Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Roken
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken

Wat zijn de gezondheidsgevolgen van roken?

Per jaar overlijden bijna 19.000 mensen door roken

In 2011 overleden in totaal bijna 19.000 mensen ten gevolge van een aan roken gerelateerde aandoening (zie tabel 1). Roken is bij mensen boven de twintig jaar verantwoordelijk voor een groot deel van de sterfgevallen door longkanker (85% van de sterfgevallen door roken), COPD (80%) en een aantal vormen van kanker in het hoofdhalsgebied (54% tot 85%). Daarnaast is circa 17% van de sterfte aan coronaire hartziekten, 7% van de sterfte aan beroerte en 12% van de sterfte aan hartfalen te wijten aan roken (CBS Doodsoorzakenstatistiek, bewerkt door het RIVM).

Zie ook: Icoon: detaildocumentAchtergrondinformatie berekening sterfte door roken

Circa 90% nieuwe gevallen van kanker en COPD door roken

Het grootste deel van alle nieuwe gevallen (incidentie) van longkanker en COPD komt door roken. Van de incidentie van longkanker komt 91% door roken, van de incidentie van COPD is dat 85%. Ook een aanzienlijk deel van de incidentie van hart- en vaatziekten is toewijsbaar aan roken. Van de incidentie van een acuut myocard infarct komt 31% door roken. Bij beroerte is dat 20% van de incidentie en bij chronisch hartfalen 18% (In ’t Panhuis-Plasmans et al., 2012).

Roken verhoogt kans op veel aandoeningen

Roken verhoogt vooral het risico op longkanker, strottenhoofdkanker, COPD, mondholte- en keelkanker en slokdarmkanker. Daarnaast is door roken het risico op veel andere aandoeningen verhoogd (zie tabel 2).

Rokers hebben bovendien een grotere kans op postoperatieve complicaties aan de ademhalingswegen en verminderde heling van wonden. Ook is bij rokers het risico op allerlei luchtwegklachten groter, zoals verminderde longgroei, respiratoire symptomen (hoesten, slijm, piepen en ademnood), vroege achteruitgang in longfunctie en (moeite met het onder controle houden van) astma gerelateerde symptomen (Surgeon General, 2004). Tot slot kan roken het beloop van een ziekte ongunstig beïnvloeden; roken versnelt bijvoorbeeld bij patiënten met multiple sclerose de overgang naar een volgende ziektefase.

Langetermijn effecten shisha-pen nog onbekend

Waterpijp roken heeft dezelfde gezondheidsrisico’s en is gerelateerd aan dezelfde ziektes als veroorzaakt door het roken van sigaretten (STIVORO, 2012c; WHO, 2005i; ALA, 2007). Het is nog niet niet duidelijk of het gebruik van een shisha-pen, een elektronische waterpijp, op lange termijn schadelijk is. Bij gebruik van de shisha-pen worden damp van propyleenglycol en glycerol geïnhaleerd, wat leidt tot blootstelling van de luchtwegen en longen aan deze dampen. Het kortdurend gebruik kan daardoor leiden tot irritatie van de luchtwegen (droge keel of hoesten). Effecten na langdurig gebruik kunnen aan de hand van de beschikbare gegevens niet worden ingeschat. Dit komt mede doordat nog onvoldoende bekend is hoe consumenten de shisha-pen precies gebruiken (RIVM, 2013).

Roken heeft ook andere nadelen

Roken gaat ook gepaard met een slechtere kwaliteit van leven, meer ziekteverzuim en een hoger zorggebruik (Surgeon General, 2004). In vergelijking met andere leefstijlfactoren is de bijdrage aan de totale ziektelast bij roken hoog. Ten opzichte van niet-rokers verliezen rokers in Nederland gemiddeld 4,1 levensjaren en 4,6 gezonde levensjaren (Hoeymans et al., 2010). In vergelijking met andere risicofactoren is het verlies aan levensjaren voor roken het grootst.

Er zijn uitzonderingen waarbij roken ook voordelen heeft voor de gezondheid. De ziekte van Parkinson en colitis ulcerosa komen bijvoorbeeld minder vaak voor bij rokers. Ook hebben zwangere vrouwen die roken een kleinere kans op pre-eclampsie (verhoogde bloeddruk met eiwitverlies via de urine) (Surgeon General, 2004). Dit voordeel weegt niet op tegen de vele nadelen van roken voor zowel moeder als kind.

Passief roken verhoogt risico op longkanker en hart- en vaatziekten

Bij mensen die worden blootgesteld aan omgevingstabaksrook (passief roken) neemt het risico op longkanker met 20% tot 30% toe ten opzichte van mensen die niet aan tabaksrook worden blootgesteld (Gezondheidsraad, 2003c; Surgeon General, 2006). Ook is het risico op hart- en vaatziekten door roken naar schatting 20% tot 30% verhoogd.

Passief roken vergroot bij (vooral astmatische) volwassenen de kans op chronische luchtwegklachten (Gezondheidsraad, 2003c). Ook bij (astmatische) kinderen leidt passief roken tot een grotere kans op (ernstige) infecties en een hogere frequentie van luchtwegsymptomen. De verhoging van het risico varieert tussen de 20% en 50%, afhankelijk van de klachten, aard en mate van blootstelling en leeftijd van de kinderen. Ook kan passief roken negatieve effecten op de longfunctie van kinderen hebben, kan het leiden tot middenoorontsteking of tot verergering van astma.

Zie ook: Icoon: Interne verwijzing naar onderwerpBinnenmilieu

Roken tijdens zwangerschap geeft risico's voor het kind

Het roken van de moeder tijdens de zwangerschap verhoogt het risico op een vroeggeboorte en een kortere zwangerschap, een laag geboortegewicht en een vermindering van de longfuncties bij baby's (Hofhuis et al., 2002; Surgeon General, 2004).

Als aanstaande moeders meeroken met anderen (passief roken) hebben hun kinderen bij de geboorte een hoger risico op een laag geboortegewicht dan de kinderen van moeders die niet passief roken (Surgeon General, 2006). Volgens de Gezondheidsraad is het risico op een extreem laag geboortegewicht (<2500 gram) met 20-40% vergroot als de moeder tijdens de zwangerschap meerookt (Gezondheidsraad, 2003c). Ook verdubbelt passief roken tijdens de zwangerschap de kans op wiegendood (Surgeon General, 2006; Hofhuis et al., 2002). Als de baby na de geboorte wordt blootgesteld aan tabaksrook, vergroot dit eveneens de kans op wiegendood (Gezondheidsraad, 2003c).

Roken verantwoordelijk voor 2 miljard euro zorgkosten

In Nederland werd in 2003 ruim 2 miljard euro besteed aan zorg die te maken had met ziekten als gevolg van roken. Het gaat dan om hart- en vaatziekten, beroerte, longkanker en chronische aandoeningen aan de luchtwegen (COPD). De kosten van deze ziekten als gevolg van roken vormen 3,7% van de totale zorgkosten (Van Baal et al., 2006b).

Hoe eerder gestopt, hoe lager het sterfterisico

Hoe eerder een roker stopt met roken, hoe sterker het risico op voortijdige sterfte daalt. Uit een Engelse studie onder mannen geboren in de periode 1900-1930 bleek dat de rokers gemiddeld 10 jaar eerder dood gaan dan de mannen die nooit hebben gerookt. Een rokende man die voor het zestigste levensjaar stopte met roken, verlengde zijn leven gemiddeld met drie jaar. Bij stoppen voor het vijftigste jaar was dat zes jaar en voor het veertigste levensjaar negen jaar (Doll et al., 2004). Het sterfterisico wordt ook bepaald door de duur van het roken, het aantal sigaretten dat gerookt wordt en de diepte van het inhaleren van de rook (Bemelmans et al., 2005).

Gezondheidseffecten van stoppen met roken beginnen direct

Direct nadat een roker gestopt is met roken, daalt de bloeddruk en binnen 24 uur neemt de kans op een hartinfarct al af (Hilvering, 2005). Een jaar nadat de roker gestopt is, is de kans op coronaire hartziekten gehalveerd. Binnen vijf jaar is de kans op mondholte- of slokdarmkanker gehalveerd en is de snelheid van de achteruitgang van de longfunctie van een COPD-patiënt vergelijkbaar met een nooit-roker. Tussen de vijf en vijftien jaar na het stoppen is de kans op een beroerte afgenomen tot die van een nooit-roker. Na tien jaar daalt het risico op longkanker met de helft vergeleken bij mensen die blijven roken. Na vijftien jaar is de kans op een hartinfarct ongeveer gelijk aan die van de nooit-roker.

Naar boven


Tabel 1: Aantal sterfgevallen bij volwassenen (20 jaar en ouder) die toe te wijzen zijn aan roken, uitgaande van dertien 'aan roken gerelateerde aandoeningen', in 2011 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, bewerkt door het RIVM).

Aandoening

Mannen

Vrouwen

Totaal mannen en vrouwen

Longkanker

5.714

3.014

8.728

COPD

2.761

2.039

4.800

Coronaire harziekten

1.120

435

1.555

Slokdarmkanker

655

204

859

Hartfalen

360

363

723

Beroerte

356

230

586

Alvleesklierkanker

227

182

409

Blaaskanker

266

88

354

Mondholtekanker

131

61

193

Diabetes

91

81

172

Nierkanker

117

55

172

Strottenhoofdkanker

138

33

171

Maagkanker

92

44

136

Totaal

12.029

6.829

18.858

Naar boven


Tabel 2: Ziekten die vaker voorkomen bij rokers a dan bij niet-rokers (volgens voldoende bewezen verbanden), waar mogelijk uitgedrukt in het relatieve risico (RR) b, apart voor mannen en vrouwen weergegeven. Deze tabel is gebaseerd op: Surgeon General, 2004, door het RIVM bewerkt; Van Baal et al., 2006c; Hoogenveen et al., 2008, tenzij anders aangegeven in de voetnoten.

Ziekten waarvoor roken een risicofactor is

Mannen

Vrouwen

relatief risico (bi)

opmerkingen

relatief risico (bi)

opmerkingen

Longkanker

11,9 - 29,3

Hoogste RR bij 60-64 jarigen

7,9 - 16,3

Hoogste RR bij 45-49 jarigen

COPD

3,1 - 13,7

Hoogste RR bij 70-74 jarigen

2,3 - 9,1

Hoogste RR bij 65-69 jarigen

Slokdarmkanker

2,6 - 8,5

RR daalt met leeftijd

2,6 - 8,5

RR daalt met leeftijd

Strottenhoofdkanker

11,6

11,6

Mondholte- en keelkanker

3,9 - 7,4

Hoogste RR bij 55-59 jarigen

3,9 - 7,4

Hoogste RR bij 55-59 jarigen

Coronaire hartziekten (w.o. hartinfarct)

1,3 - 4,5

RR daalt met leeftijd

1,1 - 4,6

RR daalt met leeftijd

Hartfalen

1,3 - 1,7

RR daalt met leeftijd

1,3 - 1,7

RR daalt met leeftijd

Beroerte (CVA)

1,1 - 3,5

RR daalt met leeftijd

1,0 - 3,7

RR daalt met leeftijd

Blaaskanker

1,7 - 2,7

Hoogste RR bij 55-59 jarigen

1,7 - 2,7

Hoogste RR bij 55-59 jarigen

Maagkanker

1,0 - 1,5

Hoogste RR bij 55-59 jarigen

1,0 - 1,5

Hoogste RR bij 55-59 jarigen

Nierkanker

1,5 - 1,6

Hoogste RR bij 50-59 jarigen

1,5 - 1,6

Hoogste RR bij 50-59 jarigen

Alvleesklierkanker

1,2 - 2,5

RR daalt met leeftijd

1,2 - 2,5

RR daalt met leeftijd

Diabetes mellitus type 2 d

1,15

1,15

Ziekten die vaker voorkomen bij rokers

Maagzweer f

Vrouwen: verminderde vruchtbaarheid

Vrouwen na menopauze: lage botdichtheid

Baarmoederhalskanker

Maagkanker

Acute leukemie

Subklinische atherosclerose

Aneurysma van de buikaorta

Acute ademhalingsziekten (w.o. longontsteking)

Heupfracturen

Periodontitis (vorm van parodontitis)

Staar

Maculadegeneratie c

Glaucoom c

Rectaal kanker (vorm van dikkedarmkanker) e

Ziekte van Crohn c

Ziekte van Alzheimer c

Ziekten die mogelijk vaker voorkomen bij rokers

Multiple sclerose c

Reumatoïde artritis c

a Bij veel studies is niet alleen onderscheid gemaakt tussen rokers en niet-rokers, maar is ook het aantal pack years meegenomen: een maat voor het rookgedrag waarbij zowel de duur als de intensiteit van het roken is inbegrepen.

b De RR-schatting varieert met de leeftijd tussen de aangegeven ranges. Een relatief risico van 3,1-13,7 wil zeggen dat voor rokers de kans op de ziekte tussen de 3,1 en 13,7 keer zo groot is als de kans voor niet-rokers.

c De conclusie over dit verband is gebaseerd op literatuur, die te vinden is bij de betreffende ziekte (via de hyperlink).

d De conclusie over dit verband is gebaseerd op: Patja et al., 2005.

e De conclusie over dit verband is gebaseerd op: Mizoue et al., 2006.

f Dit geldt alleen voor rokers waarbij tevens de bacterie Helicobacter pylori aanwezig is.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

bi
Betrouwbaarheidsinterval
RR
Relatief risico
De verhouding (quotiënt) van het risico op een aandoening bij aanwezigheid van een risicofactor ten opzichte van personen zonder deze factor.

Definities

Incidentie
Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.
Periodontitis
Ontsteking van het beenvlies van de tandkas.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.15, 20 maart 2014
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.