Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Eetstoornissen
Omvang van het probleem

Hoe vaak komen eetstoornissen voor en hoeveel mensen sterven eraan?

Prevalentie en incidentie Sterfte

Prevalentie en incidentie

Ongeveer 25.000 mensen met anorexia of boulimia nervosa

Op basis van de CMR-Peilstations (Hoek et al., 1995) en van internationaal onderzoek wordt geschat dat in 2003 ongeveer 25.000 personen anorexia of boulimia hadden. Ongeveer 5.000 tot 6.000 mensen leden aan anorexia nervosa, en ongeveer 20.000 aan boulimia nervosa (jaarprevalentie). Het overgrote deel (90-95%) van hen was vrouw.

Op grond van internationaal bevolkingsonderzoek wordt de jaarprevalentie in Nederland onder jonge vrouwen (15-29 jaar) van anorexia en boulimia geschat op respectievelijk 370 en 1.500 per 100.000 (Hoek & Hoeken, 2003).

In 2003 leden naar schatting 15.000 mensen aan een ernstige eetstoornis die net niet voldeed aan de criteria voor anorexia of boulimia nervosa. In totaal waren er in 2003 dus ongeveer 40.000 mensen met een eetstoornis.

Nauwelijks gegevens over voorkomen eetbuistoornis

Over de eetbuistoornis zijn nog vrijwel geen prevalentiecijfers bekend, omdat de definitie vrij nieuw is en nog niet helemaal vaststaat. Op grond van internationaal onderzoek wordt geschat dat ongeveer 1% van de volwassen bevolking (18-65 jaar) lijdt aan een eetbuistoornis (Hay, 1998). Opvallend is dat de eetbuistoornis onder mannen en vrouwen evenveel voorkomt (Spitzer et al., 1993; Hay, 1998). Hoeveel het bij kinderen en bij ouderen voorkomt is nog onduidelijk.

Ongeveer 2.400 nieuwe patiënten met anorexia of boulimia per jaar

Op basis van de CMR-Peilstations (Van Son et al., 2006) en van internationaal onderzoek (Hoek & Hoeken, 2003) wordt geschat dat de incidentie van anorexia nervosa 8 per 100.000 bedraagt. Dat zijn in Nederland in 2003 ongeveer 1.300 nieuwe gevallen; vooral vrouwen tussen 15 en 24 jaar. De incidentie van boulimia nervosa wordt op grond van de CMR-Peilstations geschat op 6,5 per 100.000 (Van Son et al., 2006). Dat zijn ongeveer 1.100 nieuwe gevallen in 2003; voornamelijk vrouwen tussen 15 en 29 jaar. De incidentie van de eetbuistoornis is nog onbekend (Dingemans et al., 2002).

Cijfers uit huisartsenregistraties geven onderschatting

Bij de prevalentiecijfers en incidentiecijfers van eetstoornissen uit huisartsenregistraties (CMR-Peilstations) moet rekening worden gehouden met een onderschatting van het daadwerkelijke aantal gevallen. Patiënten hebben namelijk niet altijd contact met de huisarts. Als ze wel contact hebben, presenteren ze vaak lichamelijke klachten die de arts soms niet herkent als symptomen van eetstoornissen.

detailsIncidentie naar leeftijd


Sterfte

Sterfte eetstoornissen niet in doodsoorzakenstatistiek

Op grond van internationaal onderzoek wordt geschat dat in Nederland jaarlijks ongeveer 15-30 patiënten met anorexia nervosa sterven (Schoemaker et al., 2003). In de officiële doodsoorzakenstatistiek (ICD-9 code 783.0 en 783.6; ICD-10 F50.0 en F50.2) is dit niet terug te vinden. Mogelijk wordt de doodsoorzaak bij eetstoornissen eerder geregistreerd onder andere codes, zoals de complicaties van gewichtsverlies, of suïcide.

Anorexia nervosa verhoogt risico op vroegtijdig overlijden

Uit diverse onderzoeken blijkt dat patiënten met anorexia nervosa een grotere kans op vroegtijdig overlijden hebben als gevolg van uithongering of suïcide (Herzog et al., 2000). De jaarlijkse sterfte onder patiënten met anorexia is 6,0 (Patton, 1988) tot 12,8 maal hoger dan verwacht voor jonge vrouwen (Eckert et al., 1995). Anorexia nervosa behoort daarmee tot de psychische ziekten met de hoogste sterfte (Sullivan, 1995; Harris & Barraclough, 1998).

In een meta-analyse werd voor opgenomen patiënten met anorexia een gemiddelde kans op sterfte van 0,56% per jaar gevonden (Sullivan, 1995). Anders gezegd: van elke 18 opgenomen patiënten met anorexia sterft er één binnen 10 jaar (Schoemaker et al., 2003).

Sterfte boulimia onbekend

De sterfte onder patiënten met boulimia nervosa is nog onvoldoende onderzocht om definitieve conclusies te trekken. In een review werd voor boulimia nervosa een gemiddelde kans op sterfte van 0,3% gevonden. In werkelijkheid zou de kans op sterfte hoger kunnen liggen, omdat de gemiddelde follow-up periode na de diagnose in de genoemde review relatief kort was (Keel & Mitchell, 1997).

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Dingemans AE, Bruna MJ, Furth EF van.Binge eating disorder: a review. International Journal of Obesity, 2002; 26: 299–307.
  • Eckert ED, Halmi KA, Marchi P, Grove E, Crosby R.Ten-year follow-up study of anorexia nervosa: clinical course and outcome. Psychol Med 1995; 25: 143-156.
  • Harris EC, Barraclough B.Excess mortality of mental disorders. Br J Psychiatry 1998; 173: 11-53.
  • Hay PJ.The epidemiology of eating disorder behaviors: an Australian community-based survey. International Journal of Eating Disorders 1998; 23: 371-382.
  • Herzog DB, Greenwood DN, Dorer DJ, Flores AT, Ekeblad ER, Richards A et al.Mortality in eating disorders: a descriptive study. International Journal of Eating Disorders 2000; 28: 20-26.
  • Hoek HW, Bartelds AI, Bosveld JJ, et al.Impact of urbanization on detection rates of eating disorders. Am J Psychiatry 1995; 152: 1272-1278.
  • Hoek HW, Hoeken D van.Review of the prevalence and incidence of eating disorders. International Journal of Eatig Disorders, 2003; 34: 383-396.
  • Keel PK, Mitchell J.Outcome in bulimia nervosa. Am J Psychiatry 1997; 154: 313-21.
  • Patton G.Mortality in eating disorders. Psychol Med 1988; 18: 947-951.
  • Schoemaker C, Ruiter C de, Berg M van den, Cuijpers P, Graaf R de, Have M ten, et al.Nationale monitor geestelijke gezondheid: jaarboek 2003: ADHD, anorexia nervosa en andere psychische stoornissen. Utrecht: Trimbos-instituut, 2003.
  • Son GE van, Hoeken D van, Bartelds AIM, Furth EF van, Hoek HW.Time trends in the incidence of eating disorders: A primary care study in the Netherlands. International Journal of Eating Disorders, 2006; 39(7): 565-569.
  • Spitzer RL, Yanovski S, Wadden T, Wing R, Marcus M, Stunkard A et al.Binge eating disorder: its further validation in a multisite study. International Journal of Eating Disorders 1993; 13: 137-153.
  • Sullivan PF.Mortality in anorexia nervosa. Am J Psychiatry 1995; 152: 1073-4.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ICD
International Classification of Diseases
Internationale classificatie van ziekten.

Definities

Prevalentie
Het aantal gevallen of personen met een bepaalde ziekte op een bepaald moment (punt-prevalentie) of in een bepaalde periode, bijvoorbeeld per jaar (periode-prevalentie), absoluut of relatief.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.