U bevindt zich op:Nationaal Kompas Volksgezondheid›Gezondheid en ziekte›Ziekten en aandoeningen›Zenuwstelsel en zintuigen›Ziekte van Parkinson›
Jaarprevalentie
(per 1.000)
Incidentie
(per 1.000 per jaar)
leeftijd
mannen
vrouwen
0-4
0,03
0,00
5-9
10-14
15-19
0,23
20-24
25-29
30-34
35-39
0,05
0,13
40-44
0,07
0,18
45-49
0,17
0,34
50-54
0,61
0,48
0,29
0,15
55-59
1,22
1,20
0,33
60-64
3,04
1,93
0,22
65-69
5,62
5,39
0,56
0,52
70-74
8,07
6,12
3,78
2,60
75-79
14,79
10,20
3,33
1,03
80-84
13,53
14,80
4,02
1,82
85+
17,43
12,62
4,56
1,80
Bron huisartsenregistraties: de geschatte jaarprevalentie in 2003 is het gemiddelde van CMR-Nijmegen e.o., LINH, RNUH-LEO, RNH en Transitieproject en de geschatte incidentie in 2003 komt van de LINH.
Achtergronden en details bij cijfers uit huisartsenregistraties
Beschrijving van gebruikte gegevensbronnen
Prevalentie
Ziekte van Parkinson
55-64
3,64
2,04
0,46
65-74
11,93
7,92
0,85
1,77
75-84
26,87
34,04
4,94
2,33
28,85
47,75
9,49
2,57
Parkinsonisme (inclusief ziekte van Parkinson)
3,40
0,69
13,76
10,80
1,41
3,19
38,39
44,68
6,83
4,50
48,08
64,61
12,10
10,21
Bron bevolkingsonderzoek: ERGO (55 jaar en ouder; 1990-1993, 1993-1994 en 1997-1999)
0 jaar
1-4
0,16
0,36
0,35
1,92
1,45
7,19
2,55
21,89
13,07
59,65
33,56
127,81
78,60
235,47
104,53
CBS Doodsoorzakenstatistiek