Op 27 november 2014 is de nieuwe site VolksgezondheidEnZorg.info gelanceerd. In deze site worden Nationaal Kompas Volksgezondheid, Nationale Atlas Volksgezondheid, Zorgbalans, Kosten van Ziekten en Zorggegevens geleidelijk samengebracht tot een compleet en overzichtelijk geheel. Op termijn zullen de oude sites verdwijnen.
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Voeding
Omvang van het probleem

Hoeveel mensen voldoen aan de Richtlijnen goede voeding?

Voedselconsumptiepeiling brengt consumptie in kaart

De bevolkingsbrede voedselconsumptiepeilingen brengen in kaart wat Nederlanders eten en drinken. Daarnaast geeft het voedingsstatus-onderzoek inzicht in de voedingstoestand door de aanwezigheid van bepaalde stoffen in urine en bloed te meten. De combinatie van beide onderzoeksresultaten geeft een beeld in hoeverre Nederlanders voldoen aan de Richtlijnen goede voeding en de Nederlandse Voedingsnormen (GR, Gezondheidsraad, 2006h; GR, Gezondheidsraad, 2012; GR, Gezondheidsraad, 2009; GR, Gezondheidsraad, 2006g; GR, Gezondheidsraad, 2003b; GR, Gezondheidsraad, 2001; GR, Gezondheidsraad, 2000; GR, Gezondheidsraad, 1992). Onderstaande resultaten zijn afkomstig van de Voedselconsumptiepeilingen (VCP) uitgevoerd in 2007-2010 en van voedingstatusonderzoek uit 2006 en 2010 (Van Rossum et al., 2011).

Nederlanders eten onvoldoende groente en fruit

Van de volwassenen tot 69 jaar eet 10% van de vrouwen en 6% van de mannen de aanbevolen hoeveelheid fruit (zie figuur 1 en tabel 1). Groente wordt nog minder gegeten: 5% van alle mannen en vrouwen eten de aanbevolen hoeveelheid. Van de kinderen tussen 7 en 18 jaar eet 1% de aanbevolen hoeveelheid groente, en 5% de aanbevolen hoeveelheid fruit (zie figuur 2 en tabel 2; Van Rossum et al., 2011). Van de 2- tot 3-jarigen eet ongeveer 20% de aanbevolen hoeveelheid van 50-100 gram groente per dag (Hulshof et al., 2004).

Te weinig voedingsvezel in dagelijkse voeding

Zowel kinderen als volwassenen eten te weinig voedingsvezel. Gemiddeld eten kinderen (7-18 jaar) 2,1 g/MJ/dag, mannen 2,2 g/MJ/dag en vrouwen 2,6 g/MJ/dag (zie tabellen 1 en 2Van Rossum et al., 2011). Groente, fruit en volkoren graanproducten zijn belangrijke bronnen van voedingsvezels.

Tachtig procent van de volwassenen eet te weinig vis

Tachtig procent van de volwassenen eet minder vaak vis dan de aanbeveling van twee maal per week. Zowel twintig procent van de mannen als twintig procent van de vrouwen voldoet wel aan de richtlijn. Van de kinderen eet 8% van de jongens en 7% van de meisjes voldoende vis (zie figuren 1 en 2). Ook de gemiddelde inname van visvetzuren is lager dan de richtlijn, bij volwassenen en bij kinderen (zie tabellen 1 en 2; Van Rossum et al., 2011).

Negen op de tien Nederlanders eet te veel verzadigd vet

De inname van ongunstige verzadigde vetzuren is bij ongeveer 91% van de meisjes/vrouwen en 95% van de jongens/mannen hoger dan de aanbevolen 10 en%. De inname van transvetzuren is sterk gedaald tot minder dan 1 en% bij vrijwel de hele populatie (99%). Aan de richtlijn voor totale vetzuren voldoet ongeveer 90% van de Nederlanders (zie tabellen 1 en 2; Van Rossum et al., 2011).

Zoutinname ligt 50% boven de aanbeveling

Mannen gebruiken dagelijks gemiddeld 9,9 gram zout, vrouwen 7,5 gram (zie tabel 1). Kinderen eten ook meer zout dan aanbevolen: jongens consumeren gemiddeld 8,3 gram/dag, meisjes 6,7 gram/dag (zie tabel 2). De belangrijkste bonnen voor zout zijn: brood (26%), vleesproducten (15%) en kaas (10%) (Van Rossum et al., 2012).

Vanwege de koppeling van jodium aan zout houdt het RIVM toezicht op de jodiuminname van de Nederlandse bevolking. Uit voedselconsumptieonderzoek en voedingsstatusonderzoek blijkt dat de inname van jodium op dit moment nog voldoende is (Verkaik-Kloosterman et al., 2009; Hendriksen et al., 2010b).

Vrouwen met kinderwens nemen onvoldoende folaat

Ongeveer 25% van de vrouwen in Nederland neemt onvoldoende folaat (foliumzuur) (zie tabel 1). Dit percentage is het hoogst bij vrouwen in de vruchtbare periode van hun leven. Tekorten worden ook waargenomen in andere bevolkingsgroepen, onder andere bij mannen (Van Rossum et al., 2011). Twee studies, waarvan één uitgevoerd in de noordelijke provincies van Nederland en de ander in Rotterdam, onderzochten ook het gebruik van foliumzuur. Uit de resultaten bleek dat 51% van de zwangere vrouwen uit het noorden van Nederland voldoende foliumzuur nam, in Rotterdam lag dit percentage lager, op 37% ( Timmermans et al., 2008Zetstra van der Woude et al., 2012).

Vitamine D tekorten bij verschillende bevolkingsgroepen

De inname van vitamine D is bij volwassenen ouder dan 50 jaar onvoldoende (zie tabel 1). Vrouwen boven de 50 jaar worden geadviseerd extra vitamine D via een supplement in te nemen, echter wordt dit niet door alle vrouwen gebruikt. Deze bevindingen worden ondersteund met voedingsstatusonderzoek waaruit blijkt dat ongeveer 40% van de Nederlandse vrouwen ouder dan 50 jaar een matig tot te lage vitamine D-status heeft (Verkaik-Kloosterman et al., 2011).

Ook voor jonge kinderen is de inname van vitamine D via de voeding onvoldoende (zie tabel 2). Om tekorten te voorkomen wordt het gebruik van een supplement voor deze groep aanbevolen. Echter 62% van de 2- tot 3-jarigen en 30% van de 3- tot 6-jarigen krijgt dit supplement ook daadwerkelijk (Ocké et al., 2008a).

Kwart van de Nederlanders gebruikt voedingssupplementen

Hoewel een gezonde voeding voor de meeste mensen in alle nutriënten zou moeten voorzien, gebruikt een kwart tot de helft van de Nederlandse bevolking tussen 2007 en 2010 voedingssupplementen. De supplementen worden het hele jaar door gebruikt, maar tijdens de wintermaanden stijgt het gebruik ten opzichte van de rest van het jaar. Multivitamines zijn de meest gebruikte supplementen, gevolgd door vitamine C (Van Rossum et al., 2011).

Vooral kinderen gebruiken verrijkte voedingsmiddelen

Tussen 2007 en 2010 was het gebruik van verrijkte voedingsmiddelen met 89% het hoogst bij kinderen van 7-8 jaar. Van de volwassenen tussen de 51 en 69 jaar gebruikt 64 tot 68% verrijkte voedingsmiddelen (Van Rossum et al., 2011). Verrijkte voedingsmiddelen zijn voedingsmiddelen waaraan vitaminen en/of mineralen zoals vitamine C en ijzer zijn toegevoegd.

Geen volksgezondheidsproblemen bekend voor tekorten

In Nederland zijn geen volksgezondheidsproblemen bekend gerelateerd aan tekorten van de vitaminen B2, B6, B12 en van koper. Voor vitaminen A, B1, C, E, calcium, magnesium, kalium, zink en ijzer is het onduidelijk of een lage inname ook leidt tot een tekort. Voor deze micronutriënten is meer onderzoek nodig naar gezondheidseffecten, herziening van de norm en/of voedingsstatusonderzoek. Ook voor fosfor en selenium is de voedingsnorm verouderd en moet worden herzien (Van Rossum et al., 2011).

Zie ook:

 

Figuur 1. Percentage volwassenen (19 tot en met 69 jaar) dat voldoet aan de Richtlijnen Goede Voeding volgens VCP 2007-2010 (Bron: Van Rossum et al., 2011).

Figuur: Percentage volwasssenen Richtlijnen Goede Voeding VCP 2007-2010

Figuur 2. Percentage kinderen (7 tot en met 18 jaar) dat voldoet aan de Richtlijnen Goede Voeding volgens VCP 2007-2010 (Bron: Van Rossum et al., 2011).

Figuur: Percentage jeugd Richtlijn goede voeding VCP 2007-2010

Tabel 1: Gemiddelde gebruikelijke consumptie en het percentage van 19- tot 69-jarigen dat voldoet aan de aanbevelingen uit de Richtlijnen goede voeding (Bron: Van Rossum et al., 2011).

Omschrijving

Richtlijnen goede voeding

Mannen

Vrouwen

gem

%

gem

%

Groente

200 g/dag

127

6

125

5

Fruit (incl. noten)

200 g/dag

87

6

115

10

Vezels

3,4 g/MJ/dag

2,2

gua

2,6

gua

Vis (vette)

2 x/week

-

20

-

20

Visvetzuren

250 mg/dagf

131

gua

120

gua

Totale vetzuren

<40 en%

36,3

84

34,3

91

Verzadigde vetzuren

<10 en%

13,3

3

13

7

Transvetzuren

<1 en%

0,6

99

0,6

99

Zout

max. 6 g/dag

9,9

gua

7,5

gua

Folaat

200 μ/dagb

311

91

253

75

Vitamine D

2,5 μ/dagc

4

laag/gud

3

laag/gue

a gu = geen uitspraak.

b Berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van foliumzuurequivalenten.

c Richtlijn 51-60 jaar AI: 5,0 mcg/dag, 61-69 jaar AI: 7,5 mcg/dag.

d 19-50 jaar: laag, 51-69 jaar: gu.

e 19-20 jaar: gu, 21-50 jaar: laag, 51-69 jaar: gu.

f Deze richtlijn is afkomstig uit een andere bron (EFSA, 2010c) en geldt voor kinderen vanaf 7 jaar en volwassenen.

Tabel 2: Gemiddelde gebruikelijke consumptie en het percentage van 7- tot 18-jarigen dat voldoet aan de aanbevelingen uit de Richtlijnen goede voeding (Bron: VCP 2007-2010).

Omschrijving

Richtlijnen goede voeding

Jongens

Meisjes

gem

%

gem

%

Groente

≥150 g/dagb

84

1

79

1

Fruit (incl. noten)

≥150 g/dagc

75

5

86

5

Vezels

3,0 g/MJ/dagd

2

laag/gue

2,2

gua

Vis (vette)

2 x/week

-

8

-

7

Visvetzuren

250 mg/dagk

80

gua

83

gua

Totale vetzuren

<40 en%

35,2

90

33,9

93

Verzadigde vetzuren

<10 en%

12,8

5

12,7

9

Transvetzuren

<1 en%

0,5

100

0,5

100

Zoutf

<6 g/dag

8,3

gua

6,7

gua

Folaatg

150 μ/dagh

221

laag/gui

192

laag/gui

Vitamine D

2,5 μ/dag

3

laag/guj

2,5

gua

a gu = geen uitspraak.

b Richtlijn voor 7-13 jarige is 150 gram/dag en voor de overige leeftijden 200 g/dag.

c Richtlijn voor 7-8 jarige is 150 gram/dag en voor de overige leeftijden 200 g/dag.

d Richtlijn voor 7-8 jarige is 3,0 g/MJ/dag, voor 9-13 jarige 3,2 g/MJ/dag en voor de overige leeftijden 3,4 g/MJ/dag.

e 7, 11-12, 15-18 jaar: gu, 13-14 jaar: laag.

f Richtlijn voor 7-8 jarige is 5 g/dag, voor 9-13 jarige 5/6 g/dag en voor de overige leeftijden 6 g/dag.

g Richtlijn voor 7-8 jarige is 150 µ/dag, voor 9-13 jarige 225 µ/dag en voor de overige leeftijden 300 µ/dag.

h Berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van foliumzuurequivalenten.

i 7-8 jaar: laag, 9-18 jaar: gu.

j 7-8 jaar: gu, 9-18 jaar: laag.

k Deze richtlijn is afkomstig uit een andere bron (EFSA, 2010c) en geldt voor kinderen vanaf 7 jaar en volwassenen.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • EFSA, European Food Safety Authority.Scientific Opinion on Dietary Reference Values for fats, including saturated fatty acids, polyunsaturated fatty acids, monounsaturated fatty acids, trans fatty acids, and cholesterol. Parma: EFSA Journal, 2010c; 8(3): 1461.
  • Gezondheidsraad.Richtlijn voor de vezelconsumptie. publicatie nr.: 2006/03. Den Haag: Gezondheidsraad 2006g.
  • Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2006. publicatie nr 2006/21. Den Haag: Gezondheidsraad2006h.
  • Gezondheidsraad.Naar een voldoende inname van vitamines en mineralen. publicatienr.: 2009/06. Den Haag: Gezondheidsraad 2009.
  • GR, Gezondheidsraad.Nederlandse Voedingsnormen 1989 (editie 1992). Den Haag: Gezondheidsraad, 1992.
  • GR, Gezondheidsraad.Voedingsnormen calcium, vitamine D, thiamine, riboflavine, niacine, panthotheenzuur en biotinee. Publicatie nr 2000/12. 2000.
  • GR, Gezondheidsraad.Voedingsnormen energie, eiwitten, vetten en verteerbare koolhydraten. Publicatienr.: 2001/19. Den Haag: Gezondheidsraad, 2001.
  • GR, Gezondheidsraad.Voedingsnormen: vitamine B6, foliumzuur en vitamine B12. Publicatienr.: 2003/04. Den Haag: Gezondheidsraad, 2003b.
  • GR, Gezondheidsraad.Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. Publicatienr.: 2012/15. Den Haag: Gezondheidsraad, 2012.
  • Hendriksen MAH, Wilson-van den Hooven EC, A DL van der.Zout- en jodiuminname 2010. Voedingsstatusonderzoek bij volwassenen uit Doetinchem. RIVM-rapport nr. 350070004. Bilthoven: RIVM, 2010b.
  • Hulshof KFAM, Ocke MC, Rossum CTM van, Buurma-Rethans EJM, Brants HAM, Drijvers JJMM. Resultaten van de Voedselconsumptiepeiling 2003. RIVM-rapport nr. 350030002. Bilthoven: RIVM,2004.
  • Ocké MC, Rossum CTM van, Fransen HP, Buurma EM, Boer EJ de, Brants HAM, Niekerk EM, Laan JD van der, Drijvers JJMM, Ghameshlou Z.Dutch National Food Consumption Survey Young Children 2005/2006. RIVM-rapport nr. 350070001. Bilthoven: RIVM, 2008a.
  • Rossum CTM van, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Buurma-Rethans EJM, Ocke MC. Dutch National Food Consumption Survey 2007-2010: Diet of children and adults aged 7 to 69 years. RIVM-rapport nr. 350050006. Bilthoven,2011.
  • Rossum van CTM, Buurma-Rethans EJM, Fransen HP, Verkaik-Kloosterman J, Hendriksen MAH.Zoutconsumptie van kinderen en volwassenen in Nederland. Resultaten uit de Voedselconsumptiepeiling 2007-2010. RIVM-rapport nr. 350050007. Bilthoven: RIVM, 2012.
  • Timmermans S, Jaddoe VW, Mackenbach JP, Hofman A, Steegers-Theunissen RP, Steegers EA.Determinants of folic acid use in early pregnancy in a multi-ethnic urban population in The Netherlands: The Generation R study. Prev Med, 2008 Jul 2.
  • Verkaik-Kloosterman J, Ocké M, Veer P van 't.Reduction of salt; what about the iodine intake? 2009.
  • Verkaik-Kloosterman J, Valkengoed IGM van, Boer EJ de, Nicolaou M, A DL van der.Voedingsstatus van Hindoestaanse en Creoolse Surinamers en autochtone Nederlanders in Nederland: Het SUNSET-onderzoek. RIVM-rapport nr. 350070003. Bilthoven: RIVM, 2011.
  • Zetstra van der Woude PA, Walle HEK De, Jong van den Berg LTW De.Periconceptional folic acid use: still room to improve. Birth Defects Res A Clin Mol Teratol, 2012; 94(2): 96-101.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.17, 23 juni 2014
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.