Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Borstvoeding
Omvang van het probleem

Borstvoeding: Zijn er verschillen naar sociaaleconomische status en etniciteit?

Hoogopgeleide moeders starten vaker met borstvoeding dan laagopgeleide

In Nederland hangt het opleidingsniveau van de moeder sterk samen met het starten met borstvoeding. Vooral moeders met een hoge opleiding starten met borstvoeding (91%). Voor moeders met een laag en middelbaar opleidingsniveau ligt dit percentage op respectievelijk 69% en 78% (Lanting & Van Wouwe, 2007b). Verschillende studies laten zien dat in westerse geïndustrialiseerde landen vooral vrouwen met een hoge opleiding meer en langer borstvoeding geven dan laagopgeleide vrouwen, terwijl in niet geïndustrialiseerde landen juist laagopgeleide vrouwen meer en langer borstvoeding geven (Lefèber, 2011).

Steeds meer moeders geven lang borstvoeding

Het aantal vrouwen dat langer borstvoeding geeft neemt toe. In de periode 1998-2000 gaf 24% van de vrouwen na zes maanden nog borstvoeding. In 2004-2006 is dit aantal gestegen naar 31%. Het zijn vooral de hoogopgeleide moeders die langer borstvoeding geven. In de periode 2004–2006 voedde 45% van de hoogopgeleide moeders hun baby van 6 maanden nog met de borst, ten opzichte van 34% in 1998-2000. Maar ook de laagopgeleide moeders geven langer de borst. In 2004-2006 gaf 26% van hen hun baby na zes maanden nog borstvoeding, ten opzichte van 22% in 1998-2000 (CBS StatLine, 2007).

Niet-westerse moeders geven langer borstvoeding dan westerse

In Nederland geven moeders met een andere moedertaal dan het Nederlands vaker en langer borstvoeding dan autochtone moeders. De meest voorkomende duur van het geven van borstvoeding is zeven weken voor Nederlandse moeders en meer dan tien weken voor niet-westerse moeders. De meest voorkomende duur van exclusieve borstvoeding (uitsluitend borstvoeding) is ongeveer gelijk voor Nederlandse, Turkse en Marokkaanse moeders. Turkse en Marokkaanse moeders met een hoge opleiding geven minder vaak borstvoeding dan vrouwen met een lage opleiding, terwijl bij Nederlandse moeders dit patroon tegengesteld is (Lefèber, 2011).

Vrouwen in niet-westerse culturen wachten na geboorte met borstvoeding

In veel niet-westerse culturen legt de moeder de pasgeborene niet onmiddellijk na de geboorte aan de borst, maar krijgt het de eerste twee dagen ander voedsel. Het komt ook voor dat de baby borstvoeding krijgt van een verwante vrouw. De allereerste moedermelk, het colostrum, wordt niet gegeven, omdat dit als ongezond voor het kind wordt gezien. In westerse landen krijgen moeders het advies het kind direct na de geboorte aan te leggen, zelfs nog voordat de navelstreng wordt doorgeknipt (Lefèber, 2011).

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Lanting CI, Wouwe JP van.Redenen en motieven om te starten en te stoppen met borstvoeding. TNO-rapport KvL/P&Z 2007.105, 2007.
  • Lefèber Y.Culturele aspecten. In: Anten-Kools EJ, van Wouwe JP, Oudesluys-Murphy AM, Semmekrot BA. Een professionele kijk op borstvoeding. van Gorcum, 2011.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.