Lichamelijke activiteit

Omvang van het probleem

Hoeveel mensen zijn voldoende lichamelijk actief?

Lichamelijke activiteit volwassenenLichamelijke activiteit jongerenSport en fitnorm

Lichamelijke activiteit volwassenen

Ruim de helft van Nederlanders van 12 jaar en ouder voldoende lichamelijk actief

Naar schatting voldeed in 2007 ongeveer 56% van de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) voor hun leeftijdsklasse (CBS StatLine, 2008). Over het algemeen voldoen vrouwen in de leeftijdsklassen van 35 tot 65 jaar vaker aan de norm dan mannen. In de leeftijdsklassen tot 18 jaar en vanaf 65 jaar voldoen mannen vaker aan de norm dan vrouwen (zie figuur 1). De Monitor Bewegen en Gezondheid (OBiN; Ooijendijk et al., 2007) laat een vergelijkbaar beeld zien: volgens deze monitior voldeed in 2005 circa 56% aan de NNGB. Het tijdsbestedingsonderzoek in 2005 van het SCP schat het percentage norm-actieve volwassenen (volwassenen die voldoen aan de NNGB) in 2005 iets hoger in: 67% (Breedveld et al., 2006). In dit onderzoek werd lichamelijke activiteit geschat op basis van nauwkeurig nagevraagde tijdsbesteding. De belangrijkste vormen van activiteit die hieraan bijdragen zijn huishoudelijk werk en verplaatsingen per fiets of te voet. Het aandeel huishoudelijk werk bij het halen van de NNGB is hoger voor vrouwen en 55-plussers dan voor mannen, jongeren of mensen van middelbare leeftijd (Tiessen-Raaphorst et al., 2007).

Zeventig procent van de 55 tot 75 jarigen beweegt voldoende

In 2007 voldeed ongeveer 70% mensen tussen de 55 en 75 jaar aan de NNGB die voor hun leeftijd (55-plussers) geldt (CBS StatLine, 2008). Omdat matig intensief voor 55-plussers iets anders betekent dan voor 18-55 jarigen (zie beschrijving NNGB), vallen bij hen meer activiteiten in de categorie matig intensief. Van de 55- tot 65-jarigen voldeed 73% van de mannen en 76% van de vrouwen aan de NNGB. Voor 65- tot 75-jarigen waren deze percentages respectievelijk 71% (mannen) en 67% (vrouwen). Boven de 75 jaar voldeed 45% aan de NNGB (CBS StatLine, 2008) (zie figuur 1).

Minder dan 10% van de mensen is zeer inactief

Het percentage mensen van 18 jaar en ouder dat in het OBiN onderzoek rapporteerde inactief te zijn in 2005 (op geen enkele dag een half uur bewegen) bedroeg 6% in de zomer en 9% in de winter (Ooijendijk et al., 2007). Uit het tijdsbestedingsonderzoek bleek dat het percentage mensen van 18 jaar en ouder dat zichzelf inactief schat in 2005 bedraagt 11% in de zomer en 13% in de winter (Tiessen-Raaphorst et al., 2007). Het bleek dat vooral vrouwen en lager opgeleiden de hoeveelheid genoten beweging onderschatten en daarom tot een hoger percentage kwamen van zelf-ingeschatte inactiviteit.

Figuur 1: Percentage mensen dat in 2007 binnen hun leeftijdsklasse voldoet aan de, voor hun leeftijd geldende, Nederlandse Norm Gezond Bewegen (CBS StatLine, 2008).

lichact - omvang - hoeveel - fig.1

Meer informatie over de gebruikte gegevensbronnen staat in het document Achtergrondinformatie bij de gegevensbronnen over lichamelijke activiteit.


Lichamelijke activiteit jongeren

Jeugdigen moeten 'extra' actief zijn

Volgens het CBS voldeed in 2007 slechts 27% van de 12- tot 18-jarigen aan de NNGB voor jongeren, 28% van de jongens en 25% van de meisjes (zie figuur 1) (CBS StatLine, 2008). Dit verschil met bijvoorbeeld het percentage norm-actieve volwassenen komt doordat de NNGB strenger is voor jongeren dan vooor volwassen en ouderen. Zie ook: Wat is lichamelijke activiteit?

Meer informatie over de gebruikte gegevensbronnen staat in het document Achtergrondinformatie bij de gegevensbronnen over lichamelijke activiteit.

Lichamelijke activiteit per persoon daalt sterk na twintigste levensjaar

Hoewel jongeren in 2007 minder vaak dan volwassenen voldoen aan de voor hun leeftijd geldende NNGB, bewegen ze wel meer dan volwassenen. Dit is vooral te danken aan het feit dat jongeren zich vaker dan volwassenen en ouderen per fiets of te voet verplaatsen. Daarnaast zijn jongeren vaker betrokken bij sport en bij (buiten)spel en recreatie. Uit het tijdsbestedingsonderzoek van het SCP blijkt dat jongeren van 12-19 jaar gemiddeld 3,5 uur aan sport besteden, terwijl 20-34 jarigen hier maar 1,9 uur per week aan besteden. Na het twintigste levensjaar neemt de lichamelijke activiteit duidelijk af (Breedveld, 2008). Vanaf het 18e levensjaar gaan jongeren hun belangstelling voor sport deels verliezen en gaan meer tijd besteden aan uitgaan en sociale contacten (De Haan & Breedveld, 2000).

Naar boven


Sport en fitnorm

Circa 6 op de 10 Nederlanders doen aan sport

Onder sporten wordt zowel georganiseerde sport (sport in verenigingsverband) als overige, ongeorganiseerde sportactiviteiten verstaan, zoals skaten of joggen. In 2003 rapporteerde ongeveer 60% van de Nederlandse bevolking boven de 6 jaar dat zij in het afgelopen jaar tenminste 12 keer aan sport hebben gedaan. Dit percentage neemt af met de leeftijd. Ruim 80% van de leeftijdsgroep 6-19 jaar doet minstens 12 keer per jaar aan sport in vergelijking tot ruim 30% van de 65-plussers (zie figuur 2).

Figuur 2: Percentage Nederlanders dat in 2003 tenminste 12 keer per jaar heeft gesport (AVO).

percentage dat minimaal 12 keer per jaar sport

Meer informatie over de gebruikte gegevensbronnen staat in het document Achtergrondinformatie bij de gegevensbronnen over lichamelijke activiteit.

Ruim de helft van de Nederlandse ouderen voldoet aan de fitnorm

Ongeveer 20% van de Nederlanders van 18 tot 55 jaar bewoog in 2007 minstens 3 maal per week gedurende 20 minuten intensief (fitnorm; zie tabel 1). Mannen voldoen vaker aan de fitnorm (26%) dan vrouwen (15%). Meer dan de helft van de Nederlanders van 55 jaar en ouder voldoet aan de fitnorm: 55% van de mannen en 50% van de vrouwen. Aan de combinorm (voldoen aan ófwel de NNGB ófwel aan de fitnorm) voldoet 58% van de Nederlanders van 18 tot 55 jaar, en 73% van de mannen en 65% van de vrouwen van 55 jaar en ouder.

Tabel 1: Percentage Nederlanders van 18 jaar en ouder dat minimaal 3 maal per week gedurende 20 minuten intensief heeft bewogen in 2007 (fitnorm) en het percentage Nederlanders van 18 jaar of ouder dat voldeed aan de combinorm (voldoen aan ófwel de NNGB ófwel de fitnorm) in 2007, naar geslacht en leeftijd (Wendel-Vos & Frenken, 2008).

Achtergrondkenmerken

Fitnorm

Combinorm

Geslacht

man (18 - 55 jaar)

26

58

man (55+)

55

73

vrouw (18 - 55 jaar)

15

58

vrouw (55+)

50

65

Leeftijd (in jaren)

18-34

27

61

35-54

16

56

55-64

61

78

65-74

53

70

75+

32

47

Naar boven

bronnenboekje Bronnen
Afbeelding van een referentieboekje

Bronnen

Popup afsluiten

Bronnen

Literatuur

  • Breedveld K, Van den Broek A, De Haan J, Harms L, Huysmans F, Van Ingen E. De tijd als spiegel: Hoe Nederlanders hun tijd besteden. Den Haag: SCP, 2006.
  • Breedveld K. Sport en bewegen naar persoonskenmerken. http: //www.tijdsbesteding.nl/hoelangvaak/vrijetijd/bewegen/persoonskenmerken/20061018.html (geraadpleegd 4 maart 2008).  2008.
  • Haan de J, Breedveld K. Trends en determinanten in de sport. Eerste resultaten uit het AVO 1999. Den Haag: SCP, 2000.
  • Ooijendijk WTM, Hildebrandt VH, Hopman-Rock M. Bewegen in Nederland 2000-2005. In: Hildebrandt VH, Ooijendijk WTM, Hopman-Rock M. (Red.). Trendrapport Bewegen en gezondheid 2004/2005. Hoofddorp/Leiden: TNO, 2007.
  • Tiessen-Raaphorst A, Ingen E van, Breedveld K. Tijd voor sport en bewegen. In: Hildebrandt VH, Ooijendijk WTM, Hopman-Rock M. (Red.). Trendrapport Bewegen en gezondheid 2004/2005. Hoofddorp/Leiden: TNO, 2007.
  • Wendel-Vos GC, Frenken FJ. Het beweeggedrag in Nederland 2001-2007. In: Hildebrandt VH, Ooijendijk WTM, Hopman-Rock M. Trendrapport bewegen en gezondheid 2006/2007. Leiden: TNO, 2008.
begrippen boekje Begrippen
Afbeelding van een definitieboekje

Begrippen

Popup afsluiten

Afkortingen

CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
URL: http://www.cbs.nl
NNGB
Nederlandse Norm Gezond Bewegen
SCP
Sociaal en Cultureel Planbureau
URL: http://www.scp.nl
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 3.22, 24 juni 2010
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.

Afdrukken