Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Lichamelijke activiteit
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken

Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van lichamelijke activiteit?

Lichamelijke activiteit beschermt tegen tal van ziekten

Regelmatige lichamelijke activiteit bevordert de kwaliteit van leven en kent diverse gezondheidsvoordelen (Haskell et al., 2007; US DHHS, 1996).

Matig intensieve lichamelijke activiteit, zoals fietsen of stevig wandelen, heeft al een gunstig effect op de gezondheid, mits deze regelmatig wordt verricht. Het kan indirect of direct het risico verlagen op het ontstaan van ziekten (Monninkhof et al., 2007; KWF, 2005c; Mosterd et al., 1996; Stiggelbout et al., 1998; Wendel-Vos et al., 2004; Cavill et al., 2006; Bull et al., 2004b; Colcombe & Kramer, 2003; Dunn et al., 2001) (zie tabel 1).

Intensieve lichamelijke activiteit, zoals hardlopen, voetballen en tennis, bevordert bovendien de conditie van hart en longen, ofwel de cardiorespiratoire fitheid.

Tabel 1: Persoonsgebonden factoren en ziekten waarop voldoende lichamelijke activiteit een gunstig effect heeft.

Regelmatig voldoende beweging verlaagt direct het risico op deze ziekten

Regelmatig voldoende beweging heeft een gunstig effect op deze persoonsgebonden factoren, zodat indirect het risico op ziekten wordt verlaagd

- coronaire hartziekten

- diabetes mellitus type 2

- beroerte

- osteoporose

- dikkedarmkanker

- borstkanker

- valincidenten bij ouderen

- depressie

- lichaamsgewicht

- bloeddruk

- vetpercentage

- botdichtheid

- triglyceridengehalte

- ratio HDL/LDL-cholesterol

- glucose-intolerantie (zie ook diabetes mellitus)

- insulinegevoeligheid

Voldoende bewegen heeft gunstige invloed op beloop van ziekte

Voldoende bewegen (voldoen aan de NNGB) kan het beloop van een aantal chronische aandoeningen zoals coronaire hartziekten, diabetes mellitus type 2, osteoporose, beroerte (CVA) en depressie, gunstig beïnvloeden (Stiggelbout et al., 1998, Chorus & Hopman-Rock, 2004). Over het algemeen bewegen chronisch zieke mensen weinig. Vooral 18-64-jarige mannen met astma/COPD en kanker zijn lichamelijk inactief. Bij vrouwen in deze leeftijdscategorie zijn het aandoeningen van het bewegingsapparaat en neurologische aandoeningen die voor lichamelijke inactiviteit zorgen. Bij de leeftijdsgroep 65+ zijn het mannen met hart- en vaatziekten en astma/COPD en vrouwen met hart- en vaatziekten, artrose en overige aandoeningen van het bewegingsapparaat die weinig bewegen. Belangrijke determinanten om niet te bewegen zijn: het aantal chronische aandoeningen, pijn, (zichtbare) lichamelijke beperkingen, psychische gezondheid, motivatie en angst (Chorus & Hopman-Rock, 2004).

Zie ook Wat zijn de mogelijke oorzaken van onvoldoende lichamelijke activiteit?

Risico op sportblessures nadeel van intensief bewegen

Lichamelijke activiteit, en voornamelijk intensieve lichamelijke activiteit, kent echter ook een nadeel, namelijk het risico op sportblessures of valongevallen. Jaarlijks zijn er circa 1,5 miljoen sportblessures. Bij 1,3 miljoen slachtoffers gaat het om een acute sportblessure, bij de overige slachtoffers is het letsel geleidelijk ontstaan. Ongeveer de helft van de sportletsels (780.000 sportletsels) wordt medisch behandeld (LIS 1999-2003, SCV).

Zie ook de onderwerpen Sportblessures, Privé-ongevallen en Verkeersongevallen.

Onvoldoende bewegen veroorzaakt circa 6% van sterfte

Onvoldoende bewegen (niet voldoen aan de NNGB) is in Nederland jaarlijks verantwoordelijk voor naar schatting ruim 8.000 sterfgevallen (ofwel circa 6% van totaal aantal sterfgevallen) en voor een aanzienlijk deel van de gevallen van coronaire hartziekten. Wanneer iedereen voldoende zou bewegen zou de gemiddelde levensverwachting voor alle 40-jarige Nederlanders met 0,7 jaar toenemen, waarvan 0,3 jaar ziektevrij (Van Kreijl et al., 2004). De bijdrage aan de totale ziektelast van lichamelijke inactiviteit is vergelijkbaar met die van te weinig groente en fruit en teveel verzadigd vet in de voeding.

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Bull F, et al.Physical inactivity. In: Ezzati M. (red.). Comparative quantification of health risks: global and regional burden of disease attributable to selected major risk factors. Geneva: WHO, 2004b.
  • Cavill N, Kahlmeier S, Racioppi S.Physical activity and health in Europe: evidence for action. Copenhagen: WHO, 2006.
  • Chorus AMJ, Hopman-Rock M.Chronisch zieken en bewegen. In: Trendrapport bewegen en gezondheid 2002/2003. Hoofddorp/Leiden: TNO, 2004.
  • Colcombe S, Kramer AF.Fitness effects on the cognitive function of older adults: a meta-analytic study. Psychol Sci, 2003; 14(2): 125-30.
  • Dunn AL, Trivedi MH, O'neal HA.Physical activity dose-response effects on outcomes of depression and anxiety. Med Sci Sports Exerc, 2001; 33(6 Suppl): S587-97.
  • Haskell WL, Lee IM, Pate RR, Powell KE, Blair SN, Franklin BA, et al.Physical activity and public health: updated recommendation for adults from the American College of Sports Medicine and the American Heart Association. Medical Science in Sports and Exercise, 2007; 39(8): 1423-34.
  • Kreijl CF van, Knaap AGAC, Busch MCM, Havelaar AH, Kramers PGN, Kromhout D, Leeuwen FXR van (eds), et al. Ons eten gemeten. Gezonde voeding en veilig voedsel in Nederland. RIVM-rapport nr. 270555007. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum,2004.
  • KWF Kankerbestrijding. De rol van lichaamsbeweging bij preventie van kanker. Van Signaleringscommissie Kanker van KWF Kankerbestrijding. Den Haag: KWF Kankerbestrijding,2005c.
  • Monninkhof EM, Elias SG, Vlems FA, Tweel I van der, Schuit AJ, Voskuil DW, et al.Physical activity and breast cancer: a systematic review. Epidemiology, 2007; 18(1): 137-157.
  • Mosterd WL, Bol E, Vries WR de, et al.Bewegen gewogen. Inventarisatie van wetenschappelijke gegevens en formulering van aanbevelingen ter ondersteuning van actiegericht beleid inzake sport en (volks)gezondheid. Utrecht: vakgroep Medische Fysiologie en Sportgeneeskunde, 1996.
  • Stiggelbout M, Westhoff MH, Mulder YM, Ooijendijk WTM, Hildebrandt VH, Baken W.De gezondheidswaarde van lichamelijke activiteit; een literatuurstudie. Leiden: TNO, 1998.
  • US DHHS, U.S. Department of Health and Human Services.Physical activity and health: a report of the Surgeon General. Atlanta: U.S. Department of Health and Human Services, 1996.
  • Wendel-Vos GC, Schuit AJ, Feskens EJ, Boshuizen HC, Verschuren WM, Saris WH, et al.Physical activity and stroke. A meta-analysis of observational data. Int J Epidemiol, 2004; 33(4): 787-98.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

NNGB
Nederlandse Norm Gezond Bewegen
SCV
Stichting Consument en Veiligheid
http://www.veiligheid.nl
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.