Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Lichamelijke activiteit
Omvang van het probleem

Hoeveel mensen zijn voldoende lichamelijk actief?

Lichamelijke activiteit volwassenen Lichamelijke activiteit jongeren Sport en fitnorm

Lichamelijke activiteit volwassenen

Bijna zestig procent van Nederlanders voldoet aan beweegnorm

Naar schatting voldeed in 2011 ongeveer 58% van de Nederlandse bevolking van 12 jaar en ouder aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) voor hun leeftijdsklasse (Icoon: urlGezondheidsenquête; Icoon: urlCBS StatLine, 2012). Over het algemeen voldeden mannen vaker aan de norm dan vrouwen. Alleen in de leeftijdsgroepen van 12 tot 16 jaar en van 40 tot 65 jaar waren vrouwen actiever dan mannen (zie figuur 1). De Monitor Bewegen en Gezondheid (onderdeel van OBiN) laat een vergelijkbaar beeld zien. Volgens deze monitor voldeed in 2009 circa 61% aan de NNGB (Hildebrandt et al., 2013a).

Ouderen voldoen vaker aan beweegnorm dan volwassenen

In 2011 voldeed ongeveer 70% mensen tussen de 55 en 75 jaar aan de NNGB die voor hun leeftijd (55-plussers) geldt (CBS StatLine, 2012). Omdat matig intensief voor 55-plussers iets anders betekent dan voor 18- tot 55-jarigen (zie beschrijving Normen van lichamelijke inactiviteit), vallen bij hen meer activiteiten in de categorie matig intensief. Van de 55- tot 65-jarigen voldeed 71% van de mannen en 74% van de vrouwen aan de NNGB. Voor 65- tot 75-jarigen waren deze percentages respectievelijk 72% (mannen) en 65% (vrouwen). Boven de 75 jaar voldeed 56% aan de NNGB (CBS StatLine, 2012).

Minder dan 10% van de mensen is inactief

Het percentage mensen van 18 jaar en ouder dat in de OBiN rapporteerde inactief te zijn (op geen enkele dag een half uur bewegen) bedroeg 4% in de zomer en 6% in de winter van 2009 (Hildebrandt et al., 2013a).

 

Figuur 1: Percentage mensen dat in 2011 binnen hun leeftijdsklasse voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen voor hun leeftijd (Icoon: urlGezondheidsenquête; Icoon: urlCBS StatLine, 2012).

Percentage Nederlanders dat in 2011 voldeed aan de NNGB, per leeftijd

Informatie over de NNGB en inactiviteit staat in object_document_1Normen van lichamelijke (in)activiteit

In Icoon: piramide_zorggegevensZorggegevens staat meer informatie over de gebruikte gegevensbronnen:

Naar boven


Lichamelijke activiteit jongeren

Jongeren moeten 'extra' actief zijn

Volgens het CBS voldeed in 2011 slechts 22% van de 12- tot 16-jarigen aan de NNGB voor jongeren: 19% van de jongens en 25% van de meisjes (zie figuur 1) (CBS StatLine, 2012). Dit is minder dan het percentage volwassenen en ouderen dat aan de NNGB voldeed. De oorzaak ligt waarschijnlijk in het feit dat jongeren meer moeten bewegen om aan de NNGB voor hun leeftijd te voldoen (zie beschrijving object_document_1Normen van lichamelijke (in)activiteit).

Jongeren bewegen meer dan volwassenen

Hoewel jongeren in 2011 minder vaak dan volwassenen voldeden aan de voor hun leeftijd geldende NNGB, bewegen ze wel meer dan volwassenen. Die extra beweging komt vooral omdat jongeren vaker met de fiets of te voet ergens naartoe gaan. Ook besteden jongeren meer tijd aan sport, (buiten)spel en recreatie. Na het twintigste levensjaar neemt de hoeveelheid lichamelijke activiteit duidelijk af (Breedveld, 2008).

Norm voor zitgedrag alleen nog voor jongeren

Een norm voor sedentair gedrag bestaat op het moment alleen voor jongeren van 4 tot 17 jaar: minder dan twee uur computeren en/of TV/DVD kijken in de vrije tijd per dag. In 2010-2011 voldeed 57% van 4- tot 11-jarigen aan deze norm. Gemiddeld besteden kinderen op weekdagen buiten schooltijd zo'n twee uur per dag aan zittende en liggende activiteiten. Adolescenten (12-17 jaar) scoren ongunstiger. Zij liggen/zitten gemiddeld 3,5 uur per dag na schooltijd. Deze leeftijdsgroep besteedt zowel op weekdagen als op vrije dagen de meeste tijd aan zittende en liggende activiteiten. Op vrije dagen zitten ze meer dan 65-plussers en zelfs meer dan 75-plussers (Hendriksen et al., 2013).

Zie voor normen NNGB, sport en zitgedrag: object_document_1Normen van lichamelijke (in)activiteit

Naar boven


Sport en fitnorm

Sportdeelname neemt af met de leeftijd

Sport is de verzamelnaam van teamsport (voetbal), duosport (tennis) en solosport (fitness en hardlopen). Volgens de Icoon: urlRichtlijn voor Sportdeelname Onderzoek (RSO) is iemand een sporter als hij ten minste twaalf keer in de afgelopen twaalf maanden heeft gesport. De sportdeelname (volgens RSO-richtlijn) onder de Nederlandse bevolking boven de 6 jaar schommelt al een aantal jaren rond de 65% (zie figuren 2 en 3). Ook het percentage van de Nederlandse bevolking dat tenminste een keer per week sport (53% in 2011) en het percentage van de Nederlandse bevolking dat meer dan twee keer per week sport (22% in 2011) zijn stabiel. (Hoekman, 2013) Sportdeelname neemt af met de leeftijd. Van de 6-19-jarigen doet ruim 70% minstens 12 keer per jaar aan sport in vergelijking tot ongeveer 15% van de 75-plussers.

Ouderen voldoen vaker aan de fitnorm dan volwassenen

Van de 55-plussers voldoet meer dan de helft aan de fitnorm: 53% van de mannen en 51% van de vrouwen (zie tabel 1). Van de 35- tot 54-jarigen voldeed 18% in 2011 aan de fitnorm. Mannen voldoen vaker aan de fitnorm dan vrouwen. De fitnorm is voor jong en oud gelijk en vereist tenminste drie keer per week gedurende minimaal 20 minuten zwaar intensieve lichamelijke activiteit. Aan de combinorm (voldoen aan ófwel de NNGB ófwel aan de fitnorm) voldoet 71% van de Nederlanders van 55 jaar of ouder, en 60% van de 35- tot 54 jarigen (Wendel-Vos & Bruggink, 2013).

Informatie over de fitnorm en de combinorm staat in object_document_1Normen van lichamelijke (in)activiteit

In Icoon: piramide_zorggegevensZorggegevens staat meer informatie over de gebruikte gegevensbronnen:

 

Tabel 1: Percentage Nederlanders van 18 jaar en ouder dat voldoet aan de fitnorm en de combinorm in 2011, naar geslacht en leeftijd (Wendel-Vos & Bruggink, 2013).

Achtergrondkenmerken

Fitnorm

Combinorm

Geslacht

man (18 - 55 jaar)

27

61

man (55+)

53

73

vrouw (18 - 55 jaar)

18

60

vrouw (55+)

51

68

Leeftijd (in jaren)

18-34

28

63

35-54

18

58

55-64

59

77

65-74

56

72

75+

34

58

Figuur 2: Percentage mannen van 6 tot 79 jaar dat 12, 40 of (meer dan) 120 keer per jaar sport (OBIN, 2011).

Percentage mannen van 6 tot 79 jaar dat 12, 40 of (meer dan) 120 keer per jaar sport (OBiN, 2011).

Figuur 3: Percentage vrouwen van 6 tot 79 jaar dat 12, 40 of (meer dan) 120 keer per jaar sport (OBIN, 2011).

Percentage vrouwen van 6 tot 79 jaar dat 12, 40 of (meer dan) 120 keer per jaar sport (OBiN, 2011).

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
URL: http://www.cbs.nl
NNGB
Nederlandse Norm Gezond Bewegen
OBIN
Ongevallen en Bewegen in Nederland
Ongevallen en Bewegen in Nederland (OBiN) is een enquête naar ongevalsletsels en sportblessures, sportparticipatie en bewegen in Nederland. Dit onderzoek, jaarlijks uitgevoerd onder ruim 11.000 Nederlanders, levert een totaalbeeld van de ongevals- en blessureproblematiek voor alle medisch en niet medisch behandelde letsels. Zie: http://www.veiligheid.nl/onderzoek/ongevallen-en-bewegen-in-nederland-obin
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.15, 20 maart 2014
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.