Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Epilepsie
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Epilepsie: Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?

Diagnostiek Behandeling

Diagnostiek

Neuroloog stelt meestal de definitieve diagnose

Meestal is de huisarts, kinderarts, verpleeghuisarts, arts in een instelling voor verstandelijk gehandicapten of een arts op de afdeling spoedeisende hulp van een ziekenhuis de eerste arts die een patiënt met epilepsie ziet. De neuroloog (of epileptoloog) stelt echter meestal de definitieve diagnose. De huisarts stelt de diagnose epilepsie als er binnen een jaar twee aanvallen optreden. Hij hanteert dus niet per se de ILAE-criteria (zie Wat is epilepsie en wat zijn de gevolgen?). In principe gaat het om actieve vormen van epilepsie. Voor een huisarts is een eenmalige aanval of een afwijking op het EEG niet voldoende om de diagnose epilepsie te stellen.

Anamnese en EEG worden gebruikt voor diagnose

De diagnose epilepsie wordt meestal gesteld op basis van een anamnese bij de patiënt (plus een getuige van de aanvallen) en een EEG. De diagnose wordt steeds vaker ondersteund door aangeleverd eigen videomateriaal van aanvallen, zoals filmpjes met mobiele telefoons. Voor het instellen van een geschikte therapie is het van belang om het type epileptische aanval vast te stellen. Een MRI- scan van de hersenen is meestal nodig om te zoeken naar een oorzaak voor de epilepsie.

Diagnostiek sterk verbeterd

De laatste twintig jaar is de diagnostiek van epilepsie door allerlei technische ontwikkelingen sterk verbeterd. Daardoor is de oorzaak van epilepsie steeds beter vast te stellen. In de toekomst zullen technische vernieuwingen in de diagnostiek doorgaan, zoals de ontwikkeling van magneto-encefalografie, bronlokalisatie, MRI-technieken, SPECT/PET (‘single photon emission computerised tomography’ respectievelijk ‘positron emission tomography’) en genetisch onderzoek. De steeds betere identificatie van de hersenlaesie die epilepsie veroorzaakt (de bron of haard van de epilepsie) maakt het mogelijk om bij onvoldoende reactie op medicijnen vaker andere behandelopties te overwegen, zoals epilepsiechirurgie. Een operatie kan mensen weliswaar genezen, maar het gaat om zulke kleine aantallen dat deze ontwikkeling nog niet of nauwelijks invloed heeft op de omvang van epilepsie in de bevolking.

Algemene voorlichting kan leiden tot vroegere opsporing

Vaak maakt een persoon met epilepsie zijn eigen (eerste) symptomen niet bewust mee, bijvoorbeeld omdat hij bewusteloos raakt en/of geheugenverlies heeft. Voor een snelle herkenning van epilepsie is de omgeving van de patiënt daarom belangrijk. De herkenning kan verbeterd worden door voorlichting hierover te geven aan de algemene bevolking en aan professionals in het onderwijs, verpleeghuizen en instellingen voor verstandelijk gehandicapten. Patiënten kunnen daardoor sneller opgespoord en behandeld worden.

Naar boven


Behandeling

Neuroloog is meestal de behandelend arts

Over het algemeen behandelt de neuroloog patiënten met epilepsie. De neuroloog houdt (als het goed is) de huisarts op de hoogte van de behandeling. Soms neemt de huisarts na verloop van tijd de behandeling over. Soms bestaat het contact tussen huisarts en patiënt enkel uit het voorschrijven van (herhaal)recepten.

Behandeling voornamelijk met medicatie

Epilepsie wordt vooral met medicatie, anti-epileptica, behandeld. Daarmee kan de ernst en de frequentie van de aanvallen worden verminderd of zelfs voorkomen. In ongeveer 70% van de gevallen kan medicatie een nieuwe aanval voorkomen. De effecten hangen af van de duur, ernst en vorm van de epilepsie, van eventuele bijkomende (neurologische) problemen en van zaken als therapietrouw en erfelijke aanleg. Er zijn verschillende anti-epileptica voor de verschillende vormen van epilepsie. Patiënten die één tot twee jaar aanvalsvrij zijn hebben vaak geen anti-epileptica meer nodig. Ongeveer de helft van de patiënten blijft na die periode aanvalsvrij zonder medicatie. Het is niet bekend hoe vaak huisartsen de medicatie daadwerkelijk afbouwen.

Behandeling gericht op voorkómen van een aanval

Behandeling van epilepsie heeft uiteindelijk tot doel om de kwaliteit van leven van de patiënt zoveel mogelijk te verbeteren. Het voorkomen van een epileptische aanval staat daarbij voorop. De ernst van eventuele bijwerkingen van de medicatie weegt over het algemeen niet op tegen het risico van een nieuwe epileptische aanval. Bij ongeveer één op de vier patiënten kan de medicatie een epileptische aanval niet voorkomen of heeft de medicatie onacceptabele bijwerkingen. Deze mensen hebben ‘(medicamenteus) onbehandelbare epilepsie’ of medicatieresistente epilepsie. Kennis van de oorzaken hiervan komt vooral uit de farmacogenetische hoek. Neuroreceptorgenen en genen die betrokken zijn bij transport en metabolisme van anti-epileptica beïnvloeden de effectiviteit van en resistentie tegen deze medicatie (Löscher et al., 2009).

Niet-medicamenteuze behandeling weinig toegepast

Sommige patiënten waarbij medicatie onvoldoende helpt, kunnen met een neurochirurgische operatie geholpen worden. Het gaat om patiënten met epilepsie uit een operatief te verwijderen deel van de hersenen, vaak de temporaalkwab. Tijdens de operatie worden kleinehersendelen verwijderd die de onderliggende oorzaak van de epilepsie vormen. Hoewel deze operatie steeds vaker wordt toegepast en tot een substantiële controle over de aanvallen leidt, gaat het om een zeer kleine groep mensen. Deze ontwikkeling heeft daarom weinig invloed op de omvang van epilepsie in de bevolking. Heel sporadisch worden andersoortige behandelingen geprobeerd, zoals een speciaal dieet of een geïmplanteerd apparaatje (nervus vagus stimulator) waarmee de patiënt zelf een epileptische aanval kan onderdrukken. Het effect van deze behandelingen bij medicatieresistente epilepsie is echter vaak beperkt (50% kans op 50% minder aanvallen).

Verbeterde behandeling vooral gericht op kwaliteit van leven

Er worden steeds weer nieuwe anti-epileptica ontwikkeld die soms epileptische aanvallen beter kunnen onderdrukken dan de bestaande medicatie. Ook hebben ze soms minder bijwerkingen. Deze medicatie kan de kwaliteit van leven van sommige therapieresistente patiënten dus verder verbeteren. Waarschijnlijk hebben de nieuwe anti-epileptica (net zoals de oude) echter geen invloed op de achterliggende oorzaak en is het niet mogelijk met medicijnen mensen te genezen van epilepsie. Deze ontwikkelingen hebben dus geen effect op de omvang van epilepsie in de bevolking.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Löscher W, Klotz U, Zimprich F, Schmidt D.The clinical impact of pharmacogenetics on the treatment of epilepsy. Epilepsia, 2009; 50(1): 1-23.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

EEG
Electro-encephalogram
ILAE
International league against epilepsy
URL: http://www.ilae.org/
MRI
Magnetic resonance imaging
Magnetische Resonantie Computer Tomografie. Een onschadelijke beeldvormende techniek waarmee dwarsdoorsneden van het lichaam kunnen worden gemaakt. Het maakt gebruik van de eigenschap van atoomkernen om onder invloed van radiogolven zelf energie uit te gaan stralen.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.