U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheid en ziekte›Ziekten en aandoeningen›Zenuwstelsel en zintuigen›Ziekte van Parkinson›Ziekte van Parkinson: Welke zorg gebruiken patiënten en wat zijn de kosten?
De huisarts en de neuroloog zijn de zorgverleners die bij patiënten met de ziekte van Parkinson vooral de zorg verlenen. In het beginstadium van de ziekte zal de patiënt met lichamelijke klachten (stijfheid, etc.) naar de huisarts gaan. De huisarts kan de patient vervolgens voor diagnose doorverwijzen naar een neuroloog in het ziekenhuis. De bevestiging van de diagnose aan de hand van een aantal klinische criteria is de verantwoordelijkheid van de neuroloog (zie ook: Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?). De neuroloog is ook de verantwoordelijke voor een behandeling met medicijnen. In de loop van het ziekteproces begeleidt zowel de huisarts als de neuroloog de patiënt.
Parkinson is een ziekte die tot meerdere problemen kan leiden, waardoor er vaak ook meerdere zorgverleners bij de zorg betrokken zijn. In enkele ziekenhuizen zijn multidisciplinaire behandelteams gevormd, waar een revalidatiearts, gespecialiseerde parkinsonverpleegkundigen, een logopedist, een fysiotherapeut of oefentherapeut en een ergotherapeut deel van uitmaken. Zonodig worden patiënten door de neuroloog of huisarts naar een of meerdere van deze paramedici verwezen.
In 2005 werd 1.464 keer iemand opgenomen met de ziekte van Parkinson. Mensen met deze diagnose hadden in 2005 een gemiddelde opnameduur van ruim 16 dagen. Dagbehandelingen komen niet zoveel voor bij de ziekte van Parkinson. In 2005 werden in totaal 300 dagbehandelingen geteld (zie tabel 1).
In de periode 1995-2005 is het aantal klinische opnamen voor de ziekte van Parkinson voor mannen met 19% en voor vrouwen met 42% gedaald. Het aantal klinische opnamedagen daalde nog harder omdat voor mannen de gemiddelde opnameduur met 37% daalde in de periode 1995-2005 en voor vrouwen met 31% (zie figuur 1).
Het aantal dagopnamen is in de periode 1999-2005 flink gestegen. Dit aantal blijft in vergelijking met andere ziekten echter laag. Er is vaak sprake van een dagopname wanneer patiënten worden ingesteld op nieuwe medicijnen of behandeld met 'diepe hersenstimulatie'. Er wordt in toenemende mate overgegaan op dagopnames voor korte observaties, om klinische opnames te vermijden.
Tabel 1: Aantal klinische opnamen en opnamedagen, gemiddelde opnameduur (in dagen) en aantal dagopnamen in 2005 voor de ziekte van Parkinson (Bron: LMR).
mannen
vrouwen
totaal
Klinische opnamen
839
625
1.464
Klinische opnamedagen
13.628
10.286
23.914
Gemiddelde opnameduur
16,2
16,5
16,3
Dagopnamen
159
141
300
Figuur 1: Ziekenhuisprevalentie, klinische opnamen, klinische opnamedagen en dagopnamena met de ziekte van Parkinson als hoofdontslagdiagnose in de periode 1995-2005; gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking en geïndexeerd (1995 is 100) (Bron: CBS-Statline en LMR).
a het indexcijfer voor het aantal dagopnamen voor de ziekte van Parkinson stijgt voor mannen naar 688 in 2005 (het indexcijfer is 591 in 2003 en 570 in 2004).
De kosten van de zorg voor de ziekte van Parkinson bedroegen 176,8 miljoen euro in 2005. Dat is 0,3% van de totale kosten voor de gezondheidszorg in Nederland en 4,6% van de totale kosten van de zorgkosten die gemaakt worden voor ziekten van het zenuwstelsel en de zintuigen (Poos et al., 2008). De kosten zijn gelijkmatig verdeeld over mannen en vrouwen (respectievelijk 51% en 49%). De kosten worden voornamelijk op hogere leeftijd gemaakt (zie figuur 2) omdat de ziekte van Parkinson vooral bij ouderen voorkomt. Het grootste deel (68%) van de kosten is toe te schrijven aan de sector ouderenzorg, 12% aan ziekenhuiszorg en medisch-specialistische zorg, 10% aan eerstelijnszorg en 7% aan genees- en hulpmiddelen (Kosten van Ziektenstudie).
Figuur 2: Kosten van de ziekte van Parkinson in 2005 uitgesplitst naar leeftijd en geslacht (Bron: Kosten van Ziektenstudie).
Naar boven