Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Straling
Geografische verschillen

Straling: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Ioniserende straling UV-straling Elektromagnetische velden

Ioniserende straling

Vergeleken met andere landen lage radonconcentraties in Nederlandse woningen

Nederland heeft door een gunstige bodemstructuur een lage gemiddelde radonconcentratie in woningen. In ons omringende landen zijn radonconcentraties vaak veel hoger omdat er rotsachtige bodems zijn waaruit veel radon vrijkomt in woningen (urlRIVM-Milieuportaal, dossier stralingsbelasting in Nederland, Onderwerp aandeel per stralingsbron; UNSCEAR, 2010).

Blootstelling door medische apparatuur in Nederland minder hoog dan in omringende landen

De blootstelling aan ioniserende straling door medisch diagnostische stralingstoepassingen is in de afgelopen jaren fors toegenomen, maar is in Nederland minder hoog dan in veel van de ons omringende landen (urlRIVM-Milieuportaal, dossier stralingsbelasting in Nederland, Onderwerp aandeel per stralingsbron; UNSCEAR, 2010).

Naar boven


UV-straling

Noord-zuid gradiënt in sterkte UV-straling

Vanwege de invloed van de zonnehoogte is er een sterke noord-zuid gradiënt in de sterkte van de UV-straling van de zon. Zo is de jaardosis van een op een horizontaal vlak ontvangen hoeveelheid UV-straling in het noorden van Scandinavië een factor twee lager dan in Nederland. De jaardosis is in het uiterste zuiden van Europa juist een factor twee hoger (zie urlRIVM-Milieuportaal, dossier ultraviolette straling). In het zuiden van Europa kan de zonkracht (maat voor de intensieteit van de zonnestraling) zomers rond de hoogste zonnestand de 10 overschrijden. In Nederland bereikt de zonkracht in de zomer de maximale waarde van ongeveer 7, met een enkele uitschieter tot 8. Variaties van jaar tot jaar en van dag tot dag komen door variaties in de dikte van de ozonkolom en de hoeveelheid bewolking.

Naar boven


Elektromagnetische velden

Europese landen gaan verschillend om met blootstellingslimieten

Uit een Eurobarometer-enquête uit 2007 blijkt dat er verschillen zijn tussen de lidstaten in de manier waarop men denkt over de mogelijke gezondseffecten van elektromagnetische velden (TNS Opinion & Social, 2007b). Ook zijn er verschillen tussen de lidstaten in de wijze waarop wordt omgegaan met de aanbevolen blootstellingslimieten. Er wordt op ruwweg drie verschillende manieren mee omgegaan. In de eerste groep lidstaten is de aanbeveling omgezet in bindende nationale wetgeving en moeten de in de Europese aanbeveling genoemde blootstellingslimieten worden toegepast. In de tweede groep lidstaten is het op de Europese aanbeveling gebaseerde nationale advies niet bindend of is er geen regelgeving. In de derde groep lidstaten gelden op basis van het voorzorgsprincipe of vanwege publieke druk strengere blootstellingslimieten: de gekozen waarden zijn soms gebaseerd op het principe "zo laag als redelijkerwijs mogelijk, zonder de dienstverlening in gevaar te brengen".

Naar boven

.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.