Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Eetstoornissen
Omvang van het probleem

Neemt het aantal mensen met eetstoornissen toe of af?

Geen toename van anorexia sinds 1980

In enkele overzichtsartikelen van epidemiologisch onderzoek werd geconcludeerd dat het aantal patiënten met anorexia nervosa sinds 1980 stabiel is (Fombonne, 1996; Keel & Klump, 2003).

In de regio Nijmegen (CMR-Nijmegen e.o.) werd wel een stijging in de beginjaren negentig gezien van de prevalentie van anorexia nervosa bij de huisarts (zie figuur 1), maar dat kan ook een gevolg zijn van de toegenomen bekendheid met het ziektebeeld zodat artsen eerder de diagnose eetstoornis zijn gaan stellen of dat patiënten met een eetstoornis eerder hulp zijn gaan zoeken.

Aantal patiënten met boulimia neemt mogelijk af

Het verloop van het het aantal patiënten met boulimia nervosa in Nederland vanaf 1980 is niet helemaal duidelijk; de onderzoeken spreken elkaar enigszins tegen (Keel & Klump, 2003). Inmiddels zijn er steeds meer aanwijzingen uit internationaal onderzoek dat de incidentie en prevalentie van boulimia nervosa na een hoogtepunt in de jaren tachtig zou zijn afgenomen in de jaren negentig (Currin et al., 2005; Keel et al., 2006).

Totaal aantal nieuwe patiënten in Nederland stabiel tussen 1985 en 1999

Op grond van de CMR-Peilstations (Van Son et al., 2006) blijkt dat de incidentie van anorexia nervosa tussen 1985 en 1999 vrijwel contstant is gebleven. De incidentie van boulimia nam licht af.

Eetstoornissen op steeds jongere leeftijd

Op grond van de CMR-Peilstations (Van Son et al., 2006) blijkt dat de incidentie van anorexia bij meisjes tussen 15-19 jaar bijna verdubbelde (van 56 naar 109 per 100.000) terwijl de incidentie in de leeftijdsgroep 20-34 jaar daalde. Bij boulimia verschoof de leeftijdsgroep met het hoogste risico van 25-29 jaar naar 15-24 jaar. Dit zou erop kunnen wijzen dat patiënten op steeds lagere leeftijd anorexia of boulimia ontwikkelen (Van Son et al., 2006).

Tieners krijgen op steeds jongere leeftijd anorexia nervosa. Maar dat is niet de enige oorzaak voor de gevonden verschuiving. Tevens is de vroegdiagnostiek van anorexia nervosa verbeterd: anorexia nervosa wordt tegenwoordig eerder herkend. Ook zijn de behandelingsfaciliteiten verbeterd en preventieprogramma’s op school ingevoerd, waardoor meisjes wellicht eerder hulp zoeken. Dit beeld wordt bevestigd in de gespecialiseerde behandelcentra voor eetstoornissen, die steeds vaker anorexia-patiënten van 12 jaar of jonger behandelen.

Figuur 1: Jaarprevalentie van anorexia nervosa bij vrouwen in enkele Nijmeegse huisartsenpraktijken in de periode 1985-2004 (3-jarig voortschrijdend gemiddelde), gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 1990 en geïndexeerd (1986 is 100) (CMR-Nijmegen e.o.).

Trend in prevalentie anorexia nervosa bij vrouwen (1985-2004)
.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Currin L, Schmidt U, Treasure J, Jick H.Time trends in eating disorder incidence. British Journal of Psychiatry, 2005; 186: 132-135.
  • Fombonne E.Is bulimia nervosa increasing in frequency? International Journal of Eating Disorders 1996; 19: 287-296.
  • Keel PK, Heatherton TF, Dorer DJ, Joiner TE, Zalta AK.Point prevalence of bulimia nervosa in 1982, 1992 and 2002. Psychological Medicine, 2006; 36: 119-127.
  • Keel PK, Klump KL.Are eating disorders culture-bound syndromes? Implications for conceptualizing their etiology. Psychological Bulletin, 2003; 129(5): 747-769.
  • Son GE van, Hoeken D van, Bartelds AIM, Furth EF van, Hoek HW.Time trends in the incidence of eating disorders: A primary care study in the Netherlands. International Journal of Eating Disorders, 2006; 39(7): 565-569.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.