Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Alcoholgebruik
Omvang van het probleem

Zijn er verschillen naar sociaaleconomische status?

Huidige situatie Trends

Huidige situatie

Meer alcoholgebruik onder hoogopgeleiden

Alcoholgebruik komt meer voor onder hoogopgeleiden dan onder laagopgeleiden. Van de mensen met een lage opleiding (lagere school) geeft 66% aan alcohol te drinken en van de hoogopgeleiden (hbo of universiteit) is dat 90% (zie figuur 1). Het opleidingsniveau is hier als indicator gebruikt voor de sociaaleconomische status van mensen (zie ook: Wat is sociaaleconomische status? en Beschrijving opleidingscategorieën).

Het meer voorkomen van alcoholgebruik onder hoog- dan onder laagopgeleiden geldt voor zowel mannen als vrouwen (zie figuur 1 in: Sociaaleconomische verschillen naar geslacht en leeftijd). Bij afhankelijkheid van alcohol komt een verschil in opleidingsniveau alleen voor bij vrouwen (zie Afhankelijkheid van alcohol).

Meer alcoholgebruik onder hoogopgeleiden geldt niet voor 25-34 jarigen

In de groep 25-34 jarigen is er geen verschil tussen de hoogopgeleiden (hbo of universiteit) en laagopgeleiden (lagere school) in het gebruiken van alcohol. In de leeftijdsgroepen 35-49 jarigen, 50-64 jarigen en 65-plussers is onder de hoogopgeleiden het aandeel drinkers wél groter dan onder de laagopgeleiden (zie figuur 2 in: Sociaaleconomische verschillen naar geslacht en leeftijd).

Meer zware drinkers onder laagopgeleiden

Zwaar alcoholgebruik komt meer voor bij mensen met een lage opleiding (lagere school) dan bij mensen met een hoge opleiding (hbo of universiteit). Van de mensen uit de lage opleidingscategorie is 18% een zware drinker en van de hoogopgeleiden is dat 10% (zie figuur 2).

Het meer voorkomen van zware drinkers onder de laag- dan onder de hoogopgeleiden geldt voor zowel mannen als vrouwen (zie figuur 3 in: object_document_1Sociaaleconomische verschillen naar geslacht en leeftijd).

Geen verschil in zwaar alcoholgebruik tussen hoog- en laagopgeleiden onder 25-34 jarigen en 65+

Onder 25-34 jarigen en 65-plussers is er geen verschil tussen de hoogopgeleiden (hbo of universiteit) en laagopgeleiden (lagere school) in zwaar alcoholgebruik. In de leeftijdsgroepen van 35-49 jaar en 50-64 jaar is het aandeel mensen met zwaar alcoholgebruik in de lage opleidingscategorie echter hoger (zie figuur 4 in: object_document_1Sociaaleconomische verschillen naar geslacht en leeftijd).

Jongeren met een laag schoolniveau drinken het meest

Bij de jeugd geldt dat scholieren met een lager schoolniveau vaker en meer drinken dan scholieren met een hoger schoolniveau (Van Dorsselaer et al., 2010). Dit geldt voor het aandeel scholieren dat in de afgelopen maand heeft gedronken (recente drinkers). Ook doen de recente drinkers met een lager schoolniveau vaker aan binge drinken dan recente drinkers met een hoger schoolniveau. Scholieren van het vmbo die recent gedronken hebben, drinken ook vaker meer dan 10 glazen op een weekenddag, vergeleken met vwo-scholieren (Van Dorsselaer et al., 2010).

Figuur 1: Prevalentie in 2009 van alcoholgebruik onder Nederlanders van 25 jaar en ouder, naar hoogst voltooid opleidingsniveau en gestandaardiseerd naar de bevolking van 2009 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn, 2009).a

Prevalentie alcoholgebruik naar opleidingsniveau

a RII = 0,14 (95%-bi: 0,09-0,22). Na correctie voor factoren die het resultaat kunnen vertekenen, dat zijn hier leeftijd en geslacht, is de RII 0,20 (95%-bi: 0,12-0,33). Een RII <1 betekent dat onder de hoogstopgeleiden meer mensen alcohol drinken dan onder de laagstopgeleiden.

Figuur 2: Prevalentie in 2009 van zwaar alcoholgebruik onder Nederlanders van 25 jaar en ouder, naar hoogst voltooid opleidingsniveau en gestandaardiseerd naar de bevolking van 2009 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn, 2009).a

Prevalentie zwaar alcoholgebruik naar opleidingsniveau

a RII = 2,56 (95%-bi: 1,42-4,61). Na correctie voor factoren die het resultaat zouden kunnen vertekenen,dat zijn hier leeftijd en geslacht, is de RII 4,56 (95%-bi: 2,35 – 8,87). Een RII>1 betekent dat onder de laagstopgeleiden meer zwaar alcoholgebruik voorkomt dan onder de hoogstopgeleiden.


Verschil in alcoholgebruik tussen opleidingsniveaus afgenomen

Het verschil tussen de opleidingsniveaus in alcoholgebruik is in de periode 1990-2009 licht afgenomen (zie figuur 3). De opleidingsverschillen zijn afgenomen doordat meer mensen in de opleidingscategorieën 'lagere school' en 'lbo/mavo/vmbo' iets meer zijn gaan drinken.

Figuur 3: Prevalentie a van alcoholgebruik in de periode 1990-2009, naar hoogst voltooid opleidingsniveau en gestandaardiseerd naar de bevolking van 2000 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn, 1990-2009).b

Trends alcoholgebruik 1990-2009

a De prevalentiecijfers in figuur 3 zijn 3-jaar voortschrijdende gemiddelden. Het prevalentiecijfer van 2009 uit figuur 3 wijkt daardoor af van het prevalentiecijfer in figuur 1.

b RII Trend = 1,02 (95%-bi: 1,01 – 1,03). Na correctie voor factoren die het resultaat zouden kunnen vertekenen, dat zijn hier leeftijd en geslacht, is de RII Trend 1,01 (95%-bi: 1,002 – 1,02). Een RII Trend >1 betekent een afname in opleidingsverschillen in de periode 1990-2009.

Geen trend in zwaar alcoholgebruik naar opleidingsniveau

De verschillen tussen de opleidingsniveaus in zwaar alcoholgebruik schommelen over de periode 1990-2009 (zie figuur 4). Er is dan ook geen duidelijke trend zichtbaar in opleidingsverschillen in zwaar alcoholgebruik.

Figuur 4: Prevalentie a van zwaar alcoholgebruik in de periode 1990-2009, naar hoogst voltooid opleidingsniveau en gestandaardiseerd naar de bevolking van 2000 (Bron: POLS, gezondheid en welzijn, 1990-2009).b

Trends in excessief alcoholgebruik totale populatie 1990-2009

a De prevalentiecijfers in figuur 4 zijn 3-jaar voortschrijdende gemiddelden. Het prevalentiecijfer van 2009 uit figuur 4 wijkt daardoor af van het prevalentiecijfer in figuur 2.

b De RII Trend is hier niet significant. Dat betekent dat er tussen 1990 en 2009 geen duidelijke toe- of afname in opleidingsverschillen in zwaar alcoholgebruik is. Ook na correctie voor factoren die het resultaat zouden kunnen vertekenen, dat zijn hier leeftijd en geslacht, is de RII Trend niet significant.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Dorsselaer S van, Looze M de, Vermeulen-Smit E, Roos S de, Verdurmen J, Bogt T ter, et al.HBSC 2009. Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland. Utrecht: Trimbos-instituut, 2010.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

hbo
Hoger beroepsonderwijs
lbo
Lager beroepsonderwijs
mavo
Middelbaar algemeen voortgezet onderwijs
vmbo
Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
vwo
Voorbereidend wetenschappelijk onderwijs

Definities

95%-bi
Het 95%-bi (95%-betrouwbaarheidsinterval) geeft de onder- en bovengrens aan waartussen de werkelijke RII zich zeer waarschijnlijk (voor 95% zeker) bevindt. Wanneer het getal '1' niet in dit interval voorkomt, dan is de RII statistisch significant ofwel dan is er zeer waarschijnlijk sprake van een verschil tussen de hoogst- en de laagstopgeleiden.
Prevalentie
Het aantal personen met een bepaalde ziekte of leefstijl op een bepaald moment (punt-prevalentie) of in een bepaalde periode zoals een jaar (periode-prevalentie), in aantallen of percentages.
RII
De RII (relative index of inequality) is een maat die de grootte van het verschil in een gezondheidsprobleem, het zorggebruik of een leefstijl aangeeft tussen de laagst- en de hoogstopgeleiden en daarbij rekening houdt met de verdeling van de mensen over de verschillende opleidingsniveaus. Een RII<1 betekent dat het gezondheidsprobleem, het zorggebruik of de leefstijl meer voorkomt onder de hoogstopgeleiden dan onder de laagstopgeleiden. Een RII>1 betekent dat het gezondheidsprobleem, het zorggebruik of de leefstijl meer voorkomt onder de laagstopgeleiden dan onder de hoogstopgeleiden.
RII Trend
De RII Trend (trend in relative index of inequality) is een maat die de grootte van het verschil in een gezondheidsprobleem, zorggebruik of leefstijl tussen de laagst- en de hoogstopgeleiden aangeeft tussen twee momenten in de tijd (bijvoorbeeld 1990-2009). Deze maat houdt daarbij tevens rekening met de verdeling van de mensen over de verschillende opleidingsniveaus. Een RII Trend >1 betekent een afname in opleidingsverschillen in de betreffende periode. Een RII Trend <1 betekent een toename in opleidingsverschillen in de betreffende periode.
Standaardiseren
Standaardiseren vindt plaats om aantallen die over een groep onderzochte Nederlanders gaan representatief te maken voor de gehele Nederlandse bevolking.
Zwaar alcoholgebruik
Minstens 1 dag per week 6 glazen of meer.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.