voor eenmalige duplometing

In grootschalig onderzoek is vanwege het bepalen van de bloeddruk aan de hand van één (duplo)meting sprake van een overschatting van het percentage mensen met verhoogde bloeddruk (prevalentie).

Om de prevalentie die gevonden zou worden op grond van meerdere metingen op verschillende momenten zo veel mogelijk te benaderen, zijn de prevalenties uit GGD-onderzoeken gecorrigeerd voor binnenpersoonsvariatie (voor informatie over de wijze van corrigeren, zie: Klungel et al., 2000). Deze gecorrigeerde prevalentie is ongeveer 1/5 lager dan de niet gecorrigeerde prevalentie. Voor ouderen zijn geen correctiefactoren beschikbaar.

Verhoogde bloeddruk als onderdeel van metabool syndroom

Een verhoogde bloeddruk is een van de factoren die betrokken wordt bij het stellen van de diagnose 'metabool syndroom'. Van dit syndroom is sprake wanneer drie of meer van onderstaande risicofactoren voor hart- en vaatziekten gelijktijdig voorkomen (Eckel et al., 2005):

Bij dit syndroom is de resistentie tegen insuline een onderliggende oorzaak. In de ontwikkelde landen heeft naar schatting tussen de 22 en 39% van de volwassenen met een verhoogde bloeddruk ook het metabool syndroom, afhankelijk van de gekozen definitie en van de etnische afkomst (Meigs et al., 2003; Ilanne-Parikka et al., 2004; Park et al., 2003).

Bloeddruk kan ook lager zijn dan normaal

Iemand kan ook klachten hebben wanneer zijn bloeddruk lager is dan normaal. Een verlaagde bloeddruk ofwel hypotensie kan voorkomen als:

  • ziekteverschijnsel ten gevolge van shock of andere toestanden waarbij het hartvolume verminderd is;
  • constitutionele toestand, waarbij moeheid en energieloosheid altijd kenmerkende verschijnselen zijn;
  • gevolg van diverse andere omstandigheden, zoals uitputting, bloedverlies, verbranding, vergiftiging, ondervoeding, zuurophoping in het lichaam (acidose) ten gevolge van een stofwisselingsstoornis, endocriene ziekten of (een verslechterde lichaamsgesteldheid door) chronische ziekten.

Het onderwerp verlaagde bloeddruk komt verder niet aan bod in het Kompas, omdat het afgezien van de lichamelijke klachten geen risico op belangrijke ziekten met zich meebrengt.

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • CBO, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg. Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement 2006. Utrech: CBO,2006.
  • Eckel RH, Grundy SM, Zimmet PZ.The metabolic syndrome. Lancet, 2005; 365: 1415-28.
  • Ilanne-Parikka P, Eriksson JR, Lindstrom J, Hamalainen H, Keinanen-Kiukaanniemi S, Laakso M, et al.Prevalence of the metabolic syndrome and its components: Findings from a Finnish general population sample and the diabetes prevention study cohort. Diabetes Care, 2004; 27: 2135-40.
  • Klungel OH, Boer A de, Paes AH, Nagelkerke NJ, Seidell JC, Bakkers A.Estimating the prevalence of hypertension corrected for the effect of within-person variability in blood pressure. J Clin Epidemiol 2000; 53(11): 1158-63.
  • Meigs JB, Wilson PWF, Nathan DM, D'Agostino RB, Williams K, Haffner SM.Prevalence and characteristics of the metabolic syndrome in the San Antonio heart and Framningham offspring studies. Diabetes, 2003; 52: 2160-7.
  • Park Y-W, Palaniappan L, Heshka S, Carnethon MR, Heymsfield SB.The metabolic syndrome: Prevalence and associated risk factor findings in het US population from the third national health and nutrition examination survey, 1988-1994. Arch Intern Med, 2003; 163: 427-36.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CBO
Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg CBO (voorheen: Centraal Begeleidingsorgaan voor de Intercollegiale Toetsing)
URL: http://www.cbo.nl
FH
Familiaire hypercholesterolemie
Een erfelijke aandoening die gekenmerkt wordt door een verstoring van de vetstofwisseling, waardoor overtollig cholesterol niet in voldoende mate door de lever kan worden opgenomen en gerecycled. Hierdoor ontstaat er een sterk verhoogde cholesterolconcentratie in het bloed.
GGD
Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst
GGD
Gemeentelijke/Gewestelijke Gezondheidsdienst (Municipal/Regional Health Service)

Definities

Bovendruk
De hoogte van de bloeddruk is afhankelijk van de weerstand die het bloed ondervindt als het in het lichaam wordt rondgepompt. Op het moment dat het hart samentrekt, wordt er meer bloed in de slagaders geperst en wordt de druk op de vaatwanden hoger.
Onderdruk
De hoogte van de bloeddruk is afhankelijk van de weerstand die het bloed ondervindt als het in het lichaam wordt rondgepompt. Op het moment dat het hart samentrekt, wordt er meer bloed in de slagaders geperst en wordt de druk op de vaatwanden hoger. Vervolgens ontspant het hart zich, waardoor de druk op de vaatwanden afneemt.
Triglyceriden
Vetachtige stoffen in het bloed, waarvan een te hoge bloedwaarde in combinatie met ongunstige cholesterolwaarden het risico op hart- en vaatziekten verhoogt.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.