Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Eetstoornissen
De ziekte en de gevolgen voor de patiënt

Wat zijn eetstoornissen en wat is het beloop?

Ziektebeeld Beloop en kwaliteit van leven

Ziektebeeld

Eetstoornissen gekenmerkt door verstoord lichaamsbeeld

Eetstoornissen zijn psychische stoornissen die worden gekenmerkt door verstoord eetgedrag en/of inadequaat compensatiegedrag (braken, laxeren). Mensen met eetstoornissen hebben een verstoord lichaamsbeeld. Ze zijn erg bezig met hun gewicht en/of lichaamsvorm en zijn intens angstig om aan te komen.

De DSM-IV is in Nederland voor eetstoornissen de meest gebruikte classificatiemethode. De DSM - IV onderscheidt de volgende eetstoornissen: anorexia nervosa, boulimia nervosa, eetstoornis niet anders omschreven (ES-NAO) en de eetbuistoornis. Bij kinderen komen een aantal specifieke eetstoornissen voor. Deze zijn in de DSM -IV beschreven onder 'Voedings- en eetstoornissen op zuigelingenleeftijd of vroege kinderleeftijd’.

Gestoord eetgedrag kan ook ontstaan als gevolg van een lichamelijke of andere psychische stoornis of een aangeboren afwijking. Deze eetstoornissen vallen niet onder anorexia of boulimia nervosa. Daarvoor moet namelijk ook de onevenredige aandacht voor het lichaamsgewicht of lichaamsvorm, de verstoring van het lichaamsbeeld, en/of de angst om aan te komen aanwezig zijn.

Sterke vermagering bij patiënten met anorexia nervosa

Patiënten met anorexia nervosa (DSM-IV code 307.1) kenmerken zich met name door sterke vermagering, die het gevolg is van doelbewust gewichtsverlies. Er is daardoor sprake van ernstig ondergewicht. Volwassenen hebben ernstig ondergewicht bij een Quetelet Index (QI) van 17,5 of lager. Bij jeugdigen moet bij de bepaling van ernstig ondergewicht rekening worden gehouden met de normale groeicurve en de eventueel gemiste lengtegroei.

De drang om gewicht te verliezen is ingegeven door een intense angst om in gewicht aan te komen. Deze angst kan zeer ernstig zijn en panische vormen aannemen. Een ander fenomeen dat anorexia nervosa patiënten kenmerkt, is de verstoring van het lichaamsbeeld. Anorectische patiënten ontkennen dat zij (te) mager zouden zijn en blijven zichzelf te dik vinden, zelfs bij extreme magerte. Als gevolg van het ondergewicht blijft bij veel vrouwen de menstruatie weg. Tenslotte is het opvallend dat anorexia nervosa patiënten weinig zelfvertrouwen hebben en vaak sociaal angstig zijn.

Twee subtypen anorexia nervosa

Anorexia nervosa is volgens de classificatie van de DSM-IV onderverdeeld in twee subtypen:

  • Het restrictieve subtype vermagert doordat de patiënt zeer weinig voedsel inneemt (diëten/vasten). Dit type maakt geen gebruik van zelfopgewekt braken, laxeren, diuretica of klysma’s. Wel kan overmatig bewegen en/of sporten voorkomen.
  • Het eetbuien/purgerende subtype heeft tijdens een episode van anorexia nervosa eetbuien (zoals die ook bij boulimia nervosa voorkomen) en is geregeld bezig met purgerende maatregelen zoals zelfopgewekt braken, misbruik van laxantia, diuretica of klysma’s om het ingenomen voedsel weer kwijt te raken.

Vaak lichamelijke klachten door ondergewicht

Mensen met anorexia nervosa lijden vaak aan lichamelijke klachten die ontstaan als gevolg van het ondergewicht. Voorbeelden hiervan zijn botontkalking (met name bij vrouwen die langdurig niet menstrueren), beschadiging van diverse organen, oedeem, lagere lichaamstemperatuur, duizeligheid, aantasting van het gebit en haaruitval.

Eetbuien kenmerk van boulimia nervosa

Boulimia nervosa (DSM-IV code 307.51) kenmerkt zich door herhaalde aanvallen van overeten (eetbuien; in korte tijd grote hoeveelheid voedsel eten). De frequentie van de eetbuien is ten minste tweemaal per week gedurende drie maanden. Patiënten geven aan tijdens een eetbui geen gevoel van controle te ervaren. Zij kunnen niet stoppen of zelf bepalen hoeveel wordt gegeten.

Gedreven door gevoelens van walging en/of schaamte neemt de patiënt vervolgens maatregelen om het voedsel weer kwijt te raken (veelal door middel van zelfopgewekt braken en/of misbruik van laxantia).

Tevens is kenmerkend voor deze patiënten dat zij gepreoccupeerd zijn met lichaamsvorm en -gewicht en hun eigenwaarde hiervan af laten hangen. Patiënten met boulimia nervosa hebben doorgaans een normaal gewicht, maar onder- en overgewicht komt ook voor. Bij ernstig ondergewicht (QI <= 17,5) komt de diagnose anorexia nervosa in beeld.

Veelvuldig braken leidt tot lichamelijke klachten

Boulimia nervosa is volgens de DSM-IV-classificatie verder onder te verdelen in de subtypen purgerend en niet-purgerend. Het purgerende subtype probeert het tijdens de eetbuien ingenomen voedsel kwijt te raken via zelfopgewekt braken en/of via misbruik van laxerende middelen, vochtafdrijvende middelen en klysma’s. Het niet-purgerende subtype doet dit via vasten en/of overmatige lichaamsbeweging. De lichamelijke klachten die optreden bij boulimia nervosa patiënten komen voornamelijk voort uit het purgeergedrag van de patiënt. Door veelvuldig braken wordt het gebit aangetast en kunnen zwellingen van de speekselklieren optreden. Ook kan de slokdarm beschadigd raken en een tekort aan kalium ontstaan, hetgeen kan leiden tot hartritmestoornissen. Tevens hebben dikke darm, nieren en lever ernstig te lijden onder veelvuldig laxeermiddelenmisbruik.

Ook Binge Eating Disorder wordt gekenmerkt door eetbuien

De eetbuistoornis (Binge Eating Disorder, BED) is nog geen definitieve diagnose, maar is in de DSM-IV onder Appendix B opgenomen als ‘diagnostic category in need of further research’. Deze eetstoornis wordt gekenmerkt door eetbuien. In tegenstelling tot patiënten met boulimia nervosa nemen de patiënten met de eetbuistoornis geen maatregelen om het ingenomen voedsel weer kwijt te raken (zoals braken, laxeren, vasten of overmatig bewegen). De patiënten hebben daarom grote kans om overgewicht te ontwikkelen. Overgewicht is overigens geen voorwaarde om de diagnose te stellen; wel moet er merkbaar ongenoegen aanwezig zijn over het hebben van de eetbuien. Mensen met een eetbuistoornis voelen zich schuldig over de eetbuien en ook depressieve gevoelens komen vaak voor. De lichamelijke klachten bij deze patiënten hangen vaak samen met het overgewicht.

Patiënten met eetproblemen niet altijd goed in te delen

In de DSM-IV wordt ook de "Eetstoornis Niet Anderszins Omschreven" (ES-NAO; code 307.50) onderscheiden. Deze classificatie wordt gegeven aan patiënten die problematisch eetgedrag vertonen, maar net niet voldoen aan de criteria voor anorexia nervosa of boulimia nervosa. Bijvoorbeeld omdat de frequentie van de eetbuien minder is dan ten minste tweemaal per week gedurende drie maanden (criterium bij boulimia nervosa). Of omdat de sterk vermagerde vrouwelijke patiënt nog steeds menstrueert, maar ze verder wel voldoet aan de criteria voor anorexia nervosa. Wanneer patiënten met anorexia of boulimia nervosa na afloop van de behandeling gedeeltelijk zijn hersteld, voldoen ze vaak wel nog aan de diagnose ES-NAO.


Beloop en kwaliteit van leven

Eetstoornissen kunnen jaren duren

Omdat de meeste patiënten met eetstoornissen niet behandeld worden, zijn alleen cijfers bekend over het beloop van behandelde patiënten. Anorexia duurt bij hen gemiddeld ongeveer 4 jaar. Dat loopt echter sterk uiteen van enkele maanden tot tientallen jaren. Van boulimia-patiënten in behandeling lijdt 15% na vijf jaar nog steeds aan de ziekte (Schoemaker et al., 2002).

Beloop van eetstoornissen sterk wisselend

Het beloop van anorexia en boulimia nervosa wordt vaak gekenmerkt door herhaaldelijke terugvallen na perioden van herstel. Uit langdurig follow-up onderzoeken (ongeveer 10-20 jaar) komt vrij consistent naar voren dat van de behandelde patiënten uiteindelijk gemiddeld 40-50% volledig geneest, 40% verbetert, maar wel symptomen houdt en 20% chronisch last blijft houden van de eetstoornis, of zelfs overlijdt (Keel & Mitchell, 1997; Steinhausen, 2002). Het beloop van de eetbuistoornis lijkt op grond van slechts enkele onderzoeken iets positiever (Dingemans et al., 2002).

Eetstoornissen tasten kwaliteit van leven aan

Een eetstoornis tast de kwaliteit van leven van mensen duidelijk aan. De stoornissen geven lichamelijke klachten, psychische klachten en op het sociale vlak treedt er een verarming op. Sociaal isolement volgt als patiënten situaties waarin gegeten of gedronken wordt, gaan vermijden. In extreme gevallen vereenzaamt de patiënt zelfs zo ernstig dat deze de deur niet meer opent en de telefoon niet meer opneemt. Doorgaans ontwricht de eetstoornis het leven dusdanig dat werken of studeren niet meer mogelijk is.

In een Nederlandse studie naar de kwaliteit van leven van patiënten met een eetstoornis bleek dat in vergelijking met een groep uit de algemene bevolking de kwaliteit van leven bij mensen met eetstoornissen lager was, zelfs lager dan die van een groep patiënten met stemmingsstoornissen (De la Rie et al., 2005). Alhoewel de score voor de kwaliteit van leven verbeterd was bij oud-patiënten, bleef zij in vergelijking met de algemene bevolking lager. Er werden geen verschillen in kwaliteit van leven gevonden tussen de verschillende eetstoornisdiagnoses.

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Dingemans AE, Bruna MJ, Furth EF van.Binge eating disorder: a review. International Journal of Obesity, 2002; 26: 299–307.
  • Keel PK, Mitchell J.Outcome in bulimia nervosa. Am J Psychiatry 1997; 154: 313-21.
  • Rie SM de la, Noordenbos G, Furth EF van.Quality of life and eating disorders. Quality of Life Research, 2005; 14(6): 1511-1522.
  • Schoemaker CG, Rigter HGM, Graaf R de, Cuijpers P.Nationale monitor geestelijke gezondheid. Jaarbericht 2002. Utrecht: Bureau NMG, 2002.
  • Steinhausen HC.The outcome of anorexia nervosa in the 20th century. Am J Psychiatry 2002; 159: 1284-93.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

DSM
Diagnostic and statistical manual of mental disorders
Classificatie voor psychische stoornissen. De DSM is ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de American Psychiatric Association. De vierde editie (DSM-IV) verscheen in 1994. De evidence-based tekstrevisie daarvan (DSM-IV-TR) verscheen in 2000.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.