Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Roken
Interventies

Wat is de effectiviteit en gezondheidswinst van rookinterventies?

Interventiemethoden Regelgeving, handhaving en beleid Voorlichting en educatie Signalering, advies en stopondersteuning vanuit de zorg Beïnvloeden van sociale en fysieke omgeving

Interventiemethoden

Ontmoedigen van roken via verschillende methoden

Dit document bespreekt het bereik, de effectiviteit, gezondheidswinst en kosteneffectiviteit van de volgende interventiemethoden:

  • regelgeving en handhaving en beleid
  • voorlichting en educatie
  • signalering, advies en stopondersteuning vanuit de zorg
  • beïnvloeden van de sociale en fysieke omgeving

Voor meer informatie over de interventiemethoden op hoofdlijnen, zie: object_document_1Welke typen rookinterventies zijn er?

De indeling is gebaseerd op de indeling in pijlers uit de Handreiking Gezonde Gemeente. Zie ook: object_document_1Wat is preventie?

Voor meer uitleg over effectiviteit zie:object_document_1 Wat is de effectiviteit van preventie?

Voor een overzicht van de effectiviteit van tabaksontmoedigingsmaatregelen bij mensen met een lage sociaal-economische status zie Tariq et al., 2009b

Naar boven


Regelgeving, handhaving en beleid

Rook- en reclameverboden lijken bij te dragen aan lager percentage rokers

Er zijn sterke aanwijzingen dat rook- en reclameverboden effect hebben op het percentage rokers. Zo is een rookverbod op het werk geassocieerd met een afname van het aantal rokende werknemers van circa 4% (Fichtenberg & Glantz, 2002; Van den Berg & Schoemaker, 2010). Het effect op de totale tabaksconsumptie is nog groter: een daling van het aantal gerookte sigaretten met 30%. Het rookverbod in de horeca lijkt ook een effect te hebben op het aantal rokers. Rokers die vóór invoering van het rookverbod vaak naar het café gingen, deden ná de invoering van het rookverbod vaker een stoppoging dan rokers die voorheen niet vaak een café bezochten. Het verschil tussen het percentage frequente en niet-frequente cafébezoekers dat een stoppoging deed, was ongeveer 10%. Bovendien waren de stoppogingen bij de eerste groep vaker succesvol (Nagelhout et al., 2009a; Van den Berg & Schoemaker, 2010).

Ook reclameverboden lijken effect te hebben. In landen met meer reclamebeperkingen stoppen meer mensen met roken (Schaap et al., 2008). Een volledig reclameverbod in alle OECD-landen kan het sigarettengebruik met 5-7% naar beneden brengen (Quentin et al., 2007). Het is echter niet met zekerheid aan te geven in hoeverre de daling van het aantal rokers daadwerkelijk het gevolg is van de rook- en reclameverboden, omdat het alleen onderzocht is in observationele studies zonder controlegroep.

Meer meeroken in cafés na versoepeling rookverbod horeca

Sinds de wijziging in het rookverbod in de horeca in 2010 (waardoor er in cafe's kleiner dan 70m2 of eenmanszaken zonder personeel weer mag worden gerookt) is het aantal mensen dat hinder ondervindt van meeroken in cafés weer gestegen (3%). Het aantal mensen dat hinder ondervindt van tabaksrook in restaurants is sinds 2010 nog wel licht gedaald (6%). Na de invoering van het rookverbod in de horeca in 2008 daalde het percentage mensen dat wel eens hinder ondervindt van meeroken in cafés en restaurants zeer sterk (respectievelijk in cafés van 65% in 2007 naar 41% in 2009 en in restaurants van 71% in 2007 naar 33% in 2009) (STIVORO volwassenen, 2010).

Minder hartinfarcten door rookverbod in openbare ruimten

Door een rookverbod in openbare ruimten wordt de bevolking minder blootgesteld aan ‘tweedehands rook’ in de lucht. Hierdoor neemt de incidentie van acute hartinfarcten in de algemene bevolking af (Glantz, 2008; Goodman et al., 2009; Meyers et al., 2009; Talhout & Opperhuizen, 2009). De invoering van een algemeen rookverbod in openbare ruimten leidt gemiddeld tot bijna 20% minder ziekenhuisopnames voor acute hartinfarcten (Van den Berg & Schoemaker, 2010). Ook hier gaat het om observaties van de trends na invoering van een rookverbod, vaak zonder controlegroep. Sommige studies vergelijken de gevonden trends echter wél met die in omliggende regio’s of landen waar op dat moment geen rookverbod is ingevoerd. Daar wordt dan doorgaans geen of een veel kleinere afname gezien. De gevonden trends lijken dus inderdaad gerelateerd aan het rookverbod (Van den Berg & Schoemaker, 2010).

Accijns op sigaretten van invloed op de verkoop

Verhoging van de accijns gaat gepaard met een dalende verkoop van tabakswaren. In Nederland ging in 2004 de accijnsverhoging met 18% gepaard met een verkoopdaling van 13% en een daling in het aantal rokers van 7% (Van der Wilk et al., 2007). Internationale studies laten eenzelfde trend zien. De gedaalde verkoop in Nederland is waarschijnlijk deels het gevolg van de accijnsverhoging, maar in welke mate is niet met zekerheid te zeggen. In die periode zijn er namelijk meerdere tabaksontmoedigingsmaatregelen tegelijkertijd genomen, zoals de rookvrije werkplek en een publiekscampagne (Van den Berg & Schoemaker, 2010). Overigens reageert de tabaksindustrie vaak met een prijsdaling op een accijnsverhoging. Dit beïnvloedt het effect van een accijnsverhoging negatief.

Accijnsverhoging leidt tot daling rokers

Accijnsverhoging blijkt vooral bij jongeren een effectief instrument voor tabaksontmoediging. Een accijnsverhoging van 10% leidt tot 60.000 stoppers. Daarmee daalt de rookprevalentie 0,5%. Dit levert op langere termijn een totale gezondheidswinst van 34.000 QALY’s op. De QALY is een maat voor extra levensjaren gecorrigeerd voor de kwaliteit van een leven (zie Gezondheidseffecten van tabaksontmoedigingsmaatregelen voor meer informatie) (Van Baal et al., 2007).

Accijnsverhoging is kosteneffectief

Een accijnsverhoging is kosteneffectief omdat de maatregel niet of nauwelijks geld kost (Feenstra et al., 2005). De maatregel is nog steeds kosteneffectief als extra zorgkosten door een hogere levensverwachting worden meegerekend. Die kosten zijn 5.100 euro per QALY (zie Kosteneffectiviteit van tabaksontmoedigingsmaatregelen).

Zie ook:

Naar boven


Voorlichting en educatie

Bereik landelijke niet-roken campagnes afhankelijk van intensiteit

Het bereik van de landelijke niet-roken campagnes varieert per jaar en hangt sterk samen met de hoogte van de beschikbare budgetten omdat die van invloed is op de intensiteit. Intensieve campagnes hebben een bekendheid van 80-90%. Een voorbeeld is de campagne 'In iedere rokers zit een stopper' (2008). Deze had een bekendheid van 88% en leidde tot tussen de 1,1 en 1,4 miljoen stoppogingen. Naar schatting was 25% van de respondenten die tijdens het eerste deel van de campagne (mei tot augustus 2008) een stoppoging heeft gedaan, na 12 maanden nog steeds gestopt (Nagelhout et al., 2009b). De campagne 'Rookvrij de sociale norm' om het meeroken te beperken had een bekendheid van 82%. Bij een beperkt budget kan de bekendheid blijven steken op 44%, zoals bij de stopcampagne in 2006 (TNS NIPO, 2006b).

Zie ook: object_document_1Wat is het bereik van preventie?

Campagnes dragen waarschijnlijk bij aan minder roken

Een massamediale campagne kan het aantal rokers met 0,2% tot 2% reduceren. Dat komt neer op 25.000 tot 280.000 stoppers (Feenstra et al., 2005). Een internationale meta-analyse bevestigt het mogelijke effect van massamediale campagnes. De helft van de geïncludeerde studies vond een significante afname van de rookprevalentie na afloop van de campagne. De duur van het effect varieerde van uitsluitend tijdens de campagneperiode tot acht jaar na afloop (Bala et al., 2008; Van den Berg & Schoemaker, 2010).

Campagnes kunnen tot gezondheidswinst leiden

Uitgaande van een daling in het aantal rokers van 0,2 tot 2% leveren massamediale campagnes op langere termijn ongeveer 7.000 tot 75.000 QALY’s op (zie Gezondheidseffecten van tabaksontmoedigingsmaatregelen voor meer informatie) (Feenstra et al., 2005). Massamediale campagnes zijn ook kosteneffectief (zie Kosteneffectiviteit van tabaksontmoedigingsmaatregelen) (Van den Berg & Schoemaker, 2010). De werkelijke gezondheidswinst toe te schrijven aan een campagne ligt waarschijnlijk dichter bij de ondergrens dan bij de bovengrens van de genoemde range. Effectstudies hebben namelijk geen overtuigend bewijs gevonden voor een zelfstandig effect van massamediale campagnes. Doordat campagnes vaak tegelijkertijd met allerlei andere veranderingen ingevoerd worden, zoals prijsmaatregelen en rookverboden, is de specifieke bijdrage van massamediale campagnes niet goed vast te stellen (Van den Berg & Schoemaker, 2010).

Percentage scholen dat in klas twee aandacht besteedt aan roken gedaald

Het percentage scholen dat in de tweede klas van het voortgezet onderwijs aandacht besteedt aan roken is tussen 2008 en het schooljaar 2010/2011 flink gedaald (van 83% naar 65%). In totaal besteedde 82% van de scholen in het voortgezet onderwijs in het schooljaar 2010/2011 in een of meerdere leerjaren in een les aandacht aan roken. Dit gebeurt bij 74% van de scholen in klas 1 en bij 65% in klas 2. Gemiddeld worden er in de eerste klas van het voortgezet onderwijs 4 lessen per jaar aan roken besteed en in de tweede klas 3 lessen (TNS NIPO, 2011). Van alle basisscholen besteedde in 2008 77% in groep 7 en 93% in groep 8 aandacht aan roken in de lessen (TNS NIPO, 2009).

Preventieprogramma's op scholen hebben bescheiden invloed op rookgedrag

Ondanks hun hoge bereik hebben de huidige lesprogramma's op scholen slechts een bescheiden invloed op het rookgedrag. Ze leiden in het gunstigste geval tot uitstel van het beginnen met roken, maar voorkomen niet dat jongeren gaan roken (Schrijvers & Schoemaker, 2008; Van den Berg & Schoemaker, 2010). Verschillende gecertificeerde interventies beïnvloeden het rookgedrag van jongeren op korte termijn. Voorbeelden hiervan zijn het lespakket Ik (r)ook niet (voor het basisonderwijs), het online advies-op-maat Smoke Alert en de klassikale niet-rokenwedstrijd Actie Tegengif (voor het voortgezet onderwijs). Aangezien er wel tijdelijke effecten zijn, liggen er kansen om interventies te ontwikkelen die erop gericht zijn deze tijdelijke effecten te laten beklijven.

Zie ook: urlInterventieoverzicht Roken op Loket Gezond Leven

Effectieve schoolprogramma's leveren op langere termijn gezondheidswinst

Schoolprogramma's die wel effectief zijn in het verlagen van de rookprevalentie onder jongeren, leveren op langere termijn gezondheidswinst op. Een schoolprogramma bestaande uit drie lessen over onder andere gezondheidseffecten van roken en omgaan met groepsdruk (module van ‘De gezonde school en genotmiddelen’) kan 7.000 QALY’s opleveren. Een schoolprogramma bestaande uit drie op de leerling toegesneden brieven met informatie over stoppen met of niet beginnen met roken (buitenschools computerprogramma) kan landelijk bijna 32.000 QALY’s opleveren (zie Gezondheidseffecten van tabaksontmoedigingsmaatregelen voor meer informatie).

Deel schoolprogramma's is kosteneffectief

Het schoolprogramma bestaande uit drie op de leerling toegesneden brieven met informatie over stoppen met of niet beginnen met roken bleek kosteneffectief (kosten < 20.000 euro per gewonnen QALY). Ook een booster interventie bestaande uit een serie van vijf lessen in de tweede klas van het voortgezet onderwijs, gegeven door een niet-rokende medeleerling, bleek kosteneffectief. Het schoolprogramma bestaande uit drie lessen over gezondheidseffecten van roken en omgaan met groepsdruk bleek niet kosteneffectief (kosten > 20.000 euro per gewonnen QALY). Deze schattingen moeten echter voorzichtig worden geïnterpreteerd, vanwege onzekerheid over de precieze effecten van deze programma's op het rookgedrag van jongeren (Van Baal et al., 2005a).

Zie ook: object_document_1Wat zijn de kosten van rookinterventies?

Naar boven


Signalering, advies en stopondersteuning vanuit de zorg

Bereik ondersteuning door zorgaanbieders nog beperkt

Het bereik van ondersteuning bij het stoppen met roken door zorgaanbieders is nog beperkt. Daarin valt nog veel winst te behalen (zie tabel 1). Zo laten verschillende studies bij huisartspraktijken zien dat huisartsen stoppen met roken relatief weinig ter sprake brengen (Hopman et al., 2009). Minder dan een op de vijf stopadviezen werd gegeven in het kader van de H-MIS (Minimale Interventiestrategie in de huisartsenpraktijk, nu STIMEDIC) (Jacobs-van der Bruggen et al., 2007b). Het is niet realistisch dat iedere roker op elk spreekuur ondersteuning aangeboden krijgt (maximaal bereik), daarom geeft tabel 1 ook een realistisch bereik weer.

Zie ook: atlasStoppen met roken advies 2006 en atlasFeedback op maat 2006

Effecten van gedragsmatige en medicamenteuze ondersteuning aangetoond

Gedragsmatige en medicamenteuze ondersteuning helpt rokers succesvol te stoppen met roken (CBO, 2009; Van den Berg & Schoemaker, 2010). Rokers die een kort, eenmalig stopadvies krijgen van hun huisarts stoppen iets vaker met roken dan rokers die dat advies niet krijgen. Als dat advies onderdeel is van een aantal begeleidende consulten, stoppen meer rokers. Ook de combinatie van farmacologische ondersteuning met gedragsmatige ondersteuning (individueel, in een groep of via de telefoon) verhoogt de stopkans (Van den Berg & Schoemaker, 2010). Huisartspatiënten die volgens de H-MIS ondersteuning krijgen, hebben bijna drie keer zoveel kans om te stoppen met roken dan patiënten die geen extra ondersteuning krijgen (Pieterse et al., 2001; Van den Berg & Schoemaker, 2010). Tot slot kan vergoeding van ondersteuning bij het stoppen met roken het aantal succesvol gestopte rokers ongeveer verdubbelen (Kaper et al., 2006b). Veel van dit soort onderzoeken zijn gefinancierd door de farmaceutische industrie (Van den Berg & Schoemaker, 2010).

Ondersteuning bij stoppen met roken levert veel gezondheidswinst op

Een kort stopadvies levert op langere termijn een gezondheidswinst op van enkele duizenden QALY’s. Voor intensieve ondersteuning is dit meer dan honderdduizend QALY’s (zie Gezondheidseffecten van tabaksontmoedigingsmaatregelen voor meer informatie) (Feenstra et al., 2005).

Stopondersteuning is kosteneffectief

De kosteneffectiviteit van interventies (H-MIS, kort stopadvies, telefonische counseling, farmacologische ondersteuning) om rokers te ondersteunen bij het stoppen bedraag tussen de 3.900 en 16.000 euro per gewonnen QALY. Ze zijn daarmee kosteneffectief (zie Kosteneffectiviteit van tabaksontmoedigingsmaatregelen) (Feenstra et al., 2005).

Zie ook: object_document_1Wat is de kosteneffectiviteit van preventie?

Volledige vergoeding van stopondersteuning kan forse gezondheidswinst opleveren

Als de stopondersteuning een half jaar volledig wordt vergoed, is de verwachte gezondheidswinst in de Nederlandse populatie op langere termijn 22.000 tot 55.000 QALY’s. Bij een vergoedingsperiode van vier jaar is de gezondheidswinst na honderd jaar ruim 80.000 tot ruim 200.000 QALY’s (zie Gezondheidseffecten van tabaksontmoedigingsmaatregelen) (Vemer et al., 2010).

Vergoeding van stopondersteuning ook kosteneffectief

De kosteneffectiviteit van vergoeding van ondersteuning bij stoppen met roken (en het informeren van huisartspatiënten hierover) bedraagt tussen de 4.500 tot 7.500 euro per gewonnen QALY (Vemer et al., 2010). Vergoeding van stopondersteuning is daarmee kosteneffectief (kosten per QALY < 20.000 euro).

Zie ook: object_document_1Wat zijn de kosten?

Naar boven


Beïnvloeden van sociale en fysieke omgeving

Postbus 51 campagne om sociale norm te beïnvloeden

De Postbus 51-campagne ‘Rookvrij de sociale norm’ uit 2007 had als doel om een rookvrije omgeving tot sociale norm te maken. Na de campagne vonden inderdaad iets meer mensen het normaal om buiten te gaan roken in plaats van binnen bij anderen (stijging van 74% naar 83% onder niet-rokers). Het percentage rokers dat aangaf niet te roken in de buurt van kleine kinderen bleef gelijk (90%) (DPC, 2008). De campagne ‘Horeca Rookvrij’ (2008) had als doel om bij het algemeen publiek draagvlak te creëren voor de invoering van een rookvrije horeca. De houding is zowel bij het algemeen publiek als bij de rokers echter niet veranderd tijdens de campagne (Borkus et al., 2009).

Naar boven

Tabel 1: Schattingen van het bereik van ondersteuning door zorgaanbieders, uitgedrukt als percentage van het aantal rokers ≥ 20 jaar (Bron: Vijgen et al., 2006a).

Maatregel

Huidig bereik

Maximaal bereik

Realistisch bereik b

Kort stopadvies/ H-MIS

2%-7%

63%-65%

laag: kort stopadvies 8% / H-MIS 2% 

basis: kort stopadvies 25% / H-MIS 5%

hoog: kort stopadvies 30% / H-MIS 12%

Intensieve counseling op polikliniek a

nu niet algemeen gebruikelijk

39%-41%

laag: 4%

basis: 7%

hoog: 15%

Intensieve counseling door longarts en cardioloog a

4%

14%-25%

laag: 4%

basis: 7%

hoog: 15%

a Behandeling via verwijzing, en inclusief nicotinevervangende therapie en farmacotherapie met Bupropion

b Drie schattingen voor een realistisch bereik: een laag bereik (ondergrens), een basis schatting en een hoog bereik (bovengrens)

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

MIS
Minimale interventiestrategie
Strategie (die minimale tijdsinvestering kost) voor hulpverlener om patiënt risico's van leefstijl te wijzen, Via een systematische methode kunnen artsen bijvoorbeeld stoppen met roken aankaarten bij rokende patiënten en de roker begeleiden bij het stoppen. De methode wordt toegepast in de huisartspraktijk en (in iets aangepaste vorm) in de intramurale sector.
OECD
Organisation for Economic Co-operation and Development
Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling. URL ledenlijst van de OECD: http://www.oecd.org/document/58/0,3746,en_2649_201185_1889402_1_1_1_1,00.html
QALY
Quality-adjusted life-year
Maat voor kwaliteit van een levensjaar (uitgedrukt in tijd); opgebouwd uit de resterende levensduur en de kwaliteit van leven van een persoon na interventie. QALY's worden berekend als een schatting van de gewonnen levensjaren, waarbij elk jaar vermenigvuldigd wordt met een gewicht (ook wel utiliteit genoemd) dat de kwaliteit van leven weergeeft van de persoon in dat jaar.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.