Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Ziekte van Parkinson
Geografische verschillen

Ziekte van Parkinson: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Internationale vergelijking prevalentie is lastig

Een internationale vergelijking van het aantal patiënten met Parkinson (prevalentie) is lastig, vanwege verschillende diagnosecriteria. Er is maar een beperkt aantal kwalitatief goede studies beschikbaar die een vergelijking van Europese prevalentiecijfers mogelijk maken. In een overzicht van deze studies varieerde de prevalentie voor een selectie van Europese landen van 108 tot 257 per 100.000 personen (Von Campenhausen et al., 2005). Het betreft hier de prevalentie over alle leeftijdsklassen. De prevalentie onder personen van 60 jaar en ouder varieerde van 1.280 tot 1.500 per 100.000. De prevalentie in Nederland bedroeg 1.400 per 100.000 en was gebaseerd op gegevens van het ERGO-bevolkingsonderzoek onder personen van 55 jaar en ouder (De Rijk et al., 1995b).

Europese studie laat geen grote verschillen in prevalentie zien

In de zogeheten Europarkinson-studie, waarbij de methodologie en diagnosecriteria gelijk waren, bleken er geen significante verschillen in prevalentie tussen de deelnemende landen. In het kader van deze studie zijn de prevalenties van vijf epidemiologische bevolkingsonderzoeken met elkaar vergeleken. Alleen in Frankrijk was de prevalentie iets lager. De lagere prevalentie in Frankrijk wordt mogelijk verklaard door het feit dat de diagnosecriteria in dit land iets minder streng waren en de screening iets afweek van de overige in de studie deelnemende landen (De Rijk et al., 1997a, De Rijk et al., 1997c).

De in het kader van de studie uitgevoerde onderzoeken zijn verricht in Nederland, Frankrijk, Spanje (tweemaal) en Italië. Het gemiddelde aantal personen van 55 jaar en ouder met de ziekte van Parkinson (inclusief secundair parkinsonisme; zie Wat is de ziekte van Parkinson en wat is het beloop?) bedroeg 23 per 1.000. Voor primair parkinsonisme bedroeg deze 16 per 1.000. Er was geen verschil tussen mannen en vrouwen, en de prevalentie nam toe met de leeftijd, zelfs tot op zeer hoge leeftijd. In Nederland (en Frankrijk) was de ziekte bij circa 88% van de patiënten al bekend. In Italië en Spanje bij 48-74%. Deze verschillen hebben mogelijk te maken met aspecten van de gezondheidszorg (vroege herkenning door Nederlandse huisartsen en verpleeghuisartsen, vroege verwijzing naar een neuroloog en een betere toegankelijkheid van de zorg).

Internationale vergelijking sterfte is niet mogelijk

Internationale vergelijking van sterftecijfers voor de ziekte van Parkinson is niet mogelijk. Dat komt door grote verschillen in diagnostiek en definitie van de ziekte van Parkinson, en de opzet en organisatie van de sterftestatistieken (Pritchard et al., 2004).

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Campenhausen S von, Bornschein B, Wick R, Botzel K, Sampaio C, Poewe C, et al.Prevalence and incidence of Parkinson's disease in Europe. Eur Neuropscychopharmacol, 2005; 15(4): 473-490.
  • Pritchard C, Baldwin D, Mayers A.Changing patterns of adult (45-74 years) neurological deaths in the major Western world countries 1979-1997. Public Health, 2004; 118(4): 268-83.
  • Rijk MC de, Breteler MMB, Graveland GA, Ott A, Grobbee DE, Meché FGA van der, et al.Prevalence of Parkinson's disease in the elderly: The Rotterdam Study. Neurology, 1995b; 45: 2143-2146.
  • Rijk MC de, Rocca WA, Anderson DW, Melcon MO, Breteler MMB, Maraganore DM.A population perspective on diagnostic criteria for Parkinson's disease. Neurology 1997a; 48: 1277-1281.
  • Rijk MC de, Tzourio C, Breteler MMB, Dartigues JF, Amaducci L, Lopez-Pusa S, et al.Prevalence of parkinsonism and Parkinson's disease in Europe: the EUROPARKINSON collaborative study. J Neurol Neurosurg Psychiatry, 1997c; 62: 10-15.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.