Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Roken
Omvang van het probleem

Zijn er verschillen in rookgedrag naar sociaaleconomische status en etniciteit?

Percentage rokers naar ses Trend in percentage rokers naar ses Percentage rokers naar etnische afkomst

Percentage rokers naar ses

Meer rokers onder laagopgeleiden

Bij mensen met een lage opleiding (lager onderwijs, lbo of mavo) is het percentage rokers duidelijk groter dan bij mensen met een hoge opleiding (hbo of universiteit). In 2010 rookte 34% van de mannen met een lage opleiding en 22% van de mannen met een hoge opleiding. Bij vrouwen zijn die percentages 33% (lage opleiding) en 18% (hoge opleiding) (zie figuur 1). Het opleidingsniveau is hier als indicator gebruikt voor de sociaaleconomische status (ses) van mensen (zie ook: Interne link naar documentWat is sociaaleconomische status? en Interne link naar documentBeschrijving opleidingscategorieën).

Opleidingsverschillen bij alle leeftijdsgroepen

Cijfers van het CBS uit 2007 laten zien dat opleidingsverschillen in dagelijks roken geldig zijn voor bijna alle leeftijdsgroepen. Alleen bij 65-plussers zijn de verschillen tussen laagopgeleiden en hoogopgeleiden in dagelijks roken niet significant (zie figuur 1 in Sociaaleconomische verschillen naar geslacht en leeftijd). Bij zwaar roken (minimaal 20 sigaretten per dag) zijn alleen de opleidingsverschillen bij de jongste leeftijdsgroep (25-34-jarigen) significant (zie figuur 2 in Sociaaleconomische verschillen naar geslacht en leeftijd). De prevalentiecijfers van roken van het CBS kunnen enigszins afwijken van de cijfers van STIVORO (zie ook: Interne link naar documentAchtergrondinformatie bij de gegevensbronnen).

Meer rokers bij jongeren met een laag schoolniveau

Op het vmbo-b roken meer jongeren van 12-16 jaar dan op alle andere schoolniveaus (Schrijvers & Schoemaker, 2008). Op het vwo roken de minste leerlingen (6% dagelijkse rokers, ten opzichte van 16% op het vmbo-b). Het aantal sigaretten dat rokers per dag roken, neemt ook af met het stijgen van het schoolniveau. Ruim 30% van de rokers op het vmbo-b rookt meer dan tien sigaretten per dag, terwijl dit op het vwo 10% is.

Figuur 1: Percentage rokers (15 jaar en ouder) naar geslacht en hoogst genoten opleiding in 2010 (Bron: STIVORO volwassenen).

roken naar ses en geslacht

Naar boven


Trend in percentage rokers naar ses

In alle sociaaleconomische groepen percentage mannelijke rokers gedaald

Voor mannen in alle opleidingsgroepen geldt dat het percentage rokers tussen 2001 en 2010 licht gedaald is (zie figuur 2). Bij de vrouwen geldt dit alleen voor hoogopgeleiden (zie figuur 3 in detailsSociaaleconomische verschillen naar geslacht en leeftijd). Bij vrouwen is het verschil in percentage rokers tussen laag- en hoogopgeleiden groter geworden. In 2001 was het verschil 12%; in 2010 was dat 15%. Bij mannen is het verschil tussen laag- en hoogopgeleiden gelijk gebleven (12%).

Minder rokers op oudere leeftijd

Wanneer dezelfde groep mensen over een langere periode gevolgd wordt, zoals bij het Doetinchem-cohort, is bij alle opleidingsniveaus een daling zichtbaar in het percentage rokers bij opeenvolgende meetmomenten. Dat wil zeggen dat er meer mensen stoppen met roken dan dat er beginnen met roken. Dit geldt zowel voor mannen als voor vrouwen (zie figuur 3).

Figuur 2: Percentage mannelijke rokers in de periode 2001-2010 naar hoogst genoten opleiding; gestandaardiseerd naar de leeftijdsopbouw van de Nederlandse bevolking in 2000 (Bron: STIVORO volwassenen).

trends in roken naar ses mannen

Figuur 3: Percentage rokers naar opleidingsniveau op vier tijdstippen binnen dezelfde, ouder wordende, populatie. Het betreft 20-59-jarigen in 1987-1991 en 36-75-jarigen in 2003-2007 (Bron: Doetinchem-cohort).

roken ses trend doetinchem-cohort

Naar boven


Percentage rokers naar etnische afkomst

Meeste rokers bij Turkse mannen

Uit GGD-onderzoeken in de grote steden en een nationaal onderzoek komt naar voren dat een groter percentage Turken rookt vergeleken met Nederlanders, vooral de Turkse mannen (Ariëns et al., 2006; Dijkshoorn, 2006, Haks et al., 2006, Uitenbroek et al., 2006; Van Lindert et al., 2004). Bij Marokkanen is het aandeel rokers minder hoog vergeleken met Nederlanders. Dit is voornamelijk toe te schrijven aan de Marokkaanse vrouwen die nauwelijks roken. Het aandeel rokers bij Surinaamse mannen is hoger of vergelijkbaar met Nederlandse mannen (afhankelijk van de studie), terwijl bij Surinaamse vrouwen een kleiner of even groot aandeel rookt vergeleken met Nederlandse vrouwen.

Marokkaanse jongeren roken het minst vaak

Vergeleken met Nederlandse jongeren rookt een kleiner deel van de jongeren van Marokkaanse afkomst. Er zijn vooral weinig Marokkaanse meisjes die roken. Turkse meisjes roken vaker dagelijks dan Nederlandse meisjes (Monshouwer et al., 2008). Eerder onderzoek toonde geen etnische verschillen in roken bij jongeren aan (Van Dorsselaer et al., 2007, Monshouwer et al., 2004).

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Ariëns GAM, Middelkoop BJC, Smilde-van den Doel DA, Struben HWA.Gezondheidsvragen in de Stadsenquête Den Haag 2001 en 2003; de uitkomsten bekeken in relatie tot etnische achtergrond en opleidingsniveau. Epidemiologisch Bulletin, 2006; 41: 2-11.
  • Dijkshoorn H.De gezondheid van Surinamers in Amsterdam (EDG-reeks 2006/2). Amsterdam: GGD Amsterdam, 2006.
  • Dorsselaer S van, Zeijl E, Eeckhout S van den, Bogt T ter, Vollebergh W.HBSC 2005. Gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland. Utrecht: Trimbos-instituut, 2007.
  • Haks K, Quak S, Cremer S, Gootzen J, Kessel R van, Prins W.Gezondheidsmonitor Utrecht 2005: Themarapport Preventie Volwassenen en Ouderen. Utrecht: GG&GD Utrecht, 2006.
  • Lindert H van, Droomers M, Westert GP.Een kwestie van verschil: verschillen in zelfgerapporteerde leefstijl, gezondheid en zorggebruik. Utrecht/Bilthoven: NIVEL/RIVM, 2004.
  • Monshouwer K, Dorsselaer S van, Gorter A, Verdurmen J, Vollebergh W.Jeugd en riskant gedrag. Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek 2003. Utrecht: Trimbos-instituut, 2004.
  • Monshouwer K, Verdurmen J, Dorsselaer S van, Smit E, GorterA, Vollebergh W.Jeugd en riskant gedrag 2007. Kerngegevens uit het peilstationsonderzoek scholieren. Roken, drinken, drugsgebruik en gokken onder scholieren vanaf tien jaar. Utrecht: Trimbos-instituut, 2008.
  • Schrijvers CTM, Schoemaker CG (red.). Spelen met gezondheid. Leefstijl en psychische gezondheid van de Nederlandse jeugd. RIVM-rapport nr. 270232001. Bilthoven: RIVM,2008; 85-107.
  • Uitenbroek DG, Ujcic-Voortman JK, Janssen AP, Tichelman PJ, Verhoeff AP.Gezond zijn en gezond leven. Amsterdamse Gezondheidsmonitor, Gezondheidsonderzoek 2004. Amsterdam: GGD Amsterdam, 2006.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

vmbo
Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
vwo
Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.