Makkelijk en moeilijk te beïnvloeden factoren bepalen binnenmilieukwaliteit
Vele factoren beïnvloeden het binnenmilieu van woningen. Sommige hiervan zijn door de bewoners niet zo makkelijk te beïnvloeden, zoals: bouwjaar, bouwwijze en gebruikte bouwmaterialen; ligging (grondwater, zonnestand); ventilatie- en verwarmingsvoorzieningen (afvoerloze geisers en open haarden); externe bronnen als (vlieg)verkeer, industrie en van nature voorkomende stoffen (radon). Andere factoren zijn door de bewoners wel goed te beïnvloeden, zoals: het gedrag van de bewoners (roken, hobby's, aanwezigheid huisdieren, ventilatie); de gebruikte afwerkingsmaterialen (zoals verf) en het gebruik van consumentenartikelen (apparaten); onderhoud en beheer van de woning ().
Vocht in huis door koken, douchen, (af)wassen en bouwkundige gebreken
Vochtproblemen ontstaan wanneer vochtige lucht, afkomstig van bijvoorbeeld koken, het binnen drogen van wasgoed, douchen of afwassen, door onvoldoende ventilatie blijft hangen. Ook bij het ademhalen komt er vocht vrij. Vochtproblemen kunnen eveneens een gevolg zijn van bouwkundige gebreken zoals lekkage, optrekkend vocht, koudebruggen en een niet luchtdichte vloer boven een kruipruimte.
Huisdieren, huisstofmijt, schimmels en pollen bronnen van allergenen
Bronnen van allergenen zijn huisdieren, de huisstofmijt, schimmels en pollen. Huisstofmijten gedijen goed in (oudere) matrassen, gestoffeerde meubelen, kleden en tapijten. Huisstofmijten en schimmels groeien goed op vochtige plaatsen en bij een temperatuur van meer dan twintig graden Celsius.
Roken sterkste vervuiler van binnenlucht
Roken is de sterkste vervuiler van de binnenlucht. Door roken komen veel schadelijke stoffen in de binnenlucht. Tabaksrook bestaat uit duizenden chemische stoffen, waarvan er (minstens) veertig kankerverwekkend zijn. Tabaksrook bevat onder andere ’s, benzeen, koolstofmonoxide, formaldehyde, roetdeeltjes en fijnstof (zie ook: roken).
Slechte afvoer leidt tot verbrandingsproducten in binnenmilieu
Verbrandingsproducten komen in de binnenlucht terecht, als ze niet (goed) worden afgevoerd (). Dit komt voor bij koken op gas en gebruik van een gasoven, afvoerloze geiser, gel- of oliekachel zonder afvoer of open haard. Koolmonoxide (CO) bijvoorbeeld, komt vrij bij onvolledige verbranding. Dit vindt plaats wanneer er te weinig zuurstof voor de verbranding beschikbaar is. PAK’s en fijn stof kunnen vrijkomen bij het gebruik van een open haard. Bij slechte ventilatie, of wanneer er geen afzuiging gebruikt wordt, kunnen deze stoffen zich ophopen in het binnenmilieu.
Vluchtige organische stoffen in binnenmilieu afkomstig van consumentenproducten en bouwmaterialen
Vluchtige organische stoffen (VOS) kunnen vrijkomen uit allerlei producten, zoals verf- en schoonmaakmiddelen, cosmetica, luchtverfrissers en bouwmaterialen. Een belangrijke VOS in het binnenmilieu is formaldehyde, dat vrijkomt uit spaanplaat. Voor spaanplaat bestaat echter een keurmerk, dat garandeert dat de plaatmaterialen voldoen aan de gestelde norm voor het vrijkomen van formaldehyde. Als spaanplaat voorzien van dit keurmerk onder normale omstandigheden en in de juiste hoeveelheid gebruikt wordt, is er weinig gezondheidsrisico. Formaldehyde kan ook ontstaan door een reactie van limoneen (citroengeur) met ozon.
Radon komt uit bodem en steenachtige bouwmaterialen
Radon is een natuurlijk radioactief gas dat straling afgeeft. Omdat radon een edelgas is, kan het vrijkomen uit de bodem of bouwmaterialen die uit bodemmateriaal zijn gemaakt. Radongas kan via de kruipruimte en vanuit minerale bouwmaterialen als beton, cellenbeton en kalkzandsteen in de woning terecht komen. In Nederland zijn vooral de bouwmaterialen van belang (; ), omdat uit de Nederlandse bodems weinig radon vrijkomt. Het verval van radon leidt tot dochterproducten die zelf ook radioactief zijn. Die dochterproducten zijn geen edelgassen en ze hechten zich gemakkelijk aan stofdeeltjes die kunnen worden ingeademd en dan in de longen terechtkomen waar ze zorgen voor een stralingsdosis. Uit recent onderzoek blijkt dat naast radon een ander radioactief isotoop van radon, thoron genaamd een belangrijker rol kan spelen bij de stralingsbelasting in de woning dan voorheen aangenomen (; ). Daarover loopt verder onderzoek. In Nederland zijn geen grote geografische verschillen in radonconcentraties in woningen. In het buitenland is de gemiddelde radonconcetratie in woningen doorgaans hoger dan in Nederland, doordat er streken zijn waar vanuit de bodem aanzienlijk meer radon vrijkomt in de woning.
Zie ook:
Wat zijn de belangrijkste bronnen van straling?
Figuur 1: Oorzaken (%) van gezondheidsklachten door binnenmilieu, 2007 ().
* Geen vochtprobleem
Asbest werd vroeger gebruikt in cement
Asbest is een natuurlijk product, dat vroeger veel gebruikt werd in en om huizen, vooral in cement. Asbestvezels kunnen vrijkomen bij de verwerking (bijvoorbeeld zagen of schuren) van asbesthoudende materialen. Asbest wordt niet meer gebruikt in nieuwe woningen.
De belangrijkste oorzaken van gezondheidsklachten door slecht binnenmilieu zijn vocht, schimmels en stank
Bijna tweederde van de milieugerelateerde gezondheidsklachten die in de periode 2007-2008 bij de GGD'en binnenkwamen hadden betrekking op het binnenmilieu (). De belangrijkste genoemde oorzaken waren vocht en schimmels (zie figuur 1).
Goede ventilatie verbetert binnenmileukwaliteit door afvoer van ongezonde stoffen
De mate van ventilatie is van grote invloed op de binnenmilieukwaliteit: Hoe meer en beter de ventilatie, hoe beter de binnenmilieukwaliteit. In het algemeen kan gesteld worden dat huizen die sinds de jaren tachtig zijn gebouwd geen goede ventilatiemogelijkheden hebben. In die periode werden huizen goed geïsoleerd, wat de natuurlijke ventilatie beperkte. Oudere huizen hebben vaak een goede natuurlijke ventilatie en nieuwere huizen een betere mechanische ventilatie. Doordat uit het oogpunt van energiebesparing woningen steeds meer 'luchtdicht' zijn, en vaak vanwege geluidhinder en inbraakrisico ramen worden dichtgehouden, is bewust ventileren belangrijker geworden om de binnenmilieukwaliteit op peil te houden. Bij onvoldoende ventileren is er in nieuwbouwwoningen een risico op een slechte binnenmilieukwaliteit (zie ook:
Dossier ventilatie van VROM).
Zie ook: