Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Seksueel gedrag
Omvang van het probleem

Seksueel gedrag: Zijn er verschillen naar sociaaleconomische status en etniciteit?

Sociaaleconomische status Etniciteit

Sociaaleconomische status

Laagopgeleide jongeren hebben meer seksuele ervaring

Binnen de groep scholieren met een lagere opleiding (vmbo/mbo) hebben relatief meer 12- tot 17-jarige jongeren ervaring met vrijwel alle vormen van seks dan binnen de groep jongeren met een hogere opleiding (havo/vwo). Zo heeft bij de laagopgeleide 16- en 17-jarigen 52% van de jongens en 60% van de meisjes ervaring met geslachtsgemeenschap tegen respectievelijk 31% en 43% van hun hoogopgeleide leeftijdsgenoten (De Graaf et al., 2005b).

Laagopgeleide jongeren hebben vaker meerdere sekspartners

Van de 12-25-jarige jongens met seksuele ervaring heeft een groter percentage van de laagopgeleiden vier of meer verschillende sekspartners (41%) gehad dan van de hoogopgeleiden (30%). Bij meisjes is dit het geval bij 30% van de laagopgeleiden tegen 24% van de hoogopgeleiden (De Graaf et al., 2005b).

Condoomgebruik verschilt nauwelijks tussen laag- en hoogopgeleide jongeren

Het condoomgebruik bij seks met de laatste partner verschilt nauwelijks tussen de laagopgeleide jongeren en hoogopgeleide jongeren; voor beiden geldt dat circa 2 op de 3 jongens en 4 op de 5 meisjes niet altijd een condoom gebruikt. De HBSC-studie bevestigt dit beeld (Van Dorsselaer et al., 2007). De laagopgeleide jongeren verdienen dan ook niet door een slechter beschermingsgedrag extra aandacht, maar wel omdat ze relatief vaker (en op jongere leeftijd) ervaring hebben met seks. Ook heeft een groter percentage laagopgeleide jongeren vier of meer verschillende sekspartners gehad vergeleken met hoogopgeleide jongeren (De Graaf et al., 2005b).

Laagopgeleide volwassenen gebruiken minder vaak condooms

Laagopgeleide mannen en vrouwen (15-70 jaar) gebruiken minder vaak condooms bij het vrijen met losse partner(s) dan hoogopgeleide (jong)volwassenen. Bij de laagopgeleiden gebruikt 40% van de mannen en 37% van de vrouwen altijd een condoom bij geslachtsgemeenschap met een losse partner. Bij hoogopgeleide mannen en vrouwen is dit respectievelijk 51% en 64% (Bakker et al., 2009).

Naar boven


Etniciteit

Antilliaanse jongens hebben relatief vaak onbeschermde seks

Van de 12-25-jarige schoolgaande jongens met een Antilliaanse afkomst heeft een relatief grote groep onbeschermd seksueel contact: 36% van hen gebruikte nooit een condoom bij seks met de laatste partner, tegenover 22% van hun leeftijdsgenoten van Nederlandse of andere westerse afkomst) (De Graaf et al., 2005b). Bovendien hebben relatief veel jongens van Antilliaanse afkomst tijdens een vaste relatie met de laatste sekspartner ook seks met anderen (zie tabel 1). Deze groep jongens heeft dan ook een groter risico op soa dan hun leeftijdsgenoten.

Antilliaanse meisjes hebben hebben vaak meerdere sekspartners

Relatief veel Antilliaanse meisjes van 12-25 jaar hebben tijdens een vaste relatie ook seks met anderen (zie tabel 1). Ook hebben ze relatief vaak vier of meerdere sekspartners gehad. Daarom hebben Antilliaanse meisjes mogelijk een groter risico op een soa, al is hun beschermingsgedrag vergelijkbaar met dat van Nederlandse of andere westerse leeftijdsgenoten.

Antilliaanse jongeren relatief vaak positief getest op soa

Een relatief hoog percentage Antilliaanse scholieren van 12-25 jaar is positief getest op soa. In 2004/2005 is van de jongeren van Antilliaanse afkomst 3% van de jongens en 5,1% van de meisjes positief getest (tegen 0,5% en 1,0% van hun leeftijdsgenoten van Nederlandse of andere westerse afkomst) (De Graaf et al., 2005b). Dit is een extra aanwijzing voor een verhoogd risico op soa bij Antilliaanse jongeren.

Surinaamse jongeren hebben vaker meerdere sekspartners

Surinaamse scholieren van 12-25 jaar hebben vaker meerdere sekspartners (tegelijk) (De Graaf et al., 2005b). Hierdoor lopen ze mogelijk een groter risico op een soa dan hun Nederlandse of andere westerse leeftijdsgenoten. Ook hebben Surinaamse jongeren vaker vier of meer sekspartners gehad (zie tabel 1). Omdat niet duidelijk is of degenen met meerdere sekspartners (tegelijk) voldoende beschermd vrijen, verdienen Surinaamse jongeren extra aandacht.

Vaker vier of meer sekspartners bij Surinaamse en Marokkaanse jongens

Marokkaanse jongens hebben relatief vaak tijdens een vaste relatie met de laatste sekspartner ook seks met anderen (zie tabel 1). Ook hebben Marokkaanse jongens vaker dan Nederlandse of andere niet-westerse jongeren vier of meer sekspartners gehad. Dit geldt niet voor Marokkaanse meisjes. Wel gebruikt een relatief grote groep Marokkaanse jongens altijd een condoom bij seks met de laatste partner (circa 50% tegen 31% van hun Nederlandse leeftijdsgenoten). Marokkaanse jongens verdienen extra aandacht omdat niet bekend is of ook juist degenen met meerdere sekspartners (tegelijk) voldoende beschermd vrijen (De Graaf et al., 2005b).

Tabel 1: Percentage scholieren (12-25 jaar) dat meerdere sekspartners (tegelijk) heeft gehad (Bron: De Graaf et al., 2005b).

Afkomst

Heeft behalve met vaste sekspartner ook seks met anderen

Heeft vier of meer sekspartners gehad

jongens

meisjes

jongens

meisjes

Antilliaans

21

10

51

34

Surinaams

16

20

63

35

Marokkaans

30

5

72

17

Nederlandse of andere westerse afkomst

7

6

34

28

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Bakker F, Graaf H de, Haas S de, Kedde H, Kruijer H, Wijsen C. Seksuele gezondheid in Nederland 2009. Utrecht: Rutgers Nisso Groep,2009.
  • Dorsselaer S van, Zeijl E, Eeckhout S van den, Bogt T ter, Vollebergh W.HBSC 2005. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Trimbos-instituut, 2007.
  • Graaf H de, Meijer S, Poelman J, Vanwesenbeeck I.Seks onder je 25e. In opdracht van de Rutgers Nisso Groep en Soa Aids Nederland. Delft: Eburon, 2005b.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

HBSC-studie
Nederlandse Health Behavior in School-aged Children-studie
soa
Seksueel overdraagbare aandoeningen
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.