Op zoek naar actuele informatie?
Onderstaande resultaten zijn afkomstig van de Voedselconsumptiepeilingen (VCP) van 2003 naar jongvolwassenen. Bent u op zoek naar de meest recente basisgegevensverzameling van 2007-2010 over de algemene bevolking van 7 tot 69 jaar? Lees dan verder op de site van de
Voedselconsumptiepeiling.
Nederlanders eten te veel ongezonde vetten
De resultaten van de Voedselconsumptiepeiling () in 2003 laten zien dat ruim de helft van de jongvolwassenen voldoet aan de richtlijnen voor de totale vetinname: minder dan 35 energieprocent (), zie tabel 1. Echter 89% van de mannen en 94% van de vrouwen consumeert nog te veel verzadigde vetzuren (> 10 en%) en maar 60% van de mannen en 21% van de vrouwen gebruikt een voeding die minder dan 1 en% transvetzuren bevat. Alleen voor de gemiddelde inname van transvetzuren benaderen de 19- tot 30-jarigen de aanbevolen hoeveelheid van maximaal 1 en% (zie tabel 3; , 2003; ). Ook een groot deel van de 4- tot 6-jarige kinderen eet te veel verzadigd vet ().
Zie ook:
Voeding en consumptie in Zorggegevens
Nederlanders eten te weinig vis
Hoewel aanbevolen wordt twee keer per week vis te eten, eet maar iets meer dan 40% van de Nederlanders minimaal één keer per maand vis (zie tabel 1). Slechts 9% van de Nederlandse kinderen voldoet aan de aanbeveling van twee keer per week vis (zie tabel 2). Eén op de vier kinderen en één op de vijf jongvolwassenen eet zelfs nooit vis (; ). Vis bevat gezonde onverzadigde visvetzuren en consumptie kan bijdragen aan een gezondere vetinname. De vetinname in Nederland zou dus nog kunnen verbeteren als mensen meer vis gaan eten.
Consumptie van groente, fruit en vezels blijft onvoldoende
Van de jongvolwassenen eet slechts 2% minstens 150 gram groenten per dag en niemand eet de dagelijks benodigde 200 gram. Van de 2- tot 3-jarigen eet ongeveer 80% minder dan de aanbevolen 50 tot 100 gram groente per dag. Bijna geen van de 4- tot 6-jarigen voldoet aan de aanbeveling van 100 tot 150 gram groente per dag. De consumptie van fruit is niet veel beter dan die van groente: maar 7 tot 8% van de jongvolwassenen en 21 tot 30% van de kinderen eet de aanbevolen hoeveelheid fruit (zie tabellen 1 en 2) (; ). Groente en fruit zijn belangrijke bronnen van vezels. Slechts 5 tot 10% van de Nederlanders eet voldoende voedingsvezel. De richtlijn is 3,4 gram per megajoule (of 14 gram per 1000 kilocalorie) per dag voor iedereen ouder dan 14 jaar. De gemiddelde consumptie bedraagt echter slechts 2,0 gram per megajoule (MJ) per dag (zie tabel 3; ).
Zoutinname ligt 50% boven de aanbeveling
Volwassenen uit Doetinchem en omstreken gebruiken gemiddeld bijna 9 gram zout per dag. Dit is 50% boven de aanbeveling van maximaal 6 gram per dag. Deze bevinding maakt het aannemelijk dat de zoutinname voor de algemene Nederlandse bevolking ook ruim boven de aanbeveling ligt. Bij mannen en jongvolwassenen is de zoutconsumptie gemiddeld hoger dan bij vrouwen en bij personen van 50-70 jaar. Bij mannen is de zoutinname gemiddeld 10,1 gram onder 19- tot 49-jarigen en 9,7 gram onder 50- tot 70-jarigen. Bij vrouwen is dit respectievelijk 8,6 en 7,5 gram (; -studie).
Veel mensen vullen voeding aan met supplementen
Hoewel goede voeding voor de meeste mensen in alle benodigde voedingsstoffen zou moeten voorzien, gebruikt ruim een vijfde van de mannen en bijna een derde van de vrouwen voedingssupplementen. Multivitamines- en mineralentabletten worden het meest gebruikt, gevolgd door vitamine C- tabletten. In sommige gevallen wordt supplementgebruik aangeraden. Bijvoorbeeld foliumzuur voor vrouwen rond de conceptie, vitamine K voor pasgeborenen, vitamine B12 voor veganisten en vitamine D voor jonge kinderen, mensen met een donkere huidskleur, mensen die onvoldoende buiten komen, vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven, vrouwen die een sluier dragen, vrouwen vanaf 50 jaar en mannen vanaf 70 jaar (). De helft van de vrouwen gebruikt echter geen foliumzuursupplement rond de conceptie of begint te laat ().
Zie ook:
Preventie in de preconceptionele periode
Kinderen krijgen te weinig vitamine D met hun voeding binnen
Uit de voedselconsumptiepeiling onder kinderen blijkt dat 2- tot 6-jarigen te weinig vitamine D uit voeding alleen krijgen (zie tabel 4). Slechts drie op de vijf peuters krijgt het aanbevolen vitamine D supplement (). In voedingsstatusonderzoek werd echter maar bij een minimaal percentage kinderen een te lage vitamine D-status gevonden (). Waarschijnlijk komt dit doordat de belangrijkste bron van vitamine D niet voeding maar zonlicht is. Vitamine D wordt onder invloed van ultraviolette straling (UVB) uit zonlicht aangemaakt in de huid. Hoeveel vitamine D er wordt aangemaakt, hangt af van de leeftijd, de hoeveelheid pigment in de huid en de tijdsduur dat de huid is blootgesteld aan de zon. Daarnaast zit vitamine D - zij het in beperkte mate - in vette vissoorten, verrijkte voedingsmiddelen, voedingssupplementen en ei ().
Verrijkte voedingsmiddelen en voedingssupplementen leiden tot te hoge inname van voedingsstoffen
Van de kinderen gebruikt maar liefst 87% verrijkte voedingsmiddelen (voedingsmiddelen waaraan microvoedingsstoffen zijn toegevoegd), meestal in de vorm van drankjes, siropen en zuivelproducten. Bovendien krijgt 62% van de 2- tot 3-jarigen een supplement (meestal vitamine D) en 30% van de 4- tot 6-jarigen. Het gebruik van de verrijkte voedingsmiddelen en supplementen kan bij een kleine groep kinderen tot een inname boven de bovengrens leiden (, 2005/2006; ). Een inname van microvoedingsstoffen hoger dan de aanbeveling levert geen gezondheidswinst op en een langdurige inname boven de veilige bovengrens kan zelfs schadelijk zijn ().
Zie ook:
Wat is de relatie tussen voeding en gezondheid?
Tabel 1: Percentage 19- tot 30-jarigen dat voldoet aan de aanbevelingen uit de Richtlijnen goede voeding (Bron: , 2003).
|
Groente
|
150-200 g/daga
|
5,5
|
0,2
|
|
Fruit (incl. noten)
|
200 g/dag
|
7,8
|
6,7
|
|
Groente en fruit samen
|
400 g/dag
|
2,5
|
1,3
|
|
Totale vetzuren
|
<35 en%b
|
58
|
53
|
|
Verzadigde vetzuren
|
<10 en%
|
11
|
6
|
|
Transvetzuren
|
<1 en%
|
60
|
21
|
|
Vis (aanbeveling = 2 x/week)
|
≥1 x/maandc
|
47
|
41
|
|
|
|
|
|
a niemand gebruikte gewoonlijk 200 gram groenten per dag, de percentages verwijzen naar de 150 gram groenten per dag.
b 35 wordt vaak als bovengrens voor een gezonde voeding gehanteerd.
c de aanbeveling voor visconsumptie is twee keer per week. De percentages verwijzen naar minimaal één keer per maand vis.
Tabel 2: Percentage kinderen dat voldoet aan de aanbevelingen uit de Richtlijnen goede voeding (Bron: , 2005/2006).
|
Groente
|
50-100 g/dag a
|
21
|
17
|
100-150 g/dag a
|
1
|
0
|
|
Fruit
|
150 g/dag
|
27
|
23
|
150 g/dag
|
30
|
21
|
|
Totale vetzuren
|
<40 en%
|
98
|
100
|
<40 en%
|
99
|
99
|
|
Verzadigde vetzuren
|
<15 en%
|
96
|
99
|
<10 en%
|
16
|
9
|
|
Transvetzuren
|
geen aanbeveling
|
-
|
-
|
<1 en%
|
90
|
89
|
|
Vis
|
2 x/week
|
9
|
10
|
2 x/week
|
8
|
8
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
a niemand van de 2- tot 3- jarigen gebruikte gewoonlijk 100 gram groenten per dag en van de 4- tot 6-jarigen gebruikte niemand 150 gram groenten per dag. De percentages verwijzen naar 50 gram voor 2- tot 3- jarigen en 100 gram voor 4- tot 6-jarigen.
Tabel 3: Gemiddelde dagelijkse inname van voedingsstoffen naar geslacht voor 19- tot 30-jarigen ten opzichte van de aanbevelingen uit de Richtlijnen goede voeding (Bron: , 2003, ; ).
|
Groente
|
200 g/dag
|
111
|
90
|
|
Fruit
|
200 g/dag
|
86
|
92
|
|
Vezel
|
3,4 g/MJ
|
2,0
|
2,1
|
|
Totaal vet
|
<35 en% a
|
34
|
35
|
|
Verzadigd vet
|
<10 en%
|
13
|
14
|
|
Transvetzuren
|
<1 en%
|
0,98
|
1,13
|
|
Vis
|
2 x/week (≈ 30 g/dag)
|
10 g/dag
|
7 g/dag
|
|
Zout
|
≤6 g/dag b
|
10,1
|
8,6
|
a 35 wordt vaak als bovengrens voor een gezonde voeding gehanteerd.
b deze cijfers tonen de gemiddelde inname van 19- tot 49-jarige deelnemers uit Doetinchem en omgeving.