Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Roken

Roken samengevat

Rokers hebben hoger risico op sterfte en chronische aandoeningen

Roken was in 2009 verantwoordelijk voor ruim 19.000 sterfgevallen in Nederland. Bij mensen boven de twintig jaar is een groot deel van de sterfgevallen door longkanker, COPD en kanker in het hoofdhalsgebied te wijten aan roken. Roken is ook een risicofactor voor diverse andere aandoeningen, zoals aandoeningen aan hart en bloedvaten. Behalve rokers lopen ook mensen die meeroken (passief roken) meer risico op onder meer longkanker en hart- en vaatziekten. Wanneer moeders tijdens de zwangerschap (passief) roken, lopen hun kinderen eveneens meer risico op gezondheidsproblemen.

Sinds 2004 schommelt het percentage rokers rond de 28%

Het percentage rokende volwassenen daalde in de tachtiger jaren, stabiliseerde in de jaren negentig tot ongeveer 33%, en daalde vervolgens weer tot 28% in 2004. Sinds 2004 is het percentage rokers gestabiliseerd rond de 27-28%. Het percentage rokers is het hoogst bij de 25-34-jarige mannen (36%) en het laagst bij 75-plussers.

Naast het aantal rokende mensen is ook het dagelijks aantal sigaretten per roker sinds 1989 gedaald. Voor mannen lag het gemiddelde aantal toen op achttien sigaretten, voor vrouwen op zestien. In 2010 was het gemiddeld aantal sigaretten bij mannen vijftien en bij vrouwen veertien sigaretten per dag.

Sinds 1997 daling van het percentage jongeren dat de afgelopen vier weken rookte

Sinds 1997 is het percentage jongeren dat zegt de afgelopen vier weken te hebben gerookt gedaald. Bij de oudsten (15-19-jarigen) daalde dit percentage van 46% (jongens) en 47% (meisjes) in 1997 naar 39% (jongens) en 34% (meisjes) in 2010. Bij de jongsten (10-14-jarigen) daalde het percentage rokers in de afgelopen vier weken van 12% (jongens en meisjes) in 1997 naar 6% voor jongens en 7% voor meisjes in 2010.

Percentage Nederlandse rokers gemiddeld in de Europese Unie

In vergelijking met andere EU-landen is het percentage rokers in Nederland hoog. Het percentage rokers onder scholieren is in Nederland gemiddeld vergeleken met andere EU-landen. In de periode 1980-2009 is het percentage rokers in de meeste EU-landen gedaald. De verschillen tussen het percentage rokende mannen en vrouwen zijn in de EU-landen in het afgelopen decennium steeds kleiner geworden.

Meer rokers bij laagopgeleiden

Bij mensen met een lage opleiding is het percentage rokers groter dan bij mensen met een hbo- of universitaire opleiding. Dit geldt voor mensen in alle leeftijdsgroepen. Het verschil in het percentage rokers tussen laagopgeleiden en hoogopgeleiden is bij vrouwen de afgelopen jaren groter geworden. Bij mannen is het verschil gelijk gebleven.

Omgevingsfactoren en persoonskenmerken bepalen rookgedrag

De kans dat iemand begint te roken wordt enerzijds bepaald door omgevingsfactoren. Bijvoorbeeld door de mate waarin het rookgedrag sociaal geaccepteerd is binnen het eigen sociale netwerk (gezin, vrienden en school), de verkrijgbaarheid van tabak en tabaksreclame. Anderzijds spelen persoonlijke factoren een rol, zoals opvattingen, vaardigheden, persoonlijkheid en genetische aanleg. Of mensen wel of niet roken is voor 50% erfelijk bepaald. Dit effect is met name toe te schrijven aan de nicotineverslaving.

Rookverboden, accijnsverhoging, campagnes en stopondersteuning leiden tot minder rokers

Er zijn sterke aanwijzingen dat rook- en reclameverboden effect hebben op het percentage rokers. Sinds de invoering van het rookverbod in de horeca is meeroken in (met name) de horeca drastisch gedaald. Verhoging van de accijns leidt tot een dalende verkoop van tabakswaren en tot een daling van het aantal rokers. Campagnes dragen waarschijnlijk ook bij aan minder roken en kunnen tot gezondheidswinst leiden. Preventieprogramma's op scholen hebben een bescheiden invloed op rookgedrag. Schoolprogramma's die wel effectief zijn in het verlagen van de rookprevalentie onder jongeren, leveren op langere termijn gezondheidswinst op. Ook gedragsmatige en medicamenteuze ondersteuning helpt meer rokers succesvol te stoppen met roken. Stopondersteuning levert bovendien op langere termijn veel gezondheidswinst op en is kosteneffectief. Het bereik van stopondersteuning door zorgaanbieders is nog beperkt.

Ontmoedigen van roken via een combinatie van interventies

Preventieve interventies beogen te voorkomen dat jongeren gaan roken en ondersteunen rokers bij het stoppen met roken. Daarnaast zijn er interventies om niet-rokers te beschermen tegen tabaksrook. Het ontmoedigen van roken en beschermen van niet-rokers gebeurt via een combinatie van interventies gericht op de omgeving, regelgeving en handhaving, voorlichting en educatie en signalering, advies en ondersteuning bij stoppen met roken.

In andere Europese landen intensiever tabaksontmoedigingsbeleid

Nederland neemt een middenpositie in op de Europse Tobacco Control Scale, wat betekent dat veel Europese landen een intensiever tabaksontmoedigingsbeleid hebben. Bovendien is Nederland tussen 2004 en 2010 één van de grootste dalers op de Tobacco Control Scale: van een zevende plaats in 2004, via een tiende plaats in 2005, naar een veertiende plaats in 2007 en een dertiende plek in 2010. Nederland blijft vooral achter met de prijs van tabaksproducten, informatie aan consumenten en rookverboden op de werkplek en in de horeca. Nederland doet het (nog) goed op het gebied van reclameverboden en ondersteuning van mensen die willen stoppen met roken.

.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.