Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Grootschalige luchtverontreiniging
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken

Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van grootschalige luchtverontreiniging?

Langdurige blootstelling aan fijn stof leidt tot levensduurverkorting van ongeveer één jaar

De langdurige (enkele maanden tot jaren) blootstelling aan fijn stof heeft invloed op de gezondheid. Onder bepaalde aannames, kan berekend worden dat Nederlanders een verminderde levensduur hebben van ongeveer één jaar door langdurige blootstelling aan fijn stof (Knol et al., 2009; Knol & Staatsen, 2005; Pope et al., 2009). Met het oog op de gezondheid wordt het effect van langdurige blootstelling van groter belang geacht dan dat van kortdurende blootstelling.

Kortdurende blootstelling aan fijn stof leidt tot vroegtijdige sterfte

De gezondheidseffecten van kortdurende (enkele uren tot meerdere dagen) blootstelling aan fijn stof kunnen geschat worden door internationaal verzamelde gegevens naar de Nederlandse situatie te vertalen (zie tabel 1). Zo is in 2008 geschat dat in Nederland ongeveer 2.090 mensen per jaar door kortdurende blootstelling (piekbelasting) aan fijn stof stierven, waarvan 690 aan ziekten van de ademhalingswegen en 450 aan hart- en vaatziekten. Over het algemeen betreft het hier mensen die reeds bestaande aandoeningen hadden en waarbij de extra belasting ten gevolge van luchtverontreiniging het moment van overlijden heeft vervroegd. Het gaat dan vooral om ouderen en mensen met hart-, vaat- of longaandoeningen (zie ook: urlMilieuportaal). In veel gevallen is bij deze sterftecijfers geen eenduidige relatie aan te geven tussen het overlijden aan luchtverontreiniging en een specifieke risicofactor van het individu, zoals dat het geval is tussen roken en longkanker. Zo kan de weerstand tegen ziekte en sterfte op hoge leeftijd dusdanig zijn gedaald dat een kortdurende crisis, zoals een hittegolf of een episode van luchtverontreiniging, tot sterfte kan leiden.

Vooral verbrandingsaerosol heeft negatief gezondheidseffect

De schadelijke gezondheidsgevolgen zijn afhankelijke van de chemische samenstelling en grootte van de fijn stofdeeltjes. Huidig onderzoek wijst in de richting dat vooral de kleine (zwarte) roetdeeltjes schadelijk zijn voor de gezondheid (WHO-Europe, 2005b). Het gaat hier om deeltjes die vrij komen bij verbrandingsprocessen zoals bij verkeersuitstoot, energieopwekking, raffinaderijen, bij houtkachels en sommige industriële activiteiten, het zogenaamde verbrandingsaerosol. De grovere deeltjes van het fijn stof (PM10 met een diameter tussen 2,5 en 10 µm) zijn waarschijnlijk minder schadelijk, omdat ze in de bovenste luchtwegen worden tegengehouden. De fijnere deeltjes van fijn stof (PM2,5 met een diameter kleiner dan 2,5 µm) dringen door tot in de longen en daar kan deze vorm van fijn stof al in relatief lage concentraties klachten veroorzaken. Het verbrandingsaerosol bestaat hoofdzakelijk uit deeltjes die nog veel kleiner zijn dan PM2,5. PM2,5 wordt meer geassocieerd met mortaliteit (sterfte), terwijl PM10 meer wordt geassocieerd met morbiditeit (ziekte) (Brunekreef & Forsberg, 2005).

Andere bestanddelen van fijn stof zoals zeezout zijn mogelijk minder schadelijk (VROM, 2006). Omdat er nog geen definitieve en kwantitatieve gegevens zijn over de mogelijke verschillen in schadelijkheid tussen bestanddelen van fijn stof (WHO Europe, 2006) adviseert de Wereldgezondheidsorganisatie vooralsnog om de omvang van de gezondheidseffecten in de bevolking te berekenen alsof in het heterogene fijn stofmengsel van zowel PM10 als PM2,5 elke component gezondheidskundig even belangrijk is (WHO-Europe, 2005c). Dit is dan ook tot nu toe steeds als uitgangspunt bij de risicoschatting genomen (Compendium voor de Leefomgeving, 2010a).

Er is geen drempelwaarde voor fijn stof te noemen waaronder geen gezondheidseffect optreedt

Er is voor fijn stof geen concentratie waarbij geen negatieve gezondheidseffecten worden waargenomen (drempelwaarde) (Buringh & Opperhuizen, 2002). Dit betekent dat voor gezondheidseffecten niet alleen de 'klassieke', sterk meteorologische bepaalde smogepisoden (kortdurende blootstelling) belangrijk zijn, maar dat een veel groter aantal dagen met matig verhoogde niveaus (langdurige blootstelling) ook tot gezondheidseffecten kan leiden. Onderzoek wijst uit dat wonen in de nabijheid van drukke verkeerswegen schadelijk is voor de gezondheid (Gezondheidsraad, 2008h). Met de afstand tot de weg neemt de verkeersbijdrage aan de concentratie fijn stof snel af (Fischer et al., 2008).

Door ozon neemt de ernst, duur en frequentie van luchtwegklachten toe

Ozon dringt bij de inademing door tot in de kleinste luchtwegen en de longblaasjes en zorgt zo voor prikkeling van de slijmvliezen. De meest typische klachten van acute blootstelling aan ozon zijn een prikkelende ademhaling (hoesten) en irritatie van de ogen. Door ozon neemt de ernst, duur en frequentie van luchtwegklachten toe. In 2008 veroorzaakte de kortdurende blootstelling aan ozon 1.290 vroegtijdige sterfgevallen, waarvan 170 aan ziekten van de ademhalingswegen en 350 aan hart- en vaatziekten (zie tabel 1). Over de effecten van langdurige blootstelling aan ozon is vooralsnog nauwelijks iets bekend.

Luchtwegklachten door hoge concentraties NO2

In veel studies naar de effecten van verkeer op de gezondheid zijn relaties gevonden met de NO2-niveaus in de buitenlucht. Bij langdurige blootstelling aan relatief hoge concentraties stikstofdioxide wordt onder andere een verminderde longfunctie waargenomen bij kinderen. Ook een toename van astma-aanvallen en ziekenhuisopnamen voor astma en een verhoogde gevoeligheid voor luchtweginfecties komen voor. De gezondheidseffecten treden vooral op bij hoge inspanning, tijdens periodes met hoge concentraties NO2 in de buitenlucht. Met kan klachten voorkomen of verminderen door zich gedurende deze periodes niet langdurig in de buitenlucht in te spannen. Het is onduidelijk of NO2 zelf een effect op de gezondheid heeft of dat deze stof alleen een goede gidsstof is voor het door verkeersemissies gedomineerde luchtverontreinigingsmengsel.

Luchtverontreiniging verantwoordelijk voor 3-5% van de totale ziektelast in Nederland

Blootstelling aan luchtverontreiniging is verantwoordelijk voor ongeveer 3-5% van de totale ziektelast in Nederland. Dit blijkt uit onderzoek waarin voor zes Europese landen, waaronder Nederland, is onderzocht hoeveel van de totale ziektelast wordt veroorzaakt door blootstelling aan een aantal milieufactoren (EBoDE project, 2009). Alle onderzochte milieufactoren samen zijn verantwoordelijk voor ongeveer 3-7% van de totale ziektelast. Daarmee draagt luchtverontreiniging van alle onderzochte milieufactoren dus het meeste bij aan de ziektelast. Aangezien door gebrek aan gegevens niet alle milieufactoren en gezondheidseffecten meegenomen konden worden in deze berekeningen, zijn deze resultaten slechts een ruwe inschatting van de impact van het milieu op de gezondheid.

Geschatte gezondheidsrisico's van fijn stof zijn groter dan die voor ozon

De geschatte risico's geassocieerd met fijn stof zijn groter dan die van ozon. Luchtverontreiniging door fijn stof en ozon was in 2008 verantwoordelijk voor 1 tot 2% van de totale vroegtijdige sterfte. Voor vroegtijdige sterfte aan ziekten van de ademhalingswegen en hart- en vaatziekten was dit 1 tot 6%. Daarnaast was in 2008 1 tot 3% van de spoedopnamen voor long- en hart- en vaatziekten in Nederland het gevolg van luchtverontreiniging door fijn stof en ozon. Het is ook bij fijn stof en ozon onbekend of dit zelf de stoffen zijn die het effect veroorzaken of dat zij alleen de indicatoren voor een schadelijk mengsel zijn (Compendium voor de Leefomgeving, 2010e).

Tabel 1: Sterfte en ziekenhuisopnamen door kortdurende blootstelling aan fijn stof en ozon in Nederland in 2008 (Bron: Compendium voor de Leefomgeving, 2010e).

Totaal

waarvan

Nederland

fijn stof a

ozon b

Sterfte in 2008

aantal mensen

aantal mensen

Alle oorzaken

129.721

2.090

1.290

Ziekten van de ademhalingswegen

13.789

690

170

6.303

290

110

5.465

290

120

Hart- en vaataandoeningen

39.694

450

350

Spoedopnamen in 2008

Alle ziekten van de ademhalingswegen

76.637

1.030

0

Hart- en vaataandoeningen

108.071

1.320

200

a Uitgaande van een weekgemiddelde 24-uurs fijn stofconcentratie

b Uitgaande van een daggemiddelde 8-uursconcentratie (van 12 tot 20 uur)

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.