Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Binnenmilieu
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken

Preventie gericht op verbeteren binnenmilieukwaliteit

Bewoners hebben zelf veel invloed op de kwaliteit van het binnenmilieu

Ieder huishouden is zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het binnenmilieu. Ventileren verbetert de binnenmilieukwaliteit. Voor een goede ventilatie van de woning moeten ventilatievoorzieningen (zoals roosters of raampjes) in de woning altijd min of meer open staan. Een mechanische afzuiging van lucht moet op stand twee staan als er iemand in de woonkamer is. Ook het wijd openzetten van grote ramen of deuren kan helpen, maar dit effect is slechts van tijdelijke aard. Roosters, filters, ventilatoren en eventuele inblaasroutes moeten regelmatig gereinigd worden. Daarnaast is het belangrijk dat er zo weinig mogelijk vervuilende stoffen in het binnenmilieu komen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de aanwezigheid van vloerbedekking, het gebruik van bestrijdingsmiddelen, keuze van schoonmaakmiddelen, tabaksrook en rook uit een houtkachel.

Zie voor meer informatie over wat je zelf kunt doen om de binnenmilieukwaliteit te verbeteren: urldossier ventilatie van VROM

Gezondheidskundige advieswaarden voor binnenmilieu hebben geen wettelijke status

Het RIVM heeft in 2007 gezondheidskundige advieswaarden voor het binnenmilieu afgeleid. Deze advieswaarden kunnen gebruikt worden om de kwaliteit van het binnenmilieu te toetsen, maar ze hebben geen wettelijke status (Dusseldorp et al, 2004f). De advieswaarden zijn afgeleid voor een aantal chemische stoffen en fysische factoren. Voor biologische factoren en voor veel chemische en fysische factoren konden geen waarden worden afgeleid

Binnenmilieu centraal in Nationale Aanpak Milieu en Gezondheid

In de Nationale Aanpak Milieu en Gezondheid van het Ministerie van VROM staat het binnenmilieu in woningen, (basis)scholen en kinderdagverblijven centraal. Er zijn toenemende signalen dat ook het binnenmilieu in andere gebouwen/locaties, zoals ziekenhuizen en treinen te wensen overlaat. In het kader van de Nationale Aanpak Milieu en Gezondheid wordt ingezet op een verbeterde naleving van het bouwbesluit en het ontwikkelen van een opleveringskeuring voor ventilatiesystemen. Voor scholen voert de GGD onder andere een landelijk bewustwordingsprogramma uit. De GGD bezoekt binnen 5 jaar alle scholen met natuurlijke ventilatie met de zogenaamde 'ééndagsmethode'. Deze ééndagsmethode begint ’s ochtends met een meting van de luchtkwaliteit in de klaslokalen. Aan het einde van de schooldag krijgt de school een advies op maat met instructie over regelmatig ventileren. Ook krijgen de scholen een meter om de luchtkwaliteit te meten (zie ook: Wat is medische milieukunde?).

Beleid overheid gericht op voorlichting en eisen aan bouwmaterialen

De overheid probeert met behulp van voorlichting en eisen aan bouwmaterialen de kwaliteit van het binnenmilieu in woningen, scholen en kindercentra te bevorderen. Voorbeelden van voorlichting zijn de postbus 51 campagne over het belang van ventileren en het benadrukken van de noodzaak om gas- en elektra in huis goed te onderhouden. In het Bouwbesluit (2003) zijn eisen gesteld aan de toegestane concentraties vervuilende stoffen en straling in een ruimte. Zo bestaat er voor spaanplaat een keurmerk, dat garandeert dat de plaatmaterialen voldoen aan de gestelde norm voor het vrijkomen van formaldehyde. Als spaanplaat voorzien van dit keurmerk onder normale omstandigheden en in de juiste hoeveelheid gebruikt wordt, is er weinig gezondheidsrisico. Ook zijn in het Bouwbesluit bepalingen opgenomen over vocht, vooral waar het gaat om schimmel- en allergeenvorming. Om de lucht te verversen gelden er minimumeisen ten aanzien van de aan- en afvoercapaciteit van lucht. Als deze capaciteit maximaal gebruikt wordt in ruimten met gewone aantallen mensen en zonder bijzondere bronnen, dan voldoet de ventilatie vaak aan het advies van de Gezondheidsraad (Gezondheidsraad, 1984). In veel woningen is de capaciteit echter al bij oplevering kleiner door fouten bij de aanleg en neemt daarna snel af door gebrekkig onderhoud. De nieuwe tabakswet (2004) levert ook een bijdrage aan een schoner binnenmilieu door rookverboden op de werkplek, in bioscopen, ziekenhuizen, en in de trein. De in eerder Nederlands onderzoek gerapporteerde toename in de radonconcentraties in woningen die na 1970 zijn gebouwd, zijn wellicht voor een deel of misschien zelfs bijna geheel te wijten aan een toename van de thoronconcentraties (Stoop et al., 1998, Bader et al., 2010). Lopend onderzoek moet in de komende jaren duidelijkheid geven over de gevolgen voor de blootstelling aan straling in woningen. De overheid heeft afspraken gemaakt met het bedrijfsleven en streeft daarbij na de blootstelling aan straling in woningen niet te laten toenemen.

Zie voor informatie over beleid op het gebied van radon: urlradonbeleid

Zie ook:

Zie voor informatie over goede isolatie: urlwww.milieucentraal.nl

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

RIVM
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
Bilthoven. Email: info@rivm.nl, URL: http://www.rivm.nl
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.