Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Voeding
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken

Wat is gezonde voeding?

Nutriënten onmisbaar voor ons lichaam

Voeding levert energie, bouwstoffen en regulerende stoffen, samen voedingstoffen of nutriënten genoemd. Nutriënten zijn nodig om nieuwe weefsels en cellen te kunnen vormen, of om hun structuur en functie te onderhouden. Op basis van de hoeveelheid waarin deze stoffen in de voeding voorkomen, zijn zij onder te verdelen in macronutriënten (koolhydraten, vetten, eiwitten en alcohol), micronutriënten (vitamines, mineralen en spoorelementen) en voedingsvezel. Veel van deze nutriënten zijn essentieel. Dat betekent dat het lichaam deze stoffen nodig heeft en ze niet of onvoldoende zelf kan maken (Verkleij & Van Kreijl, 2004).

Advies over optimale voeding in Richtlijnen goede voeding

De Icoon: urlRichtlijnen goede voeding vormen een advies over de gewenste voeding voor de Nederlandse bevolking vanaf de leeftijd van twaalf maanden met een stabiel en gezond gewicht. De Richtlijnen goede voeding zijn vooral gericht op de preventie van overgewicht, hart- en vaatziektendiabetes mellitus type 2 en bepaalde vormen van kanker. De richtlijnen zijn bedoeld om de overheid te steunen bij het ontwikkelen van beleid en bij het monitoren van de effecten ervan (GR, Gezondheidsraad, 2006h).

De Richtlijnen goede voeding (GR, Gezondheidsraad, 2006) zijn:

  • Gebruik dagelijks 150-200 gram groente en 200 gram fruit.
  • Gebruik dagelijks 30-40 gram vezel, vooral afkomstig van groente, fruit en volkoren graanproducten.
  • Gebruik per week twee porties vis (à 100-150 gram), waarvan ten minste één portie vette vis.
  • Beperk het gebruik van verzadigde vetzuren tot minder dan 10 energieprocent (en%) en van enkelvoudig trans-onverzadigde vetzuren tot minder dan 1 en%.
  • Beperk het gebruik van voedingsmiddelen en dranken met gemakkelijk vergistbare suikers en dranken met een hoog gehalte aan voedingszuren tot 7 eet/drinkmomenten per dag (inclusief hoofdmaaltijden).
  • Beperk de inname van keukenzout tot maximaal 6 gram per dag.
  • Indien men alcoholische drank gebruikt, beperk dit dan tot twee standaard glazen (mannen) of één standaardglas (vrouwen) per dag.
  • Op ten minste vijf – maar bij voorkeur op alle – dagen van de week minstens een half uur matig inspannende lichamelijke activiteit in de vorm van bijvoorbeeld stevig lopen, fietsen of tuinieren.

Richtlijnen goede voeding onderzocht op duurzaamheid

In 2011 heeft de Gezondheidsraad de 'Richtlijnen goede voeding ecologisch belicht' gepubliceerd, als antwoord op de vraag in hoeverre de Richtlijnen goede voeding duurzaam zijn (GR, Gezondheidsraad, 2011b). Hieruit volgt dat de aanbeveling voor de visconsumptie ecologisch belastend is, vooral voor de biodiversiteit van zeeën en oceanen. Ook als de aanbeveling verlaagd wordt naar éénmaal per week (vette) vis. Vanuit ecologisch oogpunt is het wenselijk de nadruk te leggen op vissoorten die niet overbevist worden of die op een milieuvriendelijke manier worden gekweekt. 

Voedingsnormen geven advies over energie en nutriënten

In de Voedingsnormen geeft de Gezondheidsraad advies over de juiste hoeveelheden energie en (micro)nutriënten die mensen nodig hebben. Om zo tekorten van bepaalde nutrienten te voorkomen én te zorgen voor een beperkt risico op een inname hoger dan de vastgestelde veilige bovengrens. De meest recente voedingsnormen zijn de nieuwe voedingsnormen voor vitamine D (GR, Gezondheidsraad, 2012). 

Aanbevolen hoeveelheden in Richtlijnen Voedselkeuze

De Icoon: urlRichtlijnen Voedselkeuze zijn een vertaling van de Richtlijnen goede voeding en de voedingsnormen voor de praktische toepassing in de voedingsvoorlichting aan de bevolking. In de Richtlijnen Voedselkeuze staan de aanbevolen dagelijkse hoeveelheden van voedingsmiddelen om binnen het Nederlandse voedingspatroon te komen tot de Richtlijnen goede voeding (Voedingscentrum, 2011).

Extra micronutriënten voor specifieke bevolkingsgroepen

Goede en gevarieerde voeding levert de algemene, gezonde bevolking voldoende micronutriënten. Alleen sommige bevolkingsgroepen hebben, vanwege hun specifieke situatie, een verhoogd risico op een tekort van een bepaald nutriënt. Voor hen geldt een specifiek advies om naast een gevarieerde eetpatroon extra micronutriënten te nemen. Het gaat om de volgende micronutriënten en groepen (GR, Gezondheidsraad, 2012; GR, Gezondheidsraad, 2009; GR, Gezondheidsraad, 2006g; GR, Gezondheidsraad, 2003b; GR, Gezondheidsraad, 2001; GR, Gezondheidsraad, 2000; GR, Gezondheidsraad, 1992):

  • Foliumzuur voor vrouwen met een kinderwens. De reden hiervoor is het verminderde risico op de geboorte van een kind met neurale buisdefecten.
  • Vitamine K om hersenbloedingen te voorkomen, voor pasgeborenen en borstgevoede zuigelingen gedurende de eerste drie maanden na de geboorte.
  • Vitamine B12 voor veganisten. Borstgevoede zuigelingen met een moeder die veganistisch eet en geen extra vitamine B12 gebruikt, lopen een zeer groot risico op ernstige neurologische klachten als gevolg van een vitamine B12-tekort.
  • Vitamine D voor verschillende bevolkingsgroepen (zie hierna).

Extra vitamine D voor verschillende bevolkingsgroepen

Vitamine D speelt een rol bij de botopbouw en wordt onder invloed van ultraviolette straling uit zonlicht aangemaakt in de huid. Hoeveel vitamine D er wordt aangemaakt, hangt af van de leeftijd, de hoeveelheid pigment in de huid en de tijdsduur dat de huid is blootgesteld aan de zon (IARC, 2008b). Vitamine D zit ook in voeding, bijvoorbeeld in vis, vlees, halvarine en margarine. De Gezondheidsraad adviseert de volgende bevolkingsgroepen extra vitamine D in te nemen (GR, Gezondheidsraad, 2012):

  •  jonge kinderen van 0 tot 4 jaar (10 mcg)
  •  mensen met een donkere huid (10 mcg)
  •  mensen die weinig of niet in de zon komen (10 mcg)
  •  vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven (10 mcg) 
  •  vrouwen die een sluier dragen (10 mcg)
  •  vrouwen van 50-70 jaar (10mcg)
  •  mannen en vrouwen vanaf 70 jaar (20 mcg)

Voeding en beweging bepalen energiebalans

Voeding en beweging bepalen samen de energiebalans. De energiebalans is in evenwicht als de dagelijkse inname van energie (voeding) even groot is als het dagelijkse energieverbruik. Bij een groot deel van de bevolking is sprake van te veel eten in verhouding tot de mate van lichamelijke activiteit. Dit verhoogt het risico op overgewicht.

Een te lage energie-inname komt in Nederland niet vaak voor en alleen bij specifieke groepen, zoals zwangere vrouwen, ouderen, chronisch zieken, alcohol- en drugsverslaafden en personen met eetstoornissen als anorexia nervosa. Een te lage energie inname kan gepaard gaan met tekorten aan micronutriënten en/of een te sterke afname van lichaamsgewicht. Bij chronisch te veel of te weinig eten is de inname van nutriënten niet optimaal voor het functioneren van het menselijke lichaam, wat tot ziekte en voortijdige sterfte kan leiden (Ocké & Kromhout, 2004).

Voedselconsumptiepeiling meet wat Nederlanders eten

De Icoon: urlvoedselconsumptiepeilingen (VCP) brengen de voedselconsumptie en nutriënten inname van de Nederlandse bevolking in beeld. De laatste resultaten zijn van de VCP-basisgegevensverzameling 2007-2010, waarin het RIVM de consumptie van de algemene bevolking van 7 tot 69 jaar heeft gemeten (Van Rossum et al., 2011). In de volgende VCP wordt van 2012 tot 2016 de voedselconsumptie in de leeftijdsgroep van 1 tot en met 79 jaar gemeten.

Voor enkele mineralen kan de inname met voedselconsumptiepeilingen niet goed worden bepaald en is voedingsstatusonderzoek nodig. Dit is bijvoorbeeld het geval voor jodium en natrium (zout). De jodium- en natriuminname kunnen worden afgeleid uit hun uitscheiding in 24-uurs urine (Van den Hooven et al., 2007).

Voeding en voedsel zijn niet hetzelfde

Voeding en voedsel zijn verschillende begrippen die niet inwisselbaar zijn. Voedsel is het geheel van voedingsmiddelen en dranken dat beschikbaar is. Het begrip voeding is breder en gaat over aspecten als voedingsgedrag (Waarom eten we wat we eten? En wat eten we dan, en hoeveel?), metabolisme (Wat gebeurt er met wat we consumeren?) en welke nutriënten en hoeveel energie heeft het lichaam nodig om goed te kunnen functioneren (En wat gebeurt er met onze gezondheid als we te weinig of te veel van een bepaald nutriënt binnenkrijgen?).

Dit onderwerp gaat over voeding en in het bijzonder over de vraag of de huidige en toekomstige voeding voldoet aan de Richtlijnen goede voeding voor de algemene bevolking en aan de aanbevelingen voor micronutriënten voor specifieke risicogroepen.

Zie ook:

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Definities

Voedingsstatusonderzoek
Met voedingsstatusonderzoek wordt door middel van de bepaling van parameters in bijvoorbeeld bloed of urine de vitaminen- en mineralenvoorziening van de bevolking vastgesteld.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.17, 23 juni 2014
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.