Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Epilepsie
De ziekte, de determinanten en de gevolgen voor de patiënt

Wat is epilepsie en wat zijn de gevolgen?

Ziektebeeld Beloop Kwaliteit van leven

Ziektebeeld

Epilepsie is hersenaandoening met epileptische aanvallen

Epilepsie (ICD-9-code 345, ICD-10-code G40-G41) is een ziekte van de hersenen. Kenmerkend zijn de spontane (niet geprovoceerde) epileptische aanvallen, die op onvoorspelbare momenten optreden. Er is sprake van epilepsie als:

  • er twee of meer ongeprovoceerde epileptische aanvallen in een jaar optreden;
  • de aanvallen bestaan uit symptomen ten gevolge van plotselinge, excessieve elektrische activiteit van de hersenen.

Bij epileptische aanval kunnen verschillende verschijnselen optreden

Bij een epileptische aanval kunnen verschillende verschijnselen optreden, zoals:

  • motorische: samentrekken van een enkele spier, spiergroep of meerdere spieren,
  • sensorische: sensaties van de zintuigen: horen, zien, voelen, proeven, ruiken, verstoringen van de waarneming van ruimte en tijd,
  • autonome: zweten, blozen, misselijkheid, kippenvel, hartkloppingen,
  • psychomotorische: tijdelijk gestoord geheugen, tijdelijk aangetaste spraakfunctie,
  • psychische: spontane angstgevoelens, woede, vreugde, hallucinaties.

Epileptische aanvallen verschillen sterk in ernst en frequentie

Epileptische aanvallen verschillen sterk in ernst en frequentie, zowel tussen patiënten als binnen het leven van een afzonderlijke patiënt. Sommige patiënten hebben tientallen aanvallen per dag, anderen hebben slechts zelden een aanval. Een aanval kan zo subtiel zijn dat hij niet opvalt, of zo hevig dat het lijkt alsof de patiënt doodgaat. Sommige patiënten raken regelmatig gewond bij een aanval. Een epileptische aanval kan (zeer) lang aanhouden, of zeer snel en zeer vaak opnieuw inzetten. Als een epileptische aanval langer duurt dan 30 minuten of wanneer de patiënt tijdens de aanvallen niet meer bij bewustzijn komt, is er sprake van status epilepticus. Soms is dit levensbedreigend. De ernst en frequentie van een epileptische aanval zijn afhankelijk van de locatie in de hersenen, de verspreiding over de hersenen en de sterkte van elektrofysiologische veranderingen.

Een aanval kan lokaal of gegeneraliseerd van aard zijn

Een epileptische aanval kan partieel of gegeneraliseerd van aard zijn. Aan de symptomen en/of een elektro-encefalogram (EEG) is te zien om welk type aanval het gaat. Bij 8% van de patiënten is de epilepsievorm niet te classificeren (Berg et al., 2000).

  • Een partiële aanval (ook wel gelokaliseerde of focale aanval genoemd) begint vanuit een lokaal gebiedje in de hersenen. De oorzaak is meestal onbekend. De kans dat er een specifieke oorzaak wordt gevonden (bijvoorbeeld een herseninfarct) neemt toe met de leeftijd. Partiële epilepsie komt verreweg het meest voor, bij ruim tweederde van de patiënten. Bijna iedereen die na z'n dertigste epilepsie krijgt, heeft partiële epilepsie.
  • Bij een gegeneraliseerde aanval zijn beide hersenhelften tegelijk betrokken. Slechts een klein deel van de patiënten (ongeveer 6%) heeft gegeneraliseerde epilepsie.

Prognose en behandeling afhankelijk van epilepsievorm

De aandoening epilepsie komt in verschillende vormen of syndromen voor (zie tabel 1). De prognose en de behandeling van epilepsie zijn afhankelijk van de epilepsievorm. De vorm wordt bepaald door het type epileptische aanval, de beginleeftijd, EEG-kenmerken, genetische aanleg en het al dan niet hebben van een neurologische afwijking. Voor de classificatie van epilepsievormen gebruikt de neurologie de International League Against Epilepsy (ILAE, 1981; ILAE, 1993). Epilepsie kan idiopathisch, symptomatisch of cryptogeen zijn. Bij idiopathische epilepsie spelen vooral genetische factoren een rol; symptomatische epilepsie is het (late) gevolg van een hersenbeschadiging. Bij cryptogene epilepsie wordt een neurologische oorzaak vermoed zonder dat deze kan worden aangetoond. In meer dan de helft van de gevallen is de epilepsievorm niet goed vast te stellen, met name op jonge leeftijd (Cockerell et al., 1997).

Andere ziekten kunnen ook een aanval veroorzaken

Ziektebeelden met een acute stoornis in de hersenen kunnen een aanval veroorzaken die op een epilepsieaanval lijken. Een bekend voorbeeld daarvan is een koortsconvulsie bij infectieziekten. Andere voorbeelden zijn beroerte, ziekte van Parkinson, ongevalsletsel, vergiftiging, onthoudingsverschijnselen bij alcohol- en drugsafhankelijkheid, te laat glucosegehalte in het bloed en zuurstoftekort. De ILAE classificeert dergelijke aanvallen als 'speciale syndromen'. Het is echter niet duidelijk of dit ook werkelijk vormen van epilepsie zijn.

Tabel 1: Classificatie van vormen van epilepsie en epileptische syndromen (vereenvoudigd schema) (Bron: ILAE, 1989).

1

Partiële (of gelokaliseerde of focale) epilepsie en syndromen

1.1

Idiopathisch

1.2

Symptomatisch

1.3

Cryptogeen

2

Gegeneraliseerde epilepsie en syndromen

2.1

Idiopathisch

2.2

Symptomatisch

2.3

Cryptogeen

3

Epilepsie waarbij het niet mogelijk is te classificeren als partieel of gegeneraliseerd

3.1

Zowel met gegeneraliseerde als partiële aanvallen

3.2

Aanvallen zijn noch duidelijk gegeneraliseerd noch duidelijk partiëel

4

Speciale syndromen

Naar boven


Beloop

Meeste patiënten met epilepsie worden vrij van aanvallen

Epilepsie is niet zonder meer een chronische aandoening. Bij de meeste de patiënten onderdrukken anti-epileptische medicijnen de aanvallen perfect. Mensen die snel aanvalsvrij worden met medicatie hoeven vaak maar een beperkte periode (bij kinderen één tot twee jaar, bij volwassenen twee tot drie jaar) behandeld te worden, waarna de aanvallen ook zonder medicatie wegblijven. Ongeveer de helft van de patiënten is na twintig jaar aanvalsvrij zonder medicatie (Shackleton et al., 2003).

Reactie op medicatie voorspelt prognose

De meest eenvoudige methode om patiënten met een goede en slechte prognose te scheiden, is gebaseerd op de reactie op de medicatie. Wie aanvallen houdt na twee behandelpogingen, heeft een slechtere prognose (Kwan & Brodie, 2000). Factoren die een slechte prognose voorspellen zijn verder: aanwezigheid van een verstandelijke handicap, op jonge leeftijd de eerste aanval, een continu aanvalspatroon, een groot aantal aanvallen vóór de start van de medicatie en een symptomatische vorm van epilepsie (Arts, 1995). Een slechte prognose betekent onder andere levenslange behandeling en vaak onvolledige controle over de aanvallen met medicatie.

Bij drie kwart van kinderen is het beloop mild

Bij meer dan de helft van de patiënten treedt epilepsie voor het eerst op in de kinderleeftijd of de adolescentie. Bij ongeveer drie kwart van de kinderen met epilepsie is het beloop mild (Arts, 1995).

Sterfte onder epilepsiepatiënten is hoger dan gemiddeld

De sterfte onder patiënten met epilepsie is ruim drie keer zo hoog als in de algemene bevolking. Bij patiënten jonger dan twintig jaar is de sterfte zelfs bijna acht keer zo hoog (Shackleton et al., 1999). Het is niet bekend in hoeverre de sterfte het gevolg is van een epileptische aanval of dat de sterfte samenhangt met de oorzaak van epilepsie. De sterftecijfers van patiënten met epilepsie in de algemene bevolking zijn lager dan die van patiënten in een epilepsie-instelling. De laatste groep heeft waarschijnlijk een ernstiger vorm van epilepsie (Shackleton et al., 2002). Doodsoorzaken die gerelateerd zijn aan epilepsie – naast een epileptische aanval – zijn kwaadaardige tumoren van het centrale zenuwstelsel, beroerte, ongevalsletsels, longontsteking en suïcide (Shackleton et al., 1999; Cockerell et al., 1994). De laatste jaren is er toenemende belangstelling voor het fenomeen van Sudden Unexpected Death in Epilepsy (SUDEP). Op basis van buitenlandse cijfers wordt gedacht dat dit fenomeen in Nederland jaarlijks enkele tientallen doden veroorzaakt. Mogelijk spelen hier hartritme- of ademhalingsstoornissen door een aanval een rol.

Zie ook: Hoe vaak komt epilepsie voor en hoeveel mensen sterven eraan?

Naar boven


Kwaliteit van leven

Kans op aanvallen altijd aanwezig

Epileptische aanvallen en de bijwerkingen van anti-epileptische medicatie hebben een ongunstige invloed op de kwaliteit van leven. Los daarvan kan het onvoorspelbare karakter en de heftigheid van een aanval een zware psychische belasting vormen voor de patiënt en zijn omgeving. Dit heeft bij veel mensen met epilepsie waarschijnlijk meer invloed op de kwaliteit van leven dan de epileptische aanvallen zelf. Deze zijn immers vaak volledig onder controle met medicatie. Patiënten die al een tijd geen aanval meer hebben gehad, rapporteren minder psychosociale problemen (Shackleton, 2002).

Invloed op veel aspecten van het dagelijks leven

Epilepsie die niet goed onder controle is, heeft ook praktische gevolgen in het dagelijks leven. Een patiënt kan zich verwonden door een aanval en door frequente aanvallen beperkingen ervaren in zijn dagelijkse activiteiten, zoals werken, autorijden en sporten. De kwaliteit van leven bij epilepsie wordt vooral beïnvloed door psychische en sociale problemen, zoals depressie- en angstklachten, geheugenproblemen en sociale isolatie (Suurmeijer et al., 2001).

Zie ook:

Algemene informatie over kwaliteit van leven: Gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Arts WFM.Is het mogelijk de afloop van epilepsie bij kinderen te voorspellen? In: Brouwer OF (red.). New strategies in the management of childhood epilepsy. Boerhaave Commissie voor PAOG, Rijksuniversiteit Leiden, 1995: 49-62.
  • Berg AT, Shinnar S, Levy SR, Testa FM, Smith-Rapaport S, Beckerman B.How well can epilepsy syndromes be identified at diagnosis? A reassessment 2 years after initial diagnosis. Epilepsia, 2000; 41(10): 1269-1275.
  • Cockerell OC, Johnson AL, Sander JWAS, Hart YM, Goodridge DMG, Shorvon SD.Mortality from epilepsy: results from a prospective population-based study. Lancet 1994; 344: 918-921.
  • Cockerell OC, Johnson AL, Sander JWAS, Shorvon SD.Prognosis of epilepsy: a review and futher analysis of the first nine years of the British National General Practice Study of Epilepsy, a prospective population-based study. Epilepsia 1997; 38: 31-46.
  • ILAE, International League Against Epilepsy.Commission on classification and terminology. Proposal for revised clinical and electroencephalographic classification of epileptic seizures. Epilepsia 1981; 22: 489-501.
  • ILAE, International League Against Epilepsy.Commission on classification and terminology. Proposal for revised classification of epilepsies and epileptic syndromes. Epilepsia 1989; 30: 389-399.
  • ILAE, International League Against Epilepsy.Commission on epidemiology and prognosis. Guidelines for epidemiologic studies on epilepsie. Epilepsia 1993; 34: 592-596.
  • Kwan P, Brodie MJ.Early identification of refractory epilepsy. N Engl J Med, 2000; 342(5): 314-319.
  • Shackleton DP, Kasteleijn-Nolst Trenite DG, Craen AJ de, Vandenbroucke JP, Westendorp RG.Living with epilepsy: long-term prognosis and psychosocial outcomes. Neurology 2003; 61(1): 64-70.
  • Shackleton DP, Westendorp RG, Kasteleijn-Nolst Trenite DG, Craen AJ de, Vandenbroucke JP.Survival of patients with epilepsy: an estimate of the mortality risk. Epilepsia 2002; 43(4): 445-50.
  • Shackleton DP, Westendorp RG, Kasteleijn-Nolst Trenite DG, Vandenbroucke JP.Mortality in patients with epilepsy: 40 years of follow up in a Dutch cohort study. J Neurol Neurosurg Psychiatry, 1999; 66(5): 636-40.
  • Shackleton DP.Living with epilepsy: long term prognosis and psychosocial outcomes. Rotterdam: Optima Grafische Communicatie, 2002.
  • Suurmeijer TPBM, Reuvekamp MF, Aldenkamp BP.Social functioning, psychological functioning, and quality of life in epilepsy. Epilepsia 2001; 9: 1160-1168.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

EEG
Electro-encephalogram
ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.
ILAE
International league against epilepsy
URL: http://www.ilae.org/
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.