Verhoogde bloeddruk
Het bloeddrukniveau schommelt rond een gemiddelde waarde. De bloeddruk kan tijdelijk duidelijk hogere waarden vertonen door bijvoorbeeld een schrikreactie, maar dat is een normale fysiologische reactie. Pas wanneer iemand gedurende langere tijd een bloeddruk heeft boven de grenswaarde spreekt men van een verhoogde bloeddruk. Voor volwassenen is sprake van een verhoogde bloeddruk ofwel hypertensie () bij:
- een (systolische bloeddruk) van 140 mmHg of hoger, en/of
- een (diastolische bloeddruk) van 90 mmHg of hoger, en/of
- het gebruik van bloeddrukverlagende medicatie.
Voor personen van 60 jaar en ouder, die geen diabetes mellitus, of hart- en vaatziekten hebben, geldt voor de bovendruk een grenswaarde van 160 mmHg.
Volgens deze definitie behoren mensen, die dankzij bloeddrukverlagende medicatie een genormaliseerde bloeddruk hebben, zowel in de gezondheidszorg als bij grootschalig onderzoek tot de groep hypertensiepatiënten.
Geïsoleerde verhoogde bovendruk
Van een geïsoleerde verhoogde bovendruk, ofwel geïsoleerde systolische hypertensie, is sprake wanneer iemand gemiddeld genomen alleen een bovendruk heeft boven de grenswaarde (). Voor volwassenen is dat het geval bij:
- een (systolische bloeddruk) van 140 mmHg of hoger, en
- een normale (diastolische bloeddruk) ofwel 90 mmHg of lager.
Voor personen van 60 jaar en ouder, die geen diabetes mellitus, of hart- en vaatziekten hebben, geldt voor de bovendruk een grenswaarde van 160 mmHg.
Een geïsoleerde verhoogde bovendruk ontstaat met name door een toename van de stijfheid van de vaten. Hierdoor stijgt de bovendruk relatief sterk en zal deze eerder de bovengrens overschrijden dan de onderdruk.
Verhoogde bloeddruk bij kinderen vastgesteld via percentielkaarten
Om te kunnen bepalen of kinderen een normale bloeddruk hebben, zijn percentielkaarten beschikbaar. Hierbij wordt de bloeddruk gerelateerd aan het geslacht en de leeftijd of de lengte. Volgens de -richtlijn is het belangrijk om leefstijladviezen te geven aan kinderen bij wie de bloeddruk zich bij herhaling in de bovenste 5% van de bloeddrukverdeling bevindt ().
Het bepalen van de bloeddruk
Een arts bepaalt met behulp van een bloeddrukmeter de bloeddruk. Hij stelt de diagnose 'verhoogde bloeddruk' na herhaalde metingen van de bloeddruk (boven- en onderdruk) tijdens achtereenvolgende consulten (). Bij grootschalige onderzoeken vinden om praktische redenen geen herhaalde metingen plaats maar een eenmalige (duplo)meting. Een duplometing bestaat uit twee metingen met een tussenpauze van vijf minuten. Bij -onderzoeken (-project, ) wordt de bloeddruk bepaald met behulp van duplometingen.
Het Kompas presenteert gegevens uit bronnen waarbij zowel automatische bloeddrukmeters (GGD-onderzoeken) als handmatige Random Zero bloeddrukmeters zijn gebruikt ( en -project). Voor uitgebreide informatie over de genoemde onderzoeken, zie:
Achtergrondinformatie bij de gegevensbronnen.
Correctie voor eenmalige duplometing
In grootschalig onderzoek is vanwege het bepalen van de bloeddruk aan de hand van één (duplo)meting sprake van een overschatting van het percentage mensen met verhoogde bloeddruk (prevalentie).
Om de prevalentie die gevonden zou worden op grond van meerdere metingen op verschillende momenten zo veel mogelijk te benaderen, zijn de prevalenties uit -onderzoeken gecorrigeerd voor binnenpersoonsvariatie (voor informatie over de wijze van corrigeren, zie: ). Deze gecorrigeerde prevalentie is ongeveer 1/5 lager dan de niet gecorrigeerde prevalentie. Voor ouderen zijn geen correctiefactoren beschikbaar.
Verhoogde bloeddruk als onderdeel van metabool syndroom
Een verhoogde bloeddruk is een van de factoren die betrokken wordt bij het stellen van de diagnose 'metabool syndroom'. Van dit syndroom is sprake wanneer drie of meer van onderstaande risicofactoren voor hart- en vaatziekten gelijktijdig voorkomen ():
Bij dit syndroom is de resistentie tegen insuline een onderliggende oorzaak. In de ontwikkelde landen heeft naar schatting tussen de 22 en 39% van de volwassenen met een verhoogde bloeddruk ook het metabool syndroom, afhankelijk van de gekozen definitie en van de etnische afkomst (; ; ).
Bloeddruk kan ook lager zijn dan normaal
Iemand kan ook klachten hebben wanneer zijn bloeddruk lager is dan normaal. Een verlaagde bloeddruk ofwel hypotensie kan voorkomen als:
- ziekteverschijnsel ten gevolge van shock of andere toestanden waarbij het hartvolume verminderd is;
- constitutionele toestand, waarbij moeheid en energieloosheid altijd kenmerkende verschijnselen zijn;
- gevolg van diverse andere omstandigheden, zoals uitputting, bloedverlies, verbranding, vergiftiging, ondervoeding, zuurophoping in het lichaam (acidose) ten gevolge van een stofwisselingsstoornis, endocriene ziekten of (een verslechterde lichaamsgesteldheid door) chronische ziekten.
Het onderwerp verlaagde bloeddruk komt verder niet aan bod in het Kompas, omdat het afgezien van de lichamelijke klachten geen risico op belangrijke ziekten met zich meebrengt.