Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Roken
Geografische verschillen

Zijn er verschillen in rookgedrag tussen Nederland en andere landen?

Dagelijkse rokers in Europa Trends in roken Roken bij jongeren

Dagelijkse rokers in Europa

Aantal rokers in Nederland hoog vergeleken met andere landen

In vergelijking met andere Europese landen is het aantal rokers in Nederland hoog. Volgens Europese cijfers rookte 29% van de Nederlanders van 15 jaar en ouder in 2008, 32% van de mannen en 25% van de vrouwen (WHO-HFA, 2011). Deze cijfers wijken iets af van de cijfers die voor Nederland door STIVORO en CBS worden gepresenteerd (zie: object_document_1Hoeveel mensen roken?). Voor mannen zijn de rookpercentages in de Baltische staten het hoogst. Meer dan 40% van de mannen in deze landen rookt. Over het algemeen roken mannen in Zuid-, Oost- en Midden-Europa meer dan in West- en Noord-Europa (zie figuur 1). In Zweden rookt veruit het laagste percentage mannen, 12%. De hoogste percentages rokende vrouwen zijn te vinden in Duitsland (31% in 2003), Ierland (26%) en Nederland (25%). De laagste percentages in Roemenië en Portugal (minder dan 12%). Anders dan bij mannen is het percentage vrouwelijke rokers juist hoger in West- en Noord-Europa dan in Zuid-Europa. Zo rookt in Nederland ruim een kwart van de vrouwen en in Portugal rond de 12%. In bijna alle landen roken meer mannen dan vrouwen. In Litouwen (niet weergegeven) en Letland is dit verschil zelfs bijna 30 procentpunten (zie figuur 1). Zweden vormt een uitzondering; hier is het percentage rokende vrouwen hoger dan het aantal rokende mannen (WHO-HFA, 2011).

Zie ook: Interne link naar documentHoeveel mensen roken?

Verschil in definitie van rokers en leeftijdsgroepen in Europa

Bij de interpretatie van de gegevens over rookgedrag moet men rekening houden met verschillen tussen landen in de definitie van roken en de leeftijdsgroepen. Zo gaat het in veel landen, zoals Denemarken, Noorwegen en Zweden om dagelijks roken en in Nederland om mensen die ‘dagelijks of soms roken' (Trimbos, 2004b; WHO-HFA, 2011). Verder zijn er verschillen in onderzoeksmethode, zoals manier van interviewen (schriftelijk, telefonisch, internet), manier van steekproeftrekking, etc. Ook zijn er voor veel landen geen recente gegevens, terwijl er de afgelopen jaren veel veranderd kan zijn. In veel Europese landen, waaronder Nederland is bijvoorbeeld een rookverbod ingevoerd in de horeca.

Zie ook:

ECHI-indicator

ECHI indicatoren (European Community Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Het Kompas maakt bij de internationale vergelijkingen waar mogelijk gebruik van ECHI. Deze grafiek gaat over ECHI indicator 44. Regular smokers.

Figuur 1: EU-27 landen a met het hoogste en laagste percentage dagelijkse rokers (15+) onder mannen en vrouwen in 2008 of in het meest recente jaar; volgorde op basis van gemiddelde van mannen en vrouwen samen (Bron: WHO-HFA, 2011).

EU-27-landen met hoogste en laagste percentage dagelijkse rokers (15+) onder mannen en vrouwen in 2008

a Bulgarije, Griekenland en Slowakije zijn niet meegenomen in de vergelijking omdat deze landen geen actuele gegevens hebben (uit 2002 of ouder).

Naar boven


Percentage rokers in EU tussen 1980 en 2009 gedaald

In de meeste EU-landen is in de periode van 1980 tot 2009 het percentage rokende mensen gedaald. Vooral het percentage rokende mannen is steeds lager geworden. Het percentage rokende mannen was in 1970 in Nederland het hoogst in heel Europa. Doordat dat percentage sterker is gedaald dan in sommige andere landen, neemt de Nederlandse man in 2008 een iets gunstiger positie in, maar hij zit nog duidelijk in de bovenste helft van de landen (zie figuur 2). De Zweedse man springt er in positieve zin het meest uit met een continue daling sinds 1980. Het percentage mannen dat rookt is hier van ruim 36% in 1980 tot 12% gezakt (WHO-HFA, 2011).

Binnen de EU zijn verschillen in percentage rokende vrouwen kleiner geworden

Ondanks de dalende trends, roken nog relatief veel Nederlandse vrouwen vergeleken met andere Europese vrouwen (zie figuur 3). Binnen de EU zijn de verschillen in percentages rokende vrouwen de afgelopen decennia steeds kleiner geworden (Van der Wilk & Jansen, 2005). Vooral de verschillen tussen Noord- en Zuid-Europa worden steeds kleiner. In sommige landen lijken vrouwen juist meer te zijn gaan roken. Dit geldt vooral voor landen waar vrouwen traditioneel weinig rookten zoals in Cyprus, Portugal, Roemenië en de Baltische landen (WHO-HFA, 2011).

Verschil tussen percentage mannelijke en vrouwelijke rokers afgenomen

De verschillen tussen mannen en vrouwen zijn het afgelopen decennium in Europa steeds kleiner geworden. In Nederland wordt het verschil tussen het aantal mannen en vrouwen die roken ook steeds kleiner. In 1980 rookte 52% van de mannen tegenover 34% van de vrouwen, een verschil van 18%. In 2008 is dit verschil afgenomen tot ongeveer 8% (WHO-HFA, 2011).

Figuur 2: Trends in percentage dagelijkse rokers bij mannen (15 jaar en ouder) in de periode 1980-2009 in een selectie van EU-landen. De spreiding van alle EU-landen is weergegeven in grijs (Bron: WHO-HFA, 2011).

Trends in percentage dagelijkse rokers bij mannen (15 jaar en ouder) in de periode 1980-2009

Figuur 3: Trends in percentage dagelijkse rokers bij vrouwen (15 jaar en ouder) in de periode 1980-2009 in een selectie van EU-landen. De spreiding van alle EU-landen is weergegeven in grijs (Bron: WHO-HFA, 2011).

Trends in percentage dagelijkse rokers bij vrouwen (15 jaar en ouder) in de periode 1980-2009

Naar boven


Roken bij jongeren

Percentage rokers onder Nederlandse scholieren gemiddeld in EU

Zowel het percentage scholieren dat dagelijks rookt (21%) als het percentage dat recent (de afgelopen 30 dagen) heeft gerookt (30%), is in Nederland gemiddeld vergeleken met andere EU-27 landen (zie figuur 4). Oostenrijk, Letland, Tsjechië en Bulgarije horen zowel bij dagelijks roken als bij roken in de afgelopen 30 dagen tot de landen met de hoogste percentages. Portugal, Polen en Zweden horen voor beide juist bij de Europese landen met de laagste percentages. Dit blijkt uit cijfers uit de ESPAD-studie uit 2007 (Hibell et al., 2009). ESPAD is een internationale studie onder 15- en 16-jarige scholieren die in 2007 voor het laatst is uitgevoerd in een aantal Europese landen en de Verenigde Staten. Ook het percentage wekelijkse rokers onder scholieren is volgens een andere studie, de HBSC-studie uit 2005, gemiddeld in Nederland (Currie et al., 2008). Buiten Europa scoort de Verenigde Staten opvallend laag voor zowel recent roken als voor dagelijks roken (zie: detailsPercentage recente rokers onder jongeren).

In een aantal Oost-Europese landen zoals Estland, Letland, Litouwen en Roemenië, roken meer jongens dan meisjes. Minimale sekseverschillen zijn er in Midden- en Zuid-Europese landen. In de meeste Noord- en West-Europese landen, waaronder Nederland, halen de meisjes de jongens in.

Zie ook: detailsAchtergrondinformatie bij de gegevensbronnen

Hoe gemakkelijker de verkrijgbaarheid van sigaretten, des te hoger het rookpercentage

Er blijkt een significante correlatie te zijn tussen het percentage jongeren dat in een bepaald land ooit heeft gerookt of de afgelopen 30 dagen heeft gerookt aan de ene kant en de perceptie hoe makkelijk sigaretten in dat land te krijgen zijn aan de andere kant (Hibell et al., 2009). Met andere woorden hoe beter (gemakkelijker) sigaretten te verkrijgen zijn, des te hoger het percentage rokende jongeren in een bepaald land.

Rookpercentage daalt in sommige landen, maar in Nederland niet

Volgens ESPAD (European School Survey on Alcohol and other Drugs) is het percentage Nederlandse scholieren dat de afgelopen 30 dagen gerookt heeft nagenoeg gelijk gebleven tussen 2003 en 2007. Dit wijkt overigens af van de cijfers van STIVORO, waar wel een daling wordt gevonden in het percentage rokende jongeren (STIVORO jeugd). Landen als Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Ierland en België laten in ESPAD wel een daling zien. Wel behoort Nederland volgens ESPAD tot de grootste dalers voor dagelijks roken door 13-jarigen (Hibell et al., 2009).

Figuur 4: EU-27 landen met het hoogste en het laagste percentage recente rokers (tijdens de afgelopen 30 dagen) onder scholieren van 15 en 16 jaar (Bron: Hibell et al., 2009; ESPAD survey-jaar 2007).

EU-27 landen met het hoogste en het laagste percentage recente rokers (tijdens de afgelopen 30 dagen) onder scholieren van 15 en 16 jaar

Voor een totaal overzicht van een aantal EU-27 landen, Noorwegen, Zwitserland en de Verenigde Staten zie: detailsPercentage recente rokers onder jongeren.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
URL: http://www.cbs.nl
EU
Europese unie
EU-27
De 27 landen die vanaf 1 januari 2007 de Europese Unie vormen.
België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Nederland, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Verenigd Koninkrijk, Zweden.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.