Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Roken
Omvang van het probleem

Neemt het aantal mensen dat rookt toe of af?

Sinds 2004 schommelt het percentage rokers rond de 28%

Sinds 2004 is het percentage rokers gestabiliseerd rond de 28%. De kwartaalcijfers van STIVORO van het eerste kwartaal van 2011 laten wel een daling in het percentage rokers zien ten opzichte van het eerste kwartaal van de voorgaande jaren, maar het is nog niet duidelijk hoe dit zich zal ontwikkelen. Het percentage volwassenen dat (wel eens) rookt daalde in de tachtiger jaren van 40% tot ongeveer 35%, stabiliseerde in de jaren negentig tot ongeveer 33%, en daalde vervolgens weer tot 28% in 2004. De daling sinds de jaren tachtig geldt voor de meeste leeftijdsgroepen (zie figuur 1). Bij mannen is het percentage rokers voor alle leeftijdsgroepen (behalve 15-19 jarigen) sterk gedaald, vooral tussen 1980 en 2004. Bij de vrouwen valt de sterke daling onder 20-34-jarige rokers op, vooral in de tachtiger jaren. Door deze daling is het percentage ex-rokers flink gestegen, vooral onder mensen van 50 jaar en ouder.

Zie voor meer informatie over de STIVORO-gegevens: detailsachtergrondinformatie bij de gegevensbronnen.

Bij volwassen rokers daalt het dagelijks aantal sigaretten

Onder rokers is het aantal sigaretten dat dagelijks gerookt wordt sinds 1989 gedaald. In 1989 was dit aantal onder rokende mannen boven de 15 jaar gemiddeld achttien sigaretten per dag en onder vrouwen zestien sigaretten. In 2010 was het gemiddeld aantal sigaretten bij mannen vijftien en bij vrouwen veertien sigaretten per dag (STIVORO volwassenen). Cijfers van het CBS bevestigen dit beeld. Volgens het CBS is onder rokers het percentage zware rokers (meer dan 20 sigaretten per dag) gedaald van 43% in 1989 naar 23% in 2009 (CBS StatLine).

Sinds 1997 daling van het percentage rokende jongeren

Sinds 1997 is het percentage jongeren dat zegt de afgelopen vier weken te hebben gerookt gedaald. Onder 15-19-jarigen daalde dit percentage van 46% (jongens) en 47% (meisjes) in 1997 naar 39% (jongens) en 34% (meisjes) in 2010. Onder 10-14-jarigen daalde het percentage rokers in de afgelopen vier weken van 12% (jongens en meisjes) in 1997 naar 6% voor jongens en 7% voor meisjes in 2010 (zie figuur 3). Tot 1997 was het percentage jongeren dat de afgelopen vier weken rookte vrij stabiel. De verschillen tussen jongens en meisjes zijn gedurende de hele periode klein. STIVORO hanteert het ‘vier weken criterium’ om te bepalen of een jongere een roker is.

Figuur 3: Percentage 10-14-jarigen (periode 1982-2010) en 15-19-jarigen (periode 1990-2010) dat aangeeft de afgelopen vier weken gerookt te hebben, naar geslacht (Bron: STIVORO jeugd).

trends in roken jeugd

Figuur 1: Percentage mannelijke rokers in de periode 1980-2010 a naar leeftijd (Bron: STIVORO volwassenen).

trends in roken bij mannen naar leeftijd

Figuur 2: Percentage vrouwelijke rokers in de periode 1980-2010 a naar leeftijd (Bron: STIVORO volwassenen).

trends in roken bij vrouwen

a Sinds 2001 wordt voor dit onderzoek een nieuwe (meer betrouwbare en representatieve) meetmethode gehanteerd. Hierdoor is er een trendbreuk ontstaan: veranderingen in het percentage rokers vanaf 2001 ten op zichte van eerdere jaren kunnen een gevolg zijn van deze nieuwe meetmethode. Zie ook: Achtergrondinformatie bij de gegevensbronnen.

.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.