Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Gezondheidsdeterminanten
Omvang van het probleem

Bronnen bij determinanten

POLS: Permanent Onderzoek LeefSituatie Doetinchem Cohort Studie, Peilstationsproject Hart- en Vaatziekten, MORGEN-project Regenboogproject Lokale en Nationale Monitor Gezondheid

POLS: Permanent Onderzoek LeefSituatie

Continu enquête-onderzoek naar leefsituatie

Het Permanent Onderzoek Leefsituatie (POLS) is een continu onderzoek naar verschillende onderwerpen met betrekking tot de leefsituatie, zoals gezondheid, arbeidsomstandigheden, rechtsbescherming, veiligheid, tijdsbesteding en wonen. POLS bestaat uit verschillende modules. Alle respondenten krijgen een basisvragenlijst voorgelegd. De vragenlijsten voor de verschillende modules worden aan een deel van de respondenten voorgelegd. In januari 1997 is POLS gestart, dit onderzoek is een vervolg op de CBS-Gezondheidsenquête.

De doelpopulatie van de gezondheidsenquête van POLS is de in Nederland woonachtige bevolking van 0 jaar en ouder in particuliere huishoudens. POLS is gebaseerd op een personensteekproef uit de Gemeentelijke Basis-Administratie. Alleen personen die wonen buiten instellingen en tehuizen in Nederland worden benaderd voor deelname aan het onderzoek. Op jaarbasis is de netto steekproefomvang voor de module 'Gezondheid en Arbeid' ongeveer 10.000 personen. De respons van de POLS ligt tussen de 55 en 60%. Er wordt een wegingsfactor berekend die corrigeert voor eventuele verschillen tussen de samenstelling van de steekproef en de doelpopulatie. De steekproef wordt gewogen naar leeftijd, geslacht, burgerlijke staat, stedelijkheidsgraad en provincie. Omdat de cijfers gebaseerd zijn op een steekproef zijn ze onderhevig aan toevalsfluctuaties en is er sprake van marges.

Module Gezondheid en arbeid

De module Gezondheid en arbeid schetst een overzicht van de stand van zaken op verschillende onderwerpen met betrekking tot de leefsituatie in de Nederlandse bevolking van 0 jaar en ouder. In de module Gezondheid en arbeid worden gegevens verzameld over:

  • gezondheidstoestand: ervaren gezondheid, sterfte en doodsoorzaken, tijdelijke beperkingen, langdurige aandoeningen, beperkingen en klachten
  • leefstijl: lichaamslengte en overgewicht, roken, drinken, borstvoeding, arbeidsomstandigheden
  • gebruik van medische en maatschappelijke voorzieningen: contacten met aanbieders, geneesmiddelen, ziekenhuisopnames
  • preventief gedrag: vaccinaties, bevolkingsonderzoek

Doetinchem Cohort Studie, Peilstationsproject Hart- en Vaatziekten, MORGEN-project

Doetinchem Cohort Studie

De Doetinchem Cohort Studie is in 1987 gestart als onderdeel van het Peilstationsproject Hart en Vaatziekten, een grootschalige peiling van de risicofactoren voor hart- en vaatziekten onder de volwassen bevolking in Nederland. In Doetinchem werden in een periode van vijf jaar gegevens van 12.500 personen verzameld. Een deel van deze personen werd daarna uitgenodigd voor deelname aan het zogenaamde MORGEN-project: MOnitoring van Risicofactoren en Gezondheid in Nederland, waarin tevens volwassenen uit Amsterdam en Maastricht werden onderzocht. In het MORGEN-project werd het blikveld van de studie verbreed: naast hart- en vaatziekten en de klassieke risicofactoren (waaronder voeding) kwam er ook aandacht voor diabetes, kanker, astma en COPD (testen van de longfunctie), migraine, klachten van het bewegingsapparaat en kwaliteit van leven. De goede uitvoering op locatie in Doetinchem en de hoge respons van de deelnemers vormden een basis om de Doetinchem Cohort Studie in te continueren met meetrondes in 1998-2002 en 2003-2007.

Vanaf 2008 start vijfde meetronde Doetinchem Cohort Studie

In 2008 start de vijfde meetronde van de Doetinchem Cohort Studie. Het blikveld wordt daarbij nog verder verbreed met een test voor cognitief functioneren en maatschappelijke participatie. Met de vijfde meetronde wordt een groter deel van de levensloop in beeld gebracht en daarmee de invloed van verschillende levensfasen op de gezondheid van ouderen. Het protocol van de vijfde ronde van de Doetinchem Cohort Studie wordt dan ook meer toegesneden op de oudere deelnemer.

Zie voor meer informatie: Doetinchem Cohort Studie.

Doetinchem Cohort Studie verzamelt gegevens over:

  • leefstijl: roken, lichamelijke activiteit, voeding, alcoholconsumptie, fysieke belasting
  • biologische factoren: bloeddruk (incl. enkelarm index vanaf de 4e ronde), totaal en HDL-cholesterol, bloedglucose, longfunctietest, body mass index, middelheupomtrek, botgezondheid via ultrageluid (vanaf ronde 5). Voor vrouwen ook nog: repdrudictieve geschiedenis en kenmerken betreffende de menstruatie, contraceptie etc.
  • functioneren: kwaliteit van leven en lichamelijk functioneren (SF36 vanaf ronde 2), fysieke functietesten (vanaf ronde 5), cognitief functioneren (voor personen vanaf 50 jaar, vanaf ronde 3), gehoorproblemen, gezichtsvermogen.
  • sociale aspecten: belangrijke sociale contacten, positieven en negatieve sociale ervaringen, een uitgebreide vragenlijst betreffende stress (tussen ronde 2 en 3), diverse psychosociale aspecten van gezondheid en levenservaringen, sociaal functioneren (aantal en type sociale activiteiten vanaf ronde 4), sociale steun en eenzaamheid (vanaf ronde 5).
  • chronische aandoeningen: diabetes, hart- en vaatziekten (coronaire hartziekten, beroerte, claudicatio), migraine, klachten van de rug en bovenste extremiteiten, kanker, astma en COPD (inclusief longfunctietesten vanaf ronde 2), incontinentie, artrose gerelateerde klachten, depressie, mondgezondheid (vanaf ronde 5).
  • achtergrondvariabelen: leeftijd, geslacht, burgerlijke staat, opleidingsniveau, werk, kenmerken huishouden.

De Doetinchem Cohort Studie is gekoppeld aan verschillende (zorg)registraties:

  • gemeentelijke basis administratie (GBA) om bij te houden wie er verhuist of komt te overlijden
  • Pharmo, apothekersregistratie: voor informatie over het gebruik van geneesmiddelen van de deelnemers
  • Landelijke Medische Registratie (LMR): voor relevante informatie over eventuele ziekenhuisopnames van de deelnemers (en opnamediagnose)
  • CBS registratie van doodsoorzaken: bij overlijden is de doodsoorzaak te achterhalen

Naar boven

Tabel 1: Beknopt overzicht van de meetrondes van de Doetinchem Cohort Studie. De gegevens uit ronde 4 (2003-2007) en ronde 5 (2008-2012) staan nog niet in het Kompas.

ronde

1

2

3

4

5

naam

Peilstationsproject

MORGEN

Doetinchem Cohort Studie

Doetinchem Cohort Studie

Doetinchem Cohort Studie

jaren

1987-1991

1993-1997

1998-2002

2003-2007

2008-2012

leeftijd

20-59 jaar

26-65 jaar

31-70 jaar

36-75 jaar

41-80 jaar

aantal deelnemers

12.500

7.300

4.900

4.500

-

respons

62%

79%

75%

ca 80%

-

Naar boven

Peilstationsonderzoek Hart- en Vaatziekten

In het Peilstationsproject Hart- en Vaatziekten zijn in de periode 1987-1991 de veranderingen nagegaan in diverse risicofactoren voor met name cardiovasculaire aandoeningen (monitoring). In deze periode zijn bij een steekproef van inwoners van Amsterdam, Doetinchem en Maastricht ruim 36.000 mannen en vrouwen tussen de 20 en 60 jaar onderzocht op risicofactoren. Zo werd onder meer gekeken naar persoonsgebonden factoren als bloeddruk, cholesterolgehalte in het bloed en lichaamsgewicht, maar ook naar diverse leefgewoonten (zoals roken, alcoholgebruik, lichamelijke inactiviteit) (Verschuren et al., 1994).

MORGEN-project

In het MORGEN-project, MOnitoring van Risicofactoren en Gezondheid in Nederland, is het vóórkomen van leefstijl- en risicofactoren gemeten tussen 1993 en 1997. De metingen zijn gedaan bij een steekproef van inwoners van Amsterdam, Doetinchem en Maastricht. In de genoemde periode zijn circa 23.000 mannen en vrouwen onderzocht. Het was een voortzetting van het Peilstationsproject hart- en vaatziekten, maar werd uitgebreid naar risicofactoren voor andere chronische ziekten, zoals diabetes mellitus, astma en COPD, gewrichtsaandoeningen, neurologische aandoeningen en kanker (Blokstra et al., 2005).


Regenboogproject

Regenboogproject

Het Regenboogproject is een onderzoek op GGD’en dat plaatsvond in de periode 1998-2001. Doordat vrijwel alle GGD’en in Nederland meededen, kon de dataverzameling plaatsvinden binnen een landelijk dekkend netwerk. Deelnemers aan het vragenlijstonderzoek is bovendien gevraagd om deel te nemen aan een lichamelijk onderzoek bij de GGD; de respons binnen dit vervolgtraject was echter lager dan verwacht (25,7%). Hoewel hiervoor gecorrigeerd is door middel van weging, heeft dit mogelijk invloed op de representativiteit van de data (Viet et al., 2003).


Lokale en Nationale Monitor Gezondheid

Enquêtes vergelijkbaar tussen regio's

GGD’en en thuiszorginstellingen verzamelen periodiek (minstens 1 keer in de 4 jaar) gegevens over de gezondheid van de populatie in hun regio. Doorgaans gebeurt dit met behulp van enquêtes. In de Lokale en Nationale Monitor worden de lokale gegevensverzamelingen zoveel mogelijk op elkaar afgestemd, zodat de gegevens vergelijkbaar zijn tussen gemeenten en regio’s en samengevoegd kunnen worden om landelijke cijfers te berekenen. Zo zijn er over allerlei onderwerpen standaardvraagstellingen ontwikkeld en is er afgesproken dat GGD’en die gebruiken. De onderwerpen gaan over de fysieke, mentale en sociale gezondheid van de bevolking en gerelateerde onderwerpen als leefstijl, omgeving en zorg..

Onderzoek naar de situatie van kinderen en jeugdigen wordt uitgevoerd in het kader van de Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid. De Lokale en Nationale Monitor Volksgezondheid onderzoekt de gezondheid van volwassenen. De situatie van ouderen wordt onderzocht via de Lokale en Nationale Monitor Gezondheid Ouderen.

De doelpopulatie is de in Nederland woonachtige bevolking van 0 jaar en ouder. GGD’en trekken zelf een steekproef uit de populatie in hun regio. Met behulp van weging wordt gecorrigeerd voor non-respons. De respons varieert van 45 tot 75%. Per regio nemen een paar duizend mensen deel aan het onderzoek. Bij het berekenen van landelijke cijfers wordt rekening gehouden met de grootte van de gemeenten en regio’s.

Gegevensverzameling

De Lokale en Nationale Monitor Gezondheid verzamelt onder andere gegevens over:

  • gezondheid: chronische aandoeningen, eenzaamheid, beperkingen, angst en depressie, kwaliteit van leven, ongevallen
  • leefstijl: alcohol, drugs, roken, bewegen, overgewicht, voeding
  • omgeving: binnenmilieu, buitenmilieu, leefomgeving, sociale contacten, sociale veiligheid, vrijwilligerswerk, werksituatie, woonsituatie, huishoudsamenstelling, agressie, geweld
  • zorg: zorggebruik (huisarts, telefonische bereikbaarheid, vertrouwen in gezondheidszorg, ziekenhuisopname), griepprik, mondverzorging, mantelzorg geven en ontvangen, medicijngebruik, medische hulpmiddelen
  • achtergrondvariabelen zoals leeftijd, geslacht, opleiding, etniciteit, geografische indicator, religie, inkomen.

Endogene factoren

Naast de standaardvraagstellingen voor vragenlijsten is er ook een module endogene factoren ontwikkeld. Deze module beschrijft een protocol voor het meten van lengte en gewicht, bloeddruk, cholesterol en glucosegehalte. Hiermee kan ook op een gestandaardiseerde manier informatie over endogene factoren worden verkregen. De module is inmiddels door een paar GGD’en gebruikt.

Coördinatie

De Lokale en Nationale Monitors Jeugdgezondheid, Volksgezondheid en Gezondheid Ouderen worden gecoördineerd door GGD Nederland, Actiz en het RIVM.

.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.