U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheidsdeterminanten›Omgeving›Sociale leefomgeving›Sociale steun›Sociale steun samengevat
Sociale steun bestaat uit interacties (wisselwerkingen) tussen mensen die tegemoet komen aan sociale basisbehoeften (zoals affectie, goedkeuring, erbij horen en veiligheid) van de ontvanger. Sociale steun ontvang je dus binnen relaties met andere mensen en heeft daarin de vorm van interacties. Voorbeelden van deze interacties zijn een compliment, advies of hulp bij klussen in en om het huis. Onder sociale steun vallen deze sociale interacties maar ook de tevredenheid daarmee. Tevredenheid is de mate waarin de sociale interacties overeenkomen met de behoeften.
Verschillende vormen van sociale steun zijn: emotionele ondersteuning zoals genegenheid of geruststelling, waardering, instrumentele ondersteuning (praktische hulp of advies), gezelschap en informatieve ondersteuning (informatie over gedrag).
Mensen die veel sociale steun krijgen, hebben een hogere kans om langer te leven dan mensen met een vergelijkbare gezondheid die minder sociale steun krijgen.
Sociale steun beschermt tegen het ontstaan van hart- en vaatziekten. Vooral emotionele steun zorgt bovendien voor een gunstiger prognose bij mensen die al aan hart- en vaatziekten lijden.
Gebrek aan sociale steun voor kinderen voorspelt psychische problemen op volwassen leeftijd. Bij volwassenen beschermt emotionele steun tegen het ontstaan van depressies en angststoornissen. Ook bij mensen met reuma, kanker en diabetes heeft sociale steun invloed op de psychische gezondheid.
Hoe groter het sociaal netwerk, des te hoger de hoeveelheid verkregen steun, de tevredenheid hiermee en de mate van steun die mensen verwachten te krijgen als het nodig is.
De omvang van sociale steun van familie zoals ouders, kinderen, broers en zussen, is groot in Nederland. Het gaat hierbij om hulp in het huishouden, bij klussen, bij het opvangen van de kinderen en financiële steun.
Ouderen met een hoger inkomen en een hogere opleiding zijn meer tevreden met de steun die zij krijgen van familie en vrienden dan ouderen met een lagere sociaaleconomische status.
Vrouwen ontvangen tot een jaar na een hartinfarct minder sociale steun dan mannen die een hartinfarct gehad hebben.
In Nederland is het percentage mensen dat veel sociale steun ervaart met ruim 34% het hoogste in de Europese Unie. Daarmee hoort Nederland samen met Denemarken, Zweden, Ierland en Groot-Brittannië bij de top vijf. Het percentage mensen dat veel sociale steun ervaart is het laagst in Finland. Finland vormt samen met Italië, Griekenland, Portugal en Frankrijk de vijf laagst scorende landen van de Europese Unie.