Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Seksueel gedrag
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken

Wat zijn de mogelijke oorzaken van onveilig seksueel gedrag?

Meerdere factoren van invloed op onveilig vrijen

Een aantal factoren is van belang voor het al dan niet veilig vrijen. Deze factoren zijn onder te verdelen naar:

  • Persoonsgebonden factoren, zoals kennis over de risico's van onveilig vrijen, de houding ten opzichte van condoom- en pilgebruik en (communicatieve) vaardigheden
  • Omgevingsfactoren, zoals opvattingen over seksualiteit in de samenleving en de beschikbaarheid van condooms.

Bij jongeren kan kennis over soa veilig vrijen bevorderen

Kennis over soa kan veilig vrijen bij jongeren bevorderen. Jongeren en jongvolwassenen tot 35 jaar weten wat de term soa betekent. In 2007 was 82% tot 92% op de hoogte. Van de jongeren zonder seksuele ervaring weet een (ruime) meerderheid dat je niet altijd lichamelijke klachten hebt bij een soa (69%), dat chlamydia kan leiden tot onvruchtbaarheid (67%) en dat wassen na geslachtsgemeenschap niet helpt om de kans op een soa te verkleinen (72%) (Kuyper et al., 2008). Kennis over soa kan veilig vrijen bij jongeren bevorderen.

Volwassenen hebben veel kennis over soa en hiv

Het kennisniveau over soa/hiv is bij een meerderheid van de volwassenen van 15 tot 50 jaar hoog. Afhankelijk van de vraag geeft 70% tot 92% van de respondenten jonger dan 50 jaar het goede antwoord op vragen over soa/hiv. Uitzondering hierop vormt de vraag naar het risico op soa bij orale seks. Een derde van de vrouwen denkt onterecht dat je geen soa kunt oplopen door orale seks of weet dit niet zeker. Bij mannen weet ruim een kwart niet (zeker) dat soa verspreid kunnen worden door orale seks. In het algemeen is het kennisniveau van mannen iets lager dan dat van vrouwen (Bakker et al., 2009).

Groot gebrek aan kennis over de morning-after pil

De morning-after pil kan een ongewenste zwangerschap voorkomen. Er is een groot gebrek aan kennis over de morning-after pil, blijkt uit onderzoek onder 15-50-jarigen (Bakker et al., 2009). Een derde van de mannen (33%) en vrouwen (36%) weet dat de morning-after pil de zwangerschap niet afbreekt. De morning-after pil werkt alleen als de vrouw nog niet zwanger is. Ook weet een derde van de mannen en vrouwen dat de morning-after pil zonder doktersrecept bij de drogist te kopen is.

Ongeveer een derde van de jongens (38%) en meisjes (34%) onder de 25 jaar weet niet dat je ook zwanger kunt worden als een jongen tijdens de geslachtsgemeenschap niet klaarkomt. Bijna de helft van de jongens (44%) en ruim een kwart van de meisjes (28%) denkt onterecht dat je onvruchtbaar kunt worden van het slikken van de pil of weet niet of dat zo is (De Graaf et al., 2005b).

Niet alle jongeren vinden condoomgebruik belangrijk

Drie kwart van de jongeren en jongvolwassen (15-35 jaar) met losse seksuele contacten in de afgelopen zes maanden voelt zich betrokken bij veilig vrijen. Een minderheid (14%) vindt veilig vrijen voor zichzelf niet van belang. Een vijfde van de jongeren met losse seksuele contacten vindt condoomgebruik niet nodig als de anticonceptiepil al wordt gebruikt. Veertig procent vindt condoomgebruik niet nodig als men de partner al wat beter kent. Ruim de helft onderschrijft de nadelen van condoomgebruik, zoals minder voelen bij het vrijen, het moeten onderbreken van het vrijen en het ervaren van schroom bij het kopen van condooms (Kuyper et al., 2008).

Condoomgebruik bij jongeren neemt af als relatie langer duurt

Van de jongeren die in het begin van een relatie condooms gebruikten, doet bijna de helft dit niet meer na drie maanden. Twee derde noemt 'de duur van de relatie en het vertrouwen in elkaar' als reden voor het stoppen met condoomgebruik. Twee derde van de jongens en de helft van de meisjes noemt (ook) ‘het minder lekker vrijen met een condoom’ als reden en ongeveer de helft van de jongeren 'het ook al gebruiken van andere anticonceptie' (De Graaf et al., 2005b).

Vaardigheden van jongeren bepalend voor veilig vrijen

Bij jongeren zijn verschillende vaardigheden van belang voor het veilig vrijen: het kunnen praten over seks met de partner, assertiviteit (laten weten wat je wil en vragen wat de ander wil), en grenzen kunnen stellen en respecteren. Een overkoepelende term voor deze vaardigheden is 'interactiecompetentie'. Jongeren zijn binnen een vaste relatie competenter dan bij een eenmalig sekscontact. Ook bevorderen een warm gezinsklimaat, betere sociale integratie en een positief lichaamsbeeld de interactiecompetentie. Wanneer iemand meer schuld- en schaamtegevoelens heeft over seks en negatieve eerste ervaringen heeft, is de competentie juist lager (De Graaf et al., 2005b).

Falend anticonceptiegebruik komt vaak voor

Er is een aanzienlijke groep vrouwen die door falend anticonceptiegebruik risico loopt op onbedoelde zwangerschap. Bij 20% van de mannen en 30% van de vrouwen gaat er wel eens iets fout bij het gebruik van anticonceptie (Bakker et al., 2009). Bijna 60% van de pilgebruiksters vergeet wel eens een pil. Ongeveer 15% van de condoomgebruikers ervaart wel eens praktische problemen, zoals het afglijden of scheuren van het condoom. Twee derde van de vrouwelijke anticonceptiegebruikers van 15 tot 50 jaar vindt haar methode makkelijk te gebruiken.

Ook omgevingsfactoren van belang

Naast persoonsgebonden factoren zijn diverse omgevingsfactoren van invloed op seksueel gedrag, zoals opvattingen over seksualiteit in de samenleving en onder leeftijdsgenoten. Als iemand bijvoorbeeld weet dat 'veilig vrijen en het bij je hebben van condooms' de norm is, is het eenvoudiger om de stap naar veilig vrijen te maken. Een positieve houding van ouders en vrienden ten aanzien van beschermingsgedrag blijkt bij jongeren sterk samen te hangen met consequent condoomgebruik (De Graaf et al., 2005b).

Preventie bij voorkeur gericht op meerdere oorzaken van onveilig vrijen

Preventieve interventies richten zich bij voorkeur op een brede range van oorzaken van onveilig vrijen. Behalve op het positief beïnvloeden van persoonsgebonden factoren zoals kennis en houding, richt preventie zich ook op het stimuleren van fysieke en sociale omgevingsfactoren die het veilig vrijen ondersteunen. Specifieke aandacht verdienen risicogroepen zoals mensen met wisselende seksuele contacten.

Zie voor meer informatie over risicogroepen, preventiemogelijkheden en het huidige preventiebeleid: Icoon interne verwijzing naar onderwerpPreventie van seksueel risicogedrag.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Bakker F, Graaf H de, Haas S de, Kedde H, Kruijer H, Wijsen C. Seksuele gezondheid in Nederland 2009. Utrecht: Rutgers Nisso Groep,2009.
  • Graaf H de, Meijer S, Poelman J, Vanwesenbeeck I.Seks onder je 25e. In opdracht van de Rutgers Nisso Groep en Soa Aids Nederland. Delft: Eburon, 2005b.
  • Kuyper L, Bakker F, Zimbile F.Veilig vrijen bij jongeren. De stand van zaken 2007 en de ontwikkeling sinds 1997. Utrecht: Rutgers Nisso Groep, 2008.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

hiv
Human immunodeficiency virus
Humane Immunodeficiëntievirus.
soa
Seksueel overdraagbare aandoeningen
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.