Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Depressie
De ziekte, de determinanten en de zorg voor de patiënt

Welke factoren beïnvloeden de kans op depressie?

Niet één oorzaak voor depressie en dysthymie

Er bestaat niet één oorzaak voor depressie en dysthymie. Aangenomen wordt dat het om een samenspel van factoren gaat. In het Dynamische Stress-Kwetsbaarheidsmodel worden de volgende groepen determinanten onderscheiden: persoonsgebonden factoren, omgevingsgebonden factoren en levensgebeurtenissen.

Depressie komt vaker voor bij mensen met persoonlijkheidskenmerken als excessieve geremdheid en geringe zelfwaardering

Depressie komt meer dan gemiddeld voor bij mensen met excessieve geremdheid, een geringe zelfwaardering, een neurotische persoonlijkheid, hoge interpersoonlijke sensitiviteit, een internaliserende copingstijl bij tegenslag en kritiek (overdrijven, vermijding, zelfverwijt en schuldgevoelens) en bij mensen met een homoseksuele voorkeur (Maas & Jansen, 2000). Zie ook persoonlijkheidskenmerken.

Kinderen van ouders met een depressie hebben bijna driemaal zoveel kans om zelf de stoornis te krijgen als kinderen van andere ouders (Van 't Land et al., 2008b).

Depressie komt vaker voor bij mensen met andere psychische stoornis of chronische lichamelijke ziekte

Depressie komt meer dan gemiddeld voor bij mensen met een andere psychische stoornis (Van 't Land et al., 2008b). Ook mensen met een chronische lichamelijke ziekte zoals dementie, diabetes, ziekte van Parkinson en beroerte hebben een verhoogd risico op depressie. Depressieve symptomen bij ouderen zijn voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de functionele gevolgen van somatische ziekten (Maas & Jansen, 2000).

Hormonale afwijkingen door aandoeningen aan de schildklier of de bijnier kunnen leiden tot depressie. Andersom kan depressie ook leiden tot hormonale afwijkingen. Depressie hangt daarnaast samen met een verlaagde activiteit van twee neurotransmittersystemen in de hersenen: het serotonerge en het noradrenerge systeem. De meeste antidepressiva werken in op beide systemen (Vandereycken et al., 2000).

Mensen met weinig sociale steun hebben vaker een depressie

Depressie komt meer dan gemiddeld voor bij mensen (met name mannen) die weinig sociale steun krijgen, zoals alleenstaanden en gescheiden mensen (Klein et al., 1995). Ook armoede vergroot het risico op depressie (Weissman et al., 1988). Andere groepen met een verhoogd risico op depressie zijn gedetineerden, mensen die zorgen voor een partner met dementie of Parkinson, en ouderen die lang verblijven in een verpleeghuis (Van 't Land et al., 2008). (Zie ook: de mogelijke gezondheidsgevolgen van sociale steun).

Stressvolle levensgebeurtenissen verhogen kans op depressie

Traumatische jeugdervaringen waaronder mishandeling en emotionele verwaarlozing verhogen later de kwetsbaarheid voor psychische stoornissen, waaronder depressie (Van 't Land et al., 2008b; Maas & Jansen, 2000). Het meemaken van traumatische gebeurtenissen vergroot bij volwassenen de kans dat zij spoedig daarna met depressie te kampen krijgen. Dit is onder andere het geval bij vluchtelingen. Ook andere stressvolle levensgebeurtenissen verhogen het risico op depressie, zoals gebeurtenissen op het interpersoonlijke vlak (vooral bij vrouwen) of aan de gezondheid gerelateerde gebeurtenissen (vooral bij ouderen) (Maas & Jansen, 2000; Devanand et al., 2002; Beekman et al., 2004).

Tabel 1: Risicofactoren voor het optreden van depressie.

persoonsgebonden determinanten

verhoogde kans op depressie / risicogroep

geslacht

  • vrouwen

leeftijd

  • 25 tot 45 jaar

genetische factoren

  • kinderen van ouders met depressie

persoonlijkheidskenmerken

  • neurotische persoonlijkheid
  • internaliserende copingstijl

gezondheidstoestand

omgevingsgebonden determinanten

sociale steun

  • weinig sociale steun

armoede

levensgebeurtenissen

traumatische ervaringen

  • mishandeling, emotionele verwaarlozing
  • vluchtelingen
  • gebeurtenissen op interpersoonlijke vlak (vrouwen)
  • aan gezondheidgerelateerde gebeurtenissen (ouderen)
.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • Beekman ATF, Deeg DJH, Smit JH, Comijs HC, Braam AW, Beurs E de, et al.Dysthymia in later life: a study in the community. Journal of Affective Disorders, 2004; 81: 191-199.
  • Devanand D, Kim M, Paykina N, Sackeim H.Adverse life events in elderly patients with major depression or dysthymic disorder and in healthy-control subjects. American Journal of Geriatric Psychiatry, 2002; 10(3): 265-274.
  • Klein D, Riso L, Donaldson S, Schwartz J, Anderson R, Ouimette P, et al.Family study of early-onset dysthymia. Mood and personality disorders in relatives of outpatients with dysthymia and episodic major depression and normal controls. Archives of General Psychiatry, 1995; 52(6): 487-496.
  • Land H van 't, Schoemaker C, Ruiter C de (red.).Trimbos zakboek psychische stoornissen. Tweede, herziene en uitgebreide druk. Utrecht: De Tijdstroom, 2008b.
  • Maas IAM, Jansen J. Psychische (on)gezondheid: determinanten en de effecten van preventieve interventies. RIVM-rapport nr. 270555001. Bilthoven: RIVM,2000.
  • Vandereycken W, Hoogduin CAL, Emmelkamp PMG.Handboek psychopathologie. Deel 1 basisbegrippen. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 2000.
  • Weissman M, Leaf P, Bruce M, Florio L.The epidemiology of dysthymia in five communities: rates, risks, comorbidity, and treatment. American Journal of Psychiatry, 1988; 145(7): 815-819.
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.6.1, 31 januari 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.