Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Eenzaamheid
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken

Wat zijn mogelijke gezondheidsgevolgen van eenzaamheid?

Eenzame mensen hebben minder gezonde leefstijl

Eenzame mensen hebben een minder gezonde leefstijl. Dit blijkt uit bestudering van verschillende onderzoeken waarin de relatie tussen eenzaamheid en gezonde leefstijl gemeten is (Yarcheski et al., 2004). Gezonde leefstijl is in deze onderzoeken een samengestelde maat voor lichaamsbeweging, gezond eten, ontspanning zoeken, matig middelengebruik (alcohol, sigaretten, cafeïne), veilig gedrag en regelmatige gezondheidscontroles door (tand)arts of zelf (gewicht). Het gevonden negatieve verband tussen eenzaamheid en gezonde leefstijl is zelfs groter dan dat tussen eenzaamheid en de andere bestudeerde voorspellers van gezonde leefstijl zoals sociale steun, ervaren gezondheidstoestand, eigen effectiviteit, eigenwaarde, leeftijd en inkomen (Yarcheski et al., 2004).

Eenzaamheid vermindert lichaamsbeweging

Voor specifiek lichaamsbeweging geldt dat eenzaamheid de hoeveelheid lichaamsbeweging gedurende twee jaren vermindert. Ook voorspelt eenzaamheid een grotere kans op verandering van lichaamsbeweging in inactiviteit (Hawkley et al., 2003). De onderzoekers concluderen op basis van dit onderzoek onder volwassenen van 50 tot 68 jaar dat eenzaamheid een onafhankelijke risicofactor is voor vermindering van lichamelijke activiteit en de kans vergroot dat lichamelijke activiteit na verloop van tijd stopt.

Eenzaamheid vergroot kans op roken

Ook voor roken bestaat een verband met eenzaamheid: eenzame mensen zijn vaker rokers dan mensen die niet eenzaam zijn. Uit onderzoek onder een grote groep volwassenen van 18 jaar en ouder in Australië blijkt dat de kans op roken in de groep mensen die eenzaam is, groter is dan in de groep die niet eenzaam is. Dit geldt ook na correctie voor andere factoren die het roken kunnen verklaren zoals burgerlijke staat, leeftijd, geslacht en overgewicht (Lauder et al., 2006).

Eenzaamheid kan leiden tot depressie en suïcide

Eenzaamheid kan tot een depressie leiden. Dit blijkt uit verschillende onderzoeken bij mensen van middelbare leeftijd en ouderen. Het gaat hierbij om studies die mensen gedurende enkele jaren volgden en waaruit blijkt dat mensen met eenzaamheidsgevoelens vaker een depressie krijgen (Green et al., 1992; Heikkinen & Kauppinen, 2004; Cacioppo et al., 2006; Heinrich & Gullone, 2006). Deze invloed van eenzaamheid op het later ontstaan van een depressie is onafhankelijk van andere risicofactoren zoals leeftijd, geslacht, etniciteit, opleiding, inkomen, burgerlijke staat, sociale steun en ervaren stress (Cacioppo et al., 2006).

Daarnaast zijn er in diverse onderzoeken verbanden gevonden tussen eenzaamheid en (poging tot) suïcide (Heinrich & Gullone, 2006).

Coronaire hartziekten door eenzaamheid

Er zijn aanwijzingen dat eenzaamheid de kans op het krijgen van hartaandoeningen vergroot, ook na correctie voor andere risicofactoren van coronaire hartziekten. In een prospectief onderzoek onder 25- tot 74-jarigen in de Verenigde Staten is een verband gevonden tussen eenzaamheid en het later ontwikkelen van coronaire hartziekten. Hoewel dit onderzoek plaatsvond bij zowel mannen als vrouwen werd alleen bij eenzame vrouwen een verhoogd risico op het krijgen van coronaire hartziekten gevonden. Een mogelijke verklaring hiervoor is het geringe aantal mannen dat hoog op eenzaamheid scoorde in dit onderzoek (Thurston & Kubzansky, 2009). Een verband tussen eenzaamheid en coronaire hartziekten is ook gevonden in een ander onderzoek. Daaraan namen mannen en vrouwen van 58 tot 90 jaar deel. Eenzaamheid blijkt in deze groep met een drie keer hogere kans op hartziekten samen te hangen. Het gaat hier echter om het gelijktijdig meten van eenzaamheid en hartaandoeningen. Daardoor is het onduidelijk of eenzaamheid tot hartaandoeningen leidt of andersom (Sorkin et al., 2002).

Eenzame adolescenten en jongvolwassenen: lager oordeel eigen gezondheid

Uit verschillende onderzoeken in de Verenigde Staten blijkt dat eenzame adolescenten en eenzame jongvolwassenen (12 tot 32 jaar) hun gezondheidstoestand als minder goed beoordelen dan niet-eenzame leeftijdsgenoten (Mahon et al., 2003). Deze samenhang tussen eenzaamheid en het lagere oordeel over de gezondheid is groter bij jonge adolescenten (12 tot 14 jaar) dan bij de adolescenten van 14 tot 21 jaar en ook groter dan bij de jongvolwassenen (22 tot 32 jaar) (zie ook: Ervaren gezondheid).

Eenzaamheid verhoogt mogelijk risico op ziekte van Alzheimer

Eenzaamheid leidt mogelijk tot een grotere kans op de ziekte van Alzheimer (zie: Dementie). Uit een onderzoek in de Verenigde Staten komt namelijk naar voren dat het risico om de ziekte van Alzheimer te krijgen meer dan twee keer zo groot is onder sterk eenzame ouderen dan onder ouderen met een lage score op eenzaamheid. Een verhoogd risico op de ziekte van Alzheimer bij sterke eenzaamheid blijft overigens ook bestaan na correctie voor de invloed van andere determinanten van de ziekte van Alzheimer (leeftijd, geslacht, opleidingsniveau, sociale isolatie, cognitieve stimulering door bijvoorbeeld lezen, lichamelijke activiteit, etniciteit, inkomen, lichamelijke beperkingen en vasculaire risicofactoren en - aandoeningen). De gemiddelde leeftijd van de onderzoeksdeelnemers was 81 jaar bij de start van het onderzoek dat deze mensen vier jaar volgde (Wilson et al., 2007b).

Hogere kans op overlijden door eenzaamheid

In Nederlands onderzoek is een hogere kans op overlijden door eenzaamheid gevonden. Bij mensen van 55 tot 85 jaar die aan dit onderzoek deelnamen, blijkt eenzaamheid direct samen te hangen met een verhoogde kans op vroeg overlijden, ook na correctie voor de risicofactoren leeftijd, geslacht, het hebben van chronische ziektes, alcoholgebruik, roken, eigen oordeel over de gezondheid en functionele beperkingen. Mensen met de hoogste score op eenzaamheid hebben 1,89 meer kans om te overlijden dan degenen die het laagst scoren op eenzaamheid. De gemiddelde follow-up was ruim twee jaar (Penninx et al., 1997).

Ook uit onderzoek in de Verenigde Staten met een langere follow-up blijkt dat eenzaamheid de kans op overlijden verhoogt. Het onderzoek vond plaats tussen 1965 en 1999 bij mensen die bij de start van het onderzoek 21 jaar of ouder waren. Onafhankelijk van leeftijd en geslacht bleek de kans op overlijden 1,63 keer hoger voor personen die aangaven dat zij zich vaak eenzaam voelen ten opzichte van personen die aangaven dat zij zich nooit eenzaam voelen. Voor mensen die rapporteerden dat zij zich soms eenzaam voelden was de kans op overlijden nog steeds 1,2 keer hoger dan voor de niet-eenzamen. Het gaat hier om sterfte als gevolg van alle mogelijke doodsoorzaken samen. Het toevoegen van sociaaldemografische kenmerken als etniciteit, opleiding en inkomen verlaagt de voorspellende waarde van eenzaamheid iets maar de hierboven beschreven verschillen in sterftekans blijven ook dan betekenisvol (Patterson & Veenstra, 2010).

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Cacioppo JT, Hughes ME, Waite LJ, Hawkley LC, Thisted RA.Loneliness as a specific risk factor for depressive symptoms: cross-sectional and longitudinal analyses. Psychol Aging, 2006; 21(1): 140-51.
  • Green BH, Copeland JRM, Dewey ME, Sharma V, Saunders PA, Davidson IA, et al.Risk factors for depression in elderly people: a prospective study. Acta Psychiatr Scand, 1992; 86(3): 213-7.
  • Hawkley LC, Burleson MH, Berntson GG, Cacioppo JT.Loneliness in everyday life: cardiovascular activity, psychosocial context, and health behaviors. J Pers Soc Psychol, 2003; 85(1): 105-20.
  • Heikkinen RL, Kauppinen M.Depressive symptoms in late life: a 10-year follow-up. Arch Geront Geriatr, 2004; 38(3): 239-50.
  • Heinrich LM, Gullone E.The clinical significance of loneliness: a literature review. Clin Psychol Rev, 2006; 26(6): 695-718.
  • Lauder W, Mummery K, Jones M, Caperchione CA.A comparison of health behaviours in lonely and non-lonely populations. Psychol Health Med, 2006; 11(2): 233-45.
  • Mahon NE, Yarcheski A, Yarcheski TJ.Loneliness and health-related variables in early adolescents: an extension. Psychol Rep, 2003; 93(1): 233-4.
  • Patterson AC, Veenstra G.Loneliness and risk of mortality: a longitudinal investigation in Alameda County, California. So Sci Med 2010; 71(1): 181-6.
  • Penninx BWJH, Tilburg TG van, Kriegsman DMW, Deeg DJH, Boeke AJP, Eijk JTHM.Effects of social support and personal coping resources on mortality in older age: the Longitudinal Aging Study Amsterdam. Am J Epidemiol 1997; 146(6): 510-9.
  • Sorkin D, Rook KS, Lu JL.Loneliness, lack of emotional support, lack of companionship and the likelihood of having a heart condition in an elderly sample. Ann Behav Med, 2002; 24(4): 290-8.
  • Thurston RC, Kubzansky LD.Women, loneliness, and incident coronary heart disease. Psychosom Med, 2009; 71(8): 836-42.
  • Wilson RS, Krueger KR, Arnold SE, Schneider JA, Kelly JF, Barnes LL, et al.Loneliness and risk of Alzheimer disease. Arch Gen Psychiatry, 2007b; 64(2): 234-40.
  • Yarcheski A, Mahon NE, Yarcheski TJ, Cannella BL.A meta-analysis of predictors of positive health practices. J Nurs Scholarship, 2004; 36(2): 102-8.

Begrippen en afkortingen

Definities

Prospectief
‘Vooruitkijkend’, op de toekomst gericht. Zie ook cohortonderzoek.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.