Op 27 november 2014 wordt de nieuwe site VolksgezondheidEnZorg.info gelanceerd. In deze site worden Nationaal Kompas Volksgezondheid, Nationale Atlas Volksgezondheid, Zorgbalans, Kosten van Ziekten en Zorggegevens geleidelijk samengebracht tot een compleet en overzichtelijk geheel. Op termijn zullen de oude sites verdwijnen.
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Epilepsie
Omvang van het probleem

Hoe vaak komt epilepsie voor en hoeveel mensen sterven eraan?

Ongeveer 30 per 100.000 mensen met epilepsie

Het aantal nieuwe gevallen van epilepsie per jaar (incidentie) in Nederland wordt geschat op 30 per 100.000 mensen van veertien jaar of ouder (Kotsopoulos et al., 2005). Dit betekent jaarlijks 5.000 tot 8.100 nieuwe ziektegevallen. Deze cijfers zijn gebaseerd op een meta-analyse. Men verwacht in de toekomst een afname van het aantal nieuwe ziektegevallen op de kinderleeftijd en een toename op hogere leeftijd (Kotsopoulos et al., 2002). Naar schatting maakt ongeveer 5% van de bevolking op enig moment in zijn leven een insult door (Goodridge & Shorvon, 1983). De prevalentie van ‘actieve‘ epilepsie (behandeld voor epilepsie met anti-epileptica) wordt geschat op 5 per 1.000 (Wallace et al., 1998). Voor Nederland betekent dit dat op enig moment meer dan 80.000 mensen behandeld worden voor epilepsie.

Omvang door aard van de ziekte moeilijk te bepalen

Uit bevolkingsonderzoek zijn alleen actuele cijfers beschikbaar over de omvang van epilepsie in de populatie huisartspatiënten. Deze cijfers geven waarschijnlijk een onderschatting van de werkelijke omvang, omdat mensen die langdurig zijn opgenomen buiten deze registratie vallen. Epilepsie komt juist extra veel voor bij die mensen met een hersenbeschadiging. Van deze groep zijn naar verhouding veel mensen langdurig opgenomen, bijvoorbeeld in een instelling voor verstandelijk gehandicapten, een psychiatrisch ziekenhuis of een verpleeghuis (mensen met dementie). Ook binnen de groep huisartspatiënten kan de omvang van epilepsie onderschat worden bij mensen met een hersenbeschadiging. Bij hen verlopen epileptische aanvallen vaak atypisch, waardoor ze minder opvallen in het patroon van abnormaal gedrag door de onderliggende ziekte.

113.000 personen met epilepsie bij huisarts in 2007

Op 1 januari 2007 waren er binnen de groep huisartspatiënten 113.000 mensen met epilepsie (puntprevalentie; figuur 1). Dit waren iets meer mannen dan vrouwen: 7,0 per 1.000 mannen en 6,8 per 1.000 vrouwen. In 2007 kwamen er ongeveer 8.000 nieuwe patiënten met epilepsie bij (incidentie; figuur 2). Dit brengt het totaal aantal mensen met gediagnosticeerde epilepsie in 2007 op 121.100 (jaarprevalentie). Deze schattingen van de incidentie en prevalentie zijn gebaseerd op de analyse van vijf huisartsenregistraties. De incidentie is relatief hoog op de kinderleeftijd, neemt dan af en stijgt weer op hogere leeftijd (figuur 1 en achtergronddocument Prevalentie, incidentie en sterfte naar leeftijd en geslacht).

In 2010 overleden 229 personen aan epilepsie

In 2010 overleden 229 personen met epilepsie als primaire doodsoorzaak (CBS Doodsoorzakenstatistiek): 109 mannen en 120 vrouwen (resp. 1,3 per 1.000 mannen en 1,4 per 1.000 vrouwen). De sterfte door epilepsie neemt toe met de leeftijd. Sterfte die direct gerelateerd is aan epilepsie, komt vooral voor bij jonge mensen die een ernstige vorm van epilepsie hebben in combinatie met andere neurologische problemen en/of een verstandelijke handicap (Klenerman et al., 1993). De direct aan epilepsie gerelateerde sterfte onder epilepsiepatiënten (SUDEP) lijkt gering. De exacte doodsoorzaak van een persoon met epilepsie is echter vaak lastig vast te stellen. Het is lang niet altijd duidelijk of epilepsie als primaire doodsoorzaak moet worden gecodeerd. Sterfte bij een status epilepticus is duidelijk, maar de doodsoorzaak is veel moeilijker aan te geven bij sterfte door een ongeval of plotselinge sterfte (Nashef, 1996).

Figuur 1: Incidentie (per 1.000) van epilepsie in 2007 naar leeftijd en geslacht (Bron: Huisartsenregistraties).

Epilepsie_incidentie_2007

Figuur 2: Puntprevalentie (per 1.000) van epilepsie op 1 januari 2007, naar leeftijd en geslacht (Bron: Huisartsenregistraties).

epilepsie_puntprevalentie_2007

Zie:

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Goodridge DMG, Shorvon SD.Epileptic seizures in a population of 6000. 1: demography, diagnosis and classification. BMJ 1983; 287: 641-644.
  • Klenerman P, Sander JWA, Shorvon SD.Mortality in patients with epilepsy: a study of patients in long term residential care. J Neurol Neurosurg Psychiatry 1993; 56: 149-152.
  • Kotsopoulos I, Krom M de, Kessels F, Lodder J, Troost J, Twellaar M, et al.Incidence of epilepsy and predictive factors of epileptic and non-epileptic seizures. Seizure, 2005; 14(3): 175-182.
  • Kotsopoulos IA, Merode T van, Kessels FG, Krom MC de, Knottnerus JA.Systematic review and meta-analysis of incidence studies of epilepsy and unprovoked seizures. Epilepsia, 2002; 43(11): 1402-1409.
  • Nashef L.Mortality in epilepsy. In: Current medical literature: neurologics. Royal Society of Medicine, 1996; 12: 3-11.
  • Wallace H, Shorvon S, Tallis R.Age-specific incidence and prevalence rates of treated epilepsy in an unselected population of 2,052,922 and age-specific fertility rates of women with epilepsy [see comments]. Lancet, 1998; 352(9145): 1970-1973.

Begrippen en afkortingen

Definities

Incidentie
Het aantal nieuwe gevallen van of nieuwe personen met een bepaalde ziekte in een bepaalde periode, absoluut of relatief.
Prevalentie
Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.17, 23 juni 2014
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.