U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheidsdeterminanten›Leefstijl›Seksueel gedrag›Seksueel gedrag samengevat
Van onveilig vrijen is sprake als men onbeschermde geslachtsgemeenschap, anale of orale seks heeft met seksueel ervaren personen en/of met personen die intraveneus drugs gebruik(t)en. Door dergelijk risicogedrag kunnen ziekteverwekkers worden overgedragen en kunnen seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) ontstaan. Bovendien kan men via seksueel contact besmet raken met het humaan papillomavirus, dat mede een bepalende factor is voor het ontstaan van baarmoederhalskanker. Daarnaast kan onveilig vrijen leiden tot ongewenste zwangerschappen.
De kennis over de risico's van onveilig vrijen, de houding ten opzichte van condoom- en pilgebruik en (communicatieve) vaardigheden in het contact met de partner zijn van belang voor het al dan niet veilig vrijen. Behalve deze persoonsgebonden factoren beïnvloeden ook omgevingsfactoren het (on)veilig vrijen, zoals opvattingen over seksualiteit in de samenleving en de beschikbaarheid van condooms.
Het percentage scholieren dat ervaring heeft met geslachtsgemeenschap is gestegen van 24% in 1995 naar 31% in 2004. Het percentage dat ervaring heeft met anale seks steeg van 3% naar 6%. De gemiddelde leeftijd voor de eerste keer geslachtsgemeenschap blijft gelijk. Sinds 1995 is bij schoolgaande jongeren het condoomgebruik bij de eerste keer geslachtsgemeenschap toegenomen van 70% naar 76%. Daarnaast is er een toename van Double Dutch (gelijktijdig gebruik van pil en condoom) van 24% naar 35%. Het percentage scholieren dat helemaal niets gebruikt is gelijk gebleven (15%).
Van de jongeren en jongvolwassenen (15-35 jaar) die in het afgelopen jaar losse partners hadden, gebruikt iets minder dan de helft niet altijd een condoom bij het vrijen. Dit betekent dat binnen de totale groep 15-35-jarigen 7% van de mannen en 6% van de vrouwen potentieel seksueel risicogedrag vertoont. Van de jongeren die ervaring hebben met geslachtsgemeenschap of anale seks, heeft 74% bij de laatste sekspartner geen condoom gebruikt. Dit betekent dat binnen de totale groep 12-25-jarigen 34% van de jongens en 42% van de meisjes potentieel risico loopt.
Jonge homo- en biseksuele mannen (< 26 jaar) hebben in 2008 vaker onbeschermde seks in vergelijking met 2006/2007. Ruim een derde (37%) van deze mannen had in het voorafgaande half jaar onbeschermde anale seks gehad. In 2007 was dit percentage nog 31% en in 2006 was dit 30%.
Binnen de groep laagopgeleide jongeren hebben relatief meer 12-17-jarigen ervaring met vrijwel alle vormen van seks dan binnen de groep hoogopgeleide jongeren. Daarnaast hebben laagopgeleide 12-25 jarige jongeren met seksuele ervaring vaker vier of meer verschillende sekspartners gehad dan hoogopgeleide jongeren. Het condoomgebruik verschilt nauwelijks tussen hoog- en laagopgeleide jongeren. Bij preventieactiviteiten verdienen de laagopgeleide jongeren dan ook niet vanwege een slechter beschermingsgedrag extra aandacht, maar vanwege hun seksuele ervaring en aantal sekspartners.
Van de 12-25-jarige Antilliaanse scholieren heeft een relatief grote groep onbeschermd seksueel contact. Bovendien hebben ze vaker naast hun vaste sekspartner ook seks met anderen. Meisjes van Antilliaanse afkomst hebben ook vaker meerdere sekspartners tegelijkertijd. Ook jongens van Surinaamse en Marokkaanse afkomst en Surinaamse meisjes hebben relatief vaak meerdere sekspartners (tegelijk). Wel gebruikt een relatief grote groep van de Marokkaanse en Surinaamse jongens altijd een condoom.
Het condoomgebruik van Nederlandse jongeren is gemiddeld tot hoog vergeleken met andere Europese landen. Nederland is binnen Europa één van de koplopers in het gebruik van de anticonceptiepil, zowel bij meisjes als bij vrouwen. In Nederland en in andere Europese landen is de leeftijd waarop jongeren voor de eerste keer geslachtsgemeenschap hebben de afgelopen decennia gedaald.