U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheidsdeterminanten›Leefstijl›Borstvoeding›Hoeveel moeders geven borstvoeding en neemt dit aantal toe of af?
In 2010 gaf 75% van de moeders direct na de geboorte van hun kind uitsluitend borstvoeding. Een maand na de geboorte gaf 46% van de moeders nog volledige borstvoeding, drie maanden na de geboorte 29% en zes maanden na de geboorte 18%. Dit blijkt uit de peiling Melkvoeding voor Zuigelingen van TNO (Lanting & Rijpstra, 2011). Uit de POLS Gezondheidsenquête blijkt dat in de periode 2008-2010 74% van de moeders startte met borstvoeding (zie figuur 1) (CBS Statline, 2012).
In 2010 kreeg 6% van de zuigelingen tijdens de eerste drie maanden gedeeltelijk borstvoeding (combinatie borst- en flesvoeding). In de vierde en vijfde maand na de geboorte kreeg 12% en 10% van de zuigelingen gedeeltelijk borstvoeding (Lanting & Rijpstra, 2011).
Sinds 1989 neemt het aantal vrouwen dat start met volledige borstvoeding toe (zie figuur 1). In de jaren negentig lag het percentage van de zuigelingen dat direct na de geboorte borstvoeding kreeg rond de 70%. De afgelopen tien jaar ligt dit percentage rond de 75% (CBS StatLine, 2012). Volgens de landelijke peiling Melkvoeding voor Zuigelingen steeg dit percentage in 2007 naar 81% (Lanting & Rijpstra, 2011).
De periode dat vrouwen borstvoeden is de laatste jaren ook gestegen. Vooral de oudere en hoogopgeleide moeders geven langer borstvoeding. In de periode 2004-2006 kreeg 38% van de baby’s van zes maanden met een moeder van 35-44 jaar borstvoeding. Dit percentage was 32% in de periode 1998-2000. Van de jongere moeders (15-24 jaar) gaf in de periode 2004-2006 23% borstvoeding aan hun baby van zes maanden. In de periode 1998-2000 was dit 19% (CBS POLS, 2007).
Zie ook: Zijn er verschillen naar sociaal economische status en/of etniciteit?
Figuur 1: Het percentage borstgevoede kinderen vanaf 1989 verdeeld over vier leeftijdsgroepen (CBS StatLine, 2012).