Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Eetstoornissen
Diagnostiek, behandeling en zorg

Eetstoornissen: Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?

Diagnostiek Behandeling

Multidisciplinaire Richtlijn Eetstoornissen

In 2006 verscheen de Multidisciplinaire Richtlijn Eetstoornissen (CBO & Trimbos-instituut, 2006), met aanbevelingen voor diagnostiek en behandeling van eetstoornissen. Het Trimbos-instituut heeft de richtlijn vervolgens omgezet in een landelijk basisprogramma eetstoornissen, een leidraad voor het opstellen van regionale zorgprogramma's in de praktijk (Trimbos-instituut, 2006b).

De onderstaande teksten over diagnostiek en behandeling van eetstoornissen zijn vooral gebaseerd op deze multidisciplinaire richtlijn .

Zie voor meer informatie de volgende documenten op de website ggz-richtlijnen:

Diagnostiek

Eetstoornissen vaak niet herkend

Eetstoornissen worden vaak niet herkend, mede omdat patiënten hun eetgedrag verbergen. Ongeveer 25 jaar geleden werd eenderde van de patiënten met anorexia nervosa en slechts 6% van de patiënten met boulimia nervosa in de GGZ behandeld (Hoek & Brook, 1985). De herkenning en diagnostiek van eetstoornissen zijn de laatste decennia verbeterd, en deze percentages zijn nu waarschijnlijk hoger. Exacte cijfers ontbreken echter.

Diagnostiek niet eenvoudig

Het vaststellen van een eetstoornis is niet eenvoudig. Bij kinderen is het stellen van de diagnose wat makkelijker. Meestal melden de ouders het kind namelijk aan bij de huisarts. De ouders vormen dan een waardevolle bron van informatie met betrekking tot de aard en omvang van de eetproblemen. Bij volwassenen ligt het anders; schaamte en/of ontkenning van de (ernst van de) problemen kunnen er toe leiden dat een patiënt de eetstoornis verbergt voor de omgeving. Bij de huisarts presenteert de patiënt zich vaak met andere klachten (veelal menstruatieklachten of maag-darmstoornissen zoals obstipatie), waardoor de kans bestaat dat de eetstoornis niet wordt onderkend.

Diagnostisch interview geeft meest betrouwbare informatie

Na een verwijzing door de huisarts volgt in een gespecialiseerde instelling doorgaans een uitgebreide anamnese. Een diagnostisch interview door een geoefende interviewer die bekend is met de gevoeligheden rond eetstoornissen, geeft daarbij de meest betrouwbare informatie. De vragen moeten ingaan op eetgedrag, gewicht(schommelingen), betekenis van figuur en gewicht, eetbuien en maatregelen om gewicht te beheersen. Doorvragen is van bijzonder belang bij deze patiënten, vanwege de neiging tot het ontkennen of bagatelliseren van problemen en gedrag.

Voor wetenschappelijk onderzoek, maar ook als hulpmiddel bij de diagnostiek zijn semi-gestructureerde interviews beschikbaar. De belangrijkste is de EDE (Eating Disorder Examination) (Fairburn & Cooper, 1993), die ook beschikbaar is in het Nederlands (Jansen, 2000). Deze vragenlijst wordt internationaal gezien als de gouden standaard (Bloks & Spaans, 2002) en gaat in op de symptomatologie van de eetstoornis. Ook bestaat er een schriftelijke versie van de EDE, de EDE-Q (Fairburn & Beglin, 1994) eveneens beschikbaar in het Nederlands (Van Furth, 2000).

Screening nog niet haalbaar

Grootschalige screening met het doel om patiënten met een eetstoornissen in een vroeg stadium op te speuren, is vooralsnog niet haalbaar (Schoemaker, 1998; CBO & Trimbos-instituut, 2006). Het grootste probleem is dat juist degenen die mogelijk een eetstoornis hebben vaak niet aan onderzoek mee willen werken en/of de vragenlijst onjuist invullen (hetzij door schaamte, hetzij door ontkenning van de problemen). De huidige screeningsinstrumenten en –methoden zijn onvoldoende opgewassen tegen deze problemen. Ook is het de vraag in hoeverre personen die positief scoren op de screening en inderdaad een eetstoornis hebben, bereid zijn om behandeld te worden. Veel patiënten met een eetstoornis zien de stoornis niet als een probleem, maar juist als de oplossing (Noordenbos, 1988). Aan de andere kant is vroeg ingrijpen gewenst gezien de lijdensdruk van de patiënten, de verhoogde mortaliteit en chroniciteit van de stoornis.

Naar boven


Behandeling

Richtlijn adviseert integrale behandeling eetstoornissen

In de Multidisciplinaire Richtlijn Eetstoornissen (CBO & Trimbos-instituut, 2006) wordt aangeraden om patiënten met eetstoornissen te behandelen volgens het 'stepped care' principe. Dat wil zeggen dat de behandeling altijd begint met de minst ingrijpende behandeling. Als de eerste behandeling onvoldoende effect heeft, wordt cvervolgens gekozen voor een ingrijpender behandelvorm (zoals opname). Bij patiënten met anorexia nervosa worden in de richtlijn de lagere niveaus van stepped care overgeslagen.

Daarnaast is het aanbevolen om patiënten met eetstoornissen integraal te behandelen. Dit betekent dat de behandeling zich richt op eetgedrag, lichaamsgewicht en lichaamsbeleving, maar ook op algemene psychologische problemen zoals onzekerheid, perfectionisme en trauma’s, en op problemen in het gezinsleven en het sociaal-maatschappelijk functioneren. Ten slotte wordt aanbevolen om bij patiënten met eetstoornissen voedingsmanagement in de behandeling op te nemen.

In Nederland diverse centra voor behandeling eetstoornissen

In Nederland kunnen patiënten met een eetstoornis terecht bij alle vormen van psychiatrische hulpverlening. Er zijn ook specialistische behandelcentra voor eetstoornissen. In 1998 stelde de Stuurgroep Eetstoornissen Nederland (SEN) richtlijnen op waaran specialistische centra moeten voldoen. Zo moet er sprake zijn van een specifiek behandelprogramma dat bestaat uit meerdere behandelvormen naast elkaar, uitgevoerd door een multidisciplinair team waarin alle leden deskundigheid en affiniteit hebben ten aanzien van patiënten met een eetstoornis (SEN, 1998). De SEN is in 2005 overgegaan in de Nederlandse Academie voor Eetstoornissen (NAE). De NAE is een vereniging voor alle organisaties en professionals die zich in Nederland bezighouden met de behandeling van eetstoornissen.

Er zijn in Nederland 10 specialistische behandelcentra voor eetstoornissen (waarvan één topreferent-centrum). Zeven van deze centra richten zich (ook) op kinderen en jeugdigen. De behandeling van patiënten met een eetstoornis in de specialistische centra bevat doorgaans de volgende elementen: gewichtsmanagement en normalisering van het eetpatroon, psycho-educatie, sociale vaardigheden, psycho-, groeps- en systeemtherapie en therapieën gericht op expressie en lichaamsbeleving. Bij kinderen en jeugdigen is specifieke aandacht en begeleiding nodig voor de ouders van het kind. Aangezien kinderen en jeugdigen nog niet volgroeid zijn, dient de lichamelijke ontwikkeling scherp in de gaten worden gehouden.

Soms ziekenhuisopname nodig

Behandeling van eetstoornispatiënten kan in diverse graden van intensiteit plaatsvinden, afhankelijk van de ernst de eetstoornis en de motivatie van de patiënt. In principe gaat de voorkeur uit naar poliklinische behandeling. In bepaalde gevallen wordt een klinische opname overwogen, bijvoorbeeld als er sprake is van ernstig ondergewicht, medische complicaties, zelfdestructief of suïcidaal gedrag, ernstige co-morbiditeit, als er geen voortgang wordt geboekt bij de ambulante zorg of als er een langere observatieperiode nodig is in het kader van diagnostiek. Indien er sprake is van een levensbedreigende situatie kan een opname in een algemeen ziekenhuis nodig zijn, omdat hier de beste somatische zorg kan worden geleverd. Vaak gaat het om een kortere periode waarin de patiënt met sondevoeding wordt bijgevoed.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Bloks H, Spaans J.Herkenning en diagnostiek. In: Vandereycken W, Noordenbos G, editors. Handboek eetstoornissen. Utrecht: De Tijdstroom, 2002: 85-110.
  • CBO, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg & Trimbos-instituut.Multidisciplinaire richtlijn Eetstoornissen. Utrecht: CBO/Trimbos-instituut, 2006.
  • Fairburn CG, Beglin SJ.The assessment of eating disorders: interview or self-report questionnaire? International Journal of Eating Disorders 1994; 16: 363-370.
  • Fairburn CG, Cooper Z.The eating disorder examination (12th edition). In: Fairburn CG, Wilson GT (eds). Binge eating: nature, assessment and treatment. New York: Guilford Press, 1993: 317-31.
  • Furth EF van.Nederlandse vertaling van de EDE-Q. Leidschendam: Robert-Fleury Stichting, 2000.
  • Hoek HW, Brook FG.Patterns of care of anorexia nervosa. J Psychiat Res 1985; 19: 155-160.
  • Jansen A.Eating Disorder Examination (EDE 12.0). Interview ter vaststelling van de specifieke psychopathologie van eetstoornissen. Lisse: Swets & Zeitlinger, 2000.
  • Noordenbos G.Onbegrensd lijnen. Leiden: Universiteit Leiden, 1988.
  • Schoemaker C.The principles of screening for eating disorders. In: Vandereycken W, Noordenbos G (eds.). The prevention of eating disorders. Londen: The Athlone Press, 1998: 187-213.
  • SEN, Stuurgroep Eetstoornissen Nederland.Eindrapport Stuurgroep Eetstoornissen Nederland. Gespecialiseerde zorg voor patiënten met een eetstoornis. Leiden: Drukkerij De Bink, 1998.
  • Trimbos-instituut.Landelijk basisprogramma eetstoornissen. Utrecht: Trimbos-instituut, 2006b.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ggz
Geestelijke gezondheidszorg
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.