Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Lichamelijke activiteit
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken

Wat zijn de mogelijke oorzaken van onvoldoende lichamelijke activiteit?

Weten is nog geen willen en doen

De overgrote meerderheid (92%) van de Nederlandse bevolking weet dat 30 minuten of meer lichaamsbeweging per dag nodig is voor een goede gezondheid. 'Geen tijd' scoort veruit als meest genoemde reden om niet (voldoende) te bewegen (35%), gevolgd door 'geen zin' (21%) (Ooijendijk et al., 2007). Van de Nederlanders wil 45% in de nabije toekomst (half jaar volgend op de peiling) meer gaan bewegen (vooral jongeren). De meeste Nederlanders (circa 65%) denken overigens dat zij voldoende bewegen. Voor gedragsverandering is het van belang dat iemand zich eerst bewust is van het eigen gedrag en weet wat de risico's van onvoldoende lichamelijke activiteit zijn.

Houding ten opzichte van bewegen en geloof in eigen kunnen van invloed op beweeggedrag

Naast bovengenoemde bewustwording en kennis is onder andere ook de houding ten opzichte van bewegen van invloed op het uiteindelijke gedrag. Ook het geloof in de eigen mogelijkheden om het eigen beweeggedrag te veranderen (eigen effectiviteit) is van belang.

Ook demografische kenmerken van invloed op beweeggedrag

Verder hangen vooral demografische kenmerken, zoals leeftijd en geslacht, en de sociaaleconomische status (SES: gemeten naar opleiding en inkomen) en etnische achtergrond samen met het beweeggedrag. De percentages lichamelijk inactieven verschillen dan ook tussen leeftijds- en geslachtsgroepen, tussen SES-groepen en tussen groepen met een verschillende etnische achtergrond.

Zie voor meer informatie over de mogelijkheden en de huidige invulling van de preventie van lichamelijke inactiviteit: Icoon interne verwijzing naar onderwerpPreventie gericht op lichamelijke activiteit.

Voldoende faciliteiten en sportieve 'peers' stimuleren het bewegen

Met name bij jongeren en ouderen is de sociale omgeving van invloed op het beweeggedrag. Voorbeelden van sociale omgevingsfactoren zijn sociale veiligheid, maar ook het beweeggedrag van leeftijdsgenoten ('peers') en dat van ouders en andere mensen met een voorbeeldfunctie (Ferreira et al., 2007). Verder is de fysieke omgeving, zoals de woonwijk en de gemeentelijke infrastructuur, mede bepalend voor de lichamelijke activiteit (Wendel-Vos et al., 2007). Een voorbeeld van een fysieke omgevingsfactor die stimuleert tot meer bewegen is een toereikend aanbod van speelplaatsen en beweegfaciliteiten in de directe woonomgeving. Ook de verkeersveiligheid en een ruim aanbod van gemeentelijke sport- en groenvoorzieningen zijn gunstige fysieke omgevingsfactoren. Uit een andere studie blijkt dat verkeersonveiligheid, sociale onveiligheid en gebrek aan speelplaatsen belangrijke belemmeringen zijn voor kinderen om niet te bewegen en te sporten. De onderzoekers pleiten dan ook voor de herinrichting van stadswijken met meer sportvelden, laagbouw, woonerven, autoluwe zones en groenvoorzieningen (De Vries et al., 2005).

Preventie van lichamelijke inactiviteit gericht op meerdere oorzaken

Preventieve interventies richten zich idealiter op bovenstaande brede range van oorzaken van onvoldoende lichamelijke activiteit. Specifieke aandacht verdienen de groepen die relatief weinig bewegen, zoals lage sociaaleconomische groepen, allochtonen, 75-plussers en jongeren van 12 tot 18 jaar.

Zie voor meer informatie over de mogelijkheden en de huidige invulling van de preventie van lichamelijke inactiviteit: Icoon interne verwijzing naar onderwerpPreventie gericht op lichamelijke activiteit.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Ferreira I, Horst K van der, Wendel-Vos W, Kremers S, Lenthe FJ van, Brug J.Environmental correlates of physical activity in youth - a review and update. Obesity Reviews, 2007; 8(2): 129-54.
  • Ooijendijk WTM, Hildebrandt VH, Hopman-Rock M.Bewegen in Nederland 2000-2005. In: Hildebrandt VH, Ooijendijk WTM, Hopman-Rock M. (Red.). Trendrapport Bewegen en gezondheid 2004/2005. Hoofddorp/Leiden: TNO, 2007.
  • Vries SI de, Bakker I, Overbeek K van, Boer ND, Hopman-Rock M.Kinderen in prioriteitswijken: lichamelijke (in)activiteit en overgewicht. Leiden: TNO, 2005.
  • Wendel-Vos W, Droomers M, Kremers S, Brug J, Lenthe F van.Potential environmental determinants of physical activity in adults: a systematic review. Obesity Reviews, 2007; 8(5): 425-440.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

SES
Sociaaleconomische status
Positie die iemand inneemt in de sociale hiërarchie, gemeten aan de hand van opleiding, inkomen of beroepsstatus.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.