Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Gehoorstoornissen
Omvang van het probleem

Beschrijving van gebruikte bronnen

Huisartsenregistraties

Voor bepaling van de prevalentie en incidentie van gehoorstoornissen worden cijfers gepresenteerd op basis van huisartsenregistraties. Over het algemeen zullen dergelijke contactregistraties het vóórkomen flink onderschatten omdat veel ouderen ontkennen dat zij slecht horen. Hoewel ze regelmatig op het spreekuur van de huisarts komen in verband met andere chronische ziekten, vertellen zij niet dat ze slechter horen. Een andere reden dat huisartsenregistraties het vóórkomen van gehoorbeperkingen onderschatten is dat veel mensen naar een speciaalzaak gaan om het gehoor te laten testen en de beperking te laten wegnemen door het aanmeten van een hoortoestel.

De volgende vijf huisartsenregistraties zijn gebruikt:

De vijf huisartsenregistraties verschillen niet alleen in algemene werkwijze van elkaar, maar hanteren elk bij het registreren van gehoorstoornissen specifieke regels. Daarom is de betekenis van de cijfers uit de vijf registraties niet altijd gelijk en wordt een keuze gemaakt uit de registraties voor het schatten van incidentie en prevalentie. Zie hiervoor: Achtergrond bij keuze van huisartsenregistraties.

Trends in het vóórkomen van slechthorendheid in de huisartspraktijk zijn afkomstig van de CMR-Nijmegen e.o. en RNH.

Enquête: CBS-POLS, gezondheid en welzijn

In de CBS-POLS, gezondheid en welzijn-enquête worden vragen gesteld over het vóórkomen van lichamelijke beperkingen, waaronder beperkingen in het horen. De vragen worden afgenomen bij zelfstandig wonende personen van 12 jaar en ouder. Dit gebeurt met een schriftelijke vragenlijst, waarin twee vragen over slechthorendheid zijn opgenomen:

  • Vraag 1: Kunt u een gesprek volgen in een groep van 3 of meer personen? (Zo nodig met hoorapparaat)
  • Vraag 2: Kunt u met één andere persoon een gesprek voeren? (Zo nodig met hoorapparaat)

De antwoordcategorieën waaruit gekozen kan worden, zijn:

  • ja, zonder moeite
  • ja, met enige moeite
  • ja, met grote moeite
  • nee, dat kan ik niet

In het Kompas worden de resultaten voor 2007 gepresenteerd, alsook de trend over de periode 1989-2009.

Landelijke neonatale gehoorscreening

Sinds 2006 krijgt elke pasgeborene in Nederland gehoorscreening aangeboden vanuit de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Bij de ongeveer 4.000 kinderen die jaarlijks op Neonatale Intensive Care Units (NICU’s) worden opgenomen gebeurt dit vanuit de NICU’s.

Doel van de gehoorscreening is het vroegtijdig opsporen van kinderen met een gehoorverlies van minimaal 40 dB aan één of beide oren.

De gehoorscreening bestaat uit maximaal drie rondes waarbij twee verschillende methodes worden gebruikt:

  • De OAE-methode (in de eerste twee rondes) die gebaseerd is op het registreren van geluidjes die een goed functionerend binnenoor produceert als reactie op zachte geluidjes.
  • De AABR methode waarbij de reactie op het geluid in de hersenen wordt gemeten tot op het niveau van de hersenstam.

De regie van het neonatale gehoorscreeningsprogramma JGZ ligt in handen van het Centrum voor Bevolkingsonderzoek van het RIVM. Dit geldt niet voor de gehoorscreening binnen de NICU’s.

Voor meer informatie over de inhoud en de organisatie van het programma, zie de RIVM-website: www.rivm.nl/pns/gehoorscreening.

.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

AABR
Auditory Brainstem Response Audiometrie
Geautomatiseerde hersenstam audiometrie.
OAE
Oto-Akoestische Emissie
Geluid dat door het oor zelf geproduceerd wordt onder invloed van geluiden die van buiten komen.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.