Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Bloeddruk
Omvang van het probleem

Bloeddruk: Achtergrondinformatie bij de gegevensbronnen

Gemeten en zelfgerapporteerde gegevens Monitoring onderzoek Cohort onderzoek Lokaal onderzoek

Gemeten en zelfgerapporteerde gegevens

Gegevens over bloeddruk zijn óf gemeten óf zelfgerapporteerd

Soms worden de gegevens over bloeddruk gemeten. Maar meestal zijn gegevens verzameld met behulp van vragenlijsten, waarin mensen zelf aangeven of ze een verhoogde bloeddruk hebben en/of bloeddrukverlagende medicatie gebruiken (zogenoemde zelfgerapporteerde gegevens).

Gemeten gegevens

De gemeten gegevens voor volwassenen zijn verzameld en bewerkt door het RIVM; achtereenvolgens in het kader van het Peilstationsproject Hart- en Vaatziekten (1987-1991), het MORGEN-project (1993-1997), de laatste twee meetperioden van de Doetinchem Cohort Studie (1998-2007) en de monitoring onderzoeken bij enkele GGD’en (Regenboogproject, 1998-2001; Lokale en Nationale Monitor Gezondheid, 2005-2006). Voor informatie over deze bronnen, zie hierna bij monitoring onderzoek en cohort onderzoek.

Zelfgerapporteerde gegevens

De zelfgerapporteerde gegevens worden onder andere verzameld door het CBS en door GGD'en. Om de ontwikkeling in het percentage mensen met een verhoogde bloeddruk te kunnen volgen in de tijd vraagt het CBS deze gegevens jaarlijks na bij een steekproef uit de Nederlandse bevolking (POLS, gezondheid en welzijn). De meeste GGD'en verzamelen deze gegevens gemiddeld eens in de vier jaar voor hun gezondheidsenquête. Ze doen dat bij een steekproef uit de bevolking van de GGD-regio en bovendien in wisselende perioden.

De zelfgerapporteerde CBS-gegevens over medicatiegebruik zijn niet specifiek genoeg om te zien of iemand bloeddrukverlagende medicijnen gebruikt. Hierdoor is het niet mogelijk om met behulp van deze gegevens aan te geven of iemand een verhoogde bloeddruk heeft en/of bloeddrukverlagende medicatie gebruikt. Bovendien is er bij deze vraag sprake van onderrapportage. Dit bleek uit een vergelijking tussen gemeten gegevens uit het Regenboogproject en zelfgerapporteerde gegevens die het CBS verzamelde bij de deelnemers aan dat project. Ruim 1 op de 10 mensen die volgens de meting een verhoogde bloeddruk had, rapporteerde dit niet in de CBS-vragenlijst. Deze onderrapportage komt vooral voor bij deelnemers boven de veertig jaar (Viet et al., 2003).

Gepresenteerde gegevens in Kompas: prevalentie

Vanwege de hiernaast genoemde kanttekeningen bij de zelfgerapporteerde gegevens is in het Kompas zoveel mogelijk gebruik gemaakt van gemeten gegevens voor het beschrijven van de omvang van het probleem.

Voor het weergeven van het percentage mensen met een verhoogde bloeddruk (prevalentie) zijn de percentages uit de volgende bronnen gecombineerd tot een range: Lokale en Nationale Monitor Gezondheid (2005/2006) en Doetinchem Cohort Studie (2003-2007). Hoewel deze gegevens verzameld zijn in verschillende populaties en niet in dezelfde periode en bovendien enkele kanttekeningen kennen (zie monitoring onderzoek en cohort onderzoek), geven ze toch een voorzichtige indicatie van het percentage mensen met verhoogde bloeddruk. Om de representativiteit te vergroten zijn de percentages uit beide bronnen eerst nog gewogen naar de bevolkingsopbouw op 1 januari 2006. De gegevens van het CBS (POLS, gezondheid en welzijn) zijn alleen gebruikt als deze gegevens recentere informatie kunnen bieden vergeleken met de andere bronnen.

Om verschillen tussen bevolkingsgroepen in het percentage mensen met een verhoogde bloeddruk weer te geven is gebruik gemaakt van gemeten gegevens uit het Regenboogproject (verschillen naar opleidingsniveau), zelfgerapporteerde gegevens van het CBS (verschillen naar opleidingsniveau) en uit lokaal onderzoek (verschillen naar etnische afkomst).

Gepresenteerde gegevens in Kompas: trend

Voor het weergeven van de trend in het percentage mensen met een verhoogde bloeddruk presenteert het Kompas gemeten gegevens uit drie afzonderlijke, maar wel elkaar in tijd opvolgende onderzoeken: Peilstationsproject Hart- en Vaatziekten, MORGEN-project en de laatste twee meetperioden van de Doetinchem Cohort Studie. Deze onderzoeken zijn in een aantal aspecten redelijk vergelijkbaar: bij allemaal zijn gegevens beschikbaar over de leeftijdsgroep van 35 tot 70 jaar en de woonplaatsen van de deelnemers komen ook enigszins overeen (bij allemaal is gemeten in Doetinchem en bij twee van de drie onderzoeken ook in Maastricht en Amsterdam).

De trendlijn moet met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd, omdat het derde onderzoek een relatief laag aantal deelnemers kent en omdat het bij de betreffende twee meetperioden grotendeels om dezelfde personen gaat.

De trends in sociaaleconomische verschillen in hoge bloeddruk zijn beschreven op basis van de zelfgerapporteerde gegevens van het CBS (POLS, gezondheid en welzijn).


Monitoring onderzoek

Lokale en Nationale Monitor Gezondheid: gemeten bloeddruk gegevens

De Lokale en Nationale Monitor Gezondheid bundelt gegevens die GGD’en op een uniforme wijze lokaal verzamelen in het kader van de regionale of lokale gezondheidsenquête. De meeste GGD'en houden zo'n enquête ongeveer eens in de vier jaar. Doordat vrijwel alle GGD’en in Nederland meedoen, kan het onderzoek gebeuren binnen een landelijk dekkend netwerk en zijn de zelfgerapporteerde gegevens representatief voor Nederland.

Wanneer GGD'en kiezen voor een combinatie met lichamelijk onderzoek krijgt een deel van de mensen behalve een vragenlijst ook een uitnodiging om voor dat onderzoek naar de GGD te komen. Idealiter gebeuren deze metingen continu en bij voorkeur ook in meerdere regio’s.

In 2005 en 2006 zijn gemeten gegevens verzameld in twee GGD-regio’s (GGD Nieuwe Waterweg Noord en GGD Zaanstreek Waterland); helaas heeft slechts een klein aantal mensen zich ook laten meten en hoeft deze groep niet representatief te zijn voor de Nederlandse bevolking. Vanwege deze beperkingen moeten we de betreffende onderzoeksgegevens over de bloedwaarden voor cholesterol en andere lichamelijke eigenschappen voorzichtig interpreteren.

Regenboogproject (1998-2001)

Het Regenboogproject is een onderzoek bij GGD’en dat plaatsvond in de periode 1998-2001. Doordat vrijwel alle GGD’en in Nederland meededen, kon de dataverzameling gebeuren binnen een landelijk dekkend netwerk. Deelnemers aan het vragenlijstonderzoek is bovendien gevraagd om deel te nemen aan een lichamelijk onderzoek bij de GGD; de respons binnen dit vervolgtraject was echter lager dan verwacht. Hoewel hiervoor deels gecorrigeerd is door middel van weging, heeft dit mogelijk invloed op de representativiteit van de data (Viet et al., 2003). Het gaat niet alleen om een relatief klein aantal personen, maar ook om een groep die niet representatief hoeft te zijn voor de gehele Nederlandse bevolking. Daarom moeten we de door GGD'en gemeten gegevens over bloeddruk en andere lichamelijke eigenschappen voorzichtig interpreteren (zie ook: Bronnen bij determinanten).

Binnen het Regenboogproject is gebruik gemaakt van een automatische bloeddrukmeter, terwijl binnen twee andere projecten, Peilstationsproject Hart- en vaatziekten en MORGEN-project, een handmatige Random Zero bloeddrukmeter is gebruikt. Op basis van een pilotonderzoek is gebleken dat bij gebruik van de automatische bloeddrukmeter de bovendruk (systolische bloeddruk) gemiddeld 2,7 mmHg hoger was dan bij gebruik van de handmatige Random Zero bloeddrukmeter. Voor de onderdruk (diastolische bloeddruk) werd geen verschil gevonden (Viet et al., 2000). Om de prevalenties uit de genoemde projecten onderling te kunnen vergelijken, zijn de bloeddrukmetingen op basis van de automatische bloeddrukmeter uit het Regenboogproject teruggerekend naar waarden conform een handmatige bloeddrukmeter (zie voor informatie over deze correctie: Wat is een verhoogde bloeddruk).


Cohort onderzoek

Doetinchem Cohort Studie (1987-2007)

Uit de Doetinchem Cohort Studie zijn gegevens beschikbaar over bloeddruk en andere risicofactoren voor diverse belangrijke (chronische) aandoeningen. In dit onderzoek is eenzelfde groep van bijna 6.400 mensen uit Doetinchem (het cohort) sinds 1987 regelmatig onderzocht

(Blokstra et al., 2006) (zie ook: Bronnen bij determinanten).

Vanwege de volgende kanttekeningen moeten we de gemeten gegevens over bloeddruk en andere risicofactoren voorzichtig interpreteren: het gaat om een relatief kleine groep mensen die niet representatief hoeft te zijn voor de gehele Nederlandse bevolking en het gaat bij de laatste twee meetperioden grotendeels om dezelfde personen.

Peilstationsproject Hart- en Vaatziekten (1987-1991)

In het Peilstationsproject Hart- en Vaatziekten zijn in de periode 1987-1991 de veranderingen nagegaan in het percentage mensen met verhoogde bloeddruk en met andere risicofactoren voor diverse belangrijke (chronische) aandoeningen. In deze periode vond regelmatig onderzoek plaats bij eenzelfde groep van ruim 36.000 mannen en vrouwen tussen de 20 en 60 jaar uit Amsterdam, Doetinchem en Maastricht (het cohort) (Verschuren et al., 1994) (zie ook: Bronnen bij determinanten).

MORGEN-project (1993-1997)

In het MORGEN-project, MOnitoring van Risicofactoren en Gezondheid in Nederland, is het vóórkomen van verhoogde bloeddruk en andere risicofactoren gemeten tussen 1993 en 1997. In deze periode is eenzelfde groep van circa 23.000 mannen en vrouwen uit Amsterdam, Doetinchem en Maastricht (het cohort) met regelmaat onderzocht (Blokstra et al., 2005) (zie ook: Bronnen bij determinanten).

Internationaal cohort onderzoek: MONICA (1980-1990)

In het WHO-project MONICA (multinational MONitoring of trends en determinants in CArdiovascular disease) zijn tien miljoen mannen en vrouwen van 25 tot 64 jaar (het cohort) tussen 1980 en 1990 onderzocht. Er is nagegaan welke veranderingen er in deze periode optraden bij deze mensen in het vóórkomen van cardiovasculaire aandoeningen, verhoogde bloeddruk en andere risicofactoren voor deze aandoeningen.


Lokaal onderzoek

Amsterdamse Gezondheidsmonitor

De Amsterdamse Gezondheidsmonitor (AGM) is in 2004 uitgevoerd bij circa 1.750 inwoners van Amsterdam, met speciale aandacht voor personen van Turkse of Marokkaanse afkomst (Uitenbroek et al., 2006). Voor het onderzoek is door getrainde interviewers een vragenlijst afgenomen waarmee informatie werd verzameld over ondermeer lichamelijke gezondheid en leefstijlfactoren. Tevens is een lichamelijk onderzoek verricht dat gericht was op het in kaart brengen van bloeddruk, lichaamsgewicht, bloedwaarden voor cholesterol en diabetes (niet-nuchtere glucose bepaling).

Eenmalig onderzoek bij Surinaamse Amsterdammers

De SUrinamers in Nederland Studie naar gezondheid en ETniciteit (SUNSET) is een onderzoek bij circa 2.000 Creoolse en Hindoestaanse Surinamers en autochtonen tussen de 15 en 60 jaar in Amsterdam (Bindraban, 2007). Tussen 2001 en 2003 is bij alle deelnemers aan huis een persoonlijk interview afgenomen over socio-demografische factoren, migratie geschiedenis, leefstijl en gezondheid. Tevens hebben alle deelnemers tussen de 35 en 60 jaar een lichamelijk onderzoek ondergaan waarbij onder andere bloeddruk, nuchter cholesterol en glucose, lengte en gewicht zijn gemeten.

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
URL: http://www.cbs.nl
GGD
Gemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst
GGD
Gemeentelijke/Gewestelijke Gezondheidsdienst (Municipal/Regional Health Service)
WHO
World Health Organization
Wereldgezondheidsorganisatie. URL: http://www.who.int

Definities

Bovendruk
De hoogte van de bloeddruk is afhankelijk van de weerstand die het bloed ondervindt als het in het lichaam wordt rondgepompt. Op het moment dat het hart samentrekt, wordt er meer bloed in de slagaders geperst en wordt de druk op de vaatwanden hoger.
Onderdruk
De hoogte van de bloeddruk is afhankelijk van de weerstand die het bloed ondervindt als het in het lichaam wordt rondgepompt. Op het moment dat het hart samentrekt, wordt er meer bloed in de slagaders geperst en wordt de druk op de vaatwanden hoger. Vervolgens ontspant het hart zich, waardoor de druk op de vaatwanden afneemt.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.