Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Depressie
Omvang van het probleem

Neemt het aantal mensen met depressie toe of af?

Depressie in de bevolking Depressie bij de huisarts

Depressie in de bevolking

Depressieve gevoelens in bevolking niet toegenomen

Drie reeksen onderzoeken onder de Nederlandse bevolking in de afgelopen dertig jaar laten geen toe- of afname zien van het aantal mensen met depressieve of negatieve gevoelens:

  • In de enquêtes van het SCP zat van 1975 tot en met 1996 een korte vragenlijst over depressieve klachten. De totaalscore bleef in al die jaren ongeveer gelijk (Meertens et al., 2003).
  • De jaarlijkse gezondheidsenquête van het CBS bevatte van 1989 tot en met 2000 de Affect Balance Scale (ABS), een vragenlijst naar negatieve gevoelens in de afgelopen weken. Het percentage mensen met negatieve gevoelens bleef tussen 1989 tot 2000 vrijwel constant; 12,4% (range: 11,6-13,3).
  • Sinds 2001 heeft het CBS een korte vragenlijst over angst- en depressieklachten (de MHI-5) en enkele specifieke depressievragen toegevoegd aan de jaarlijkse gezondheidsenquête. De scores op deze uitkomstmaten zijn stabiel (Bijl et al., 2009).

Voor meer informatie over de gebruikte vragenlijsten zie Wat is psychische gezondheid en hoe wordt het gemeten?

Aanwijzingen voor stabilisatie van depressie in de bevolking

Er zijn drie herhaalde bevolkingsonderzoeken - een regionaal, een landelijk en een internationaal - die wijzen op een stabilisatie van het aantal mensen met een depressieve stoornis in de afgelopen dertig jaar:

  • In een regionaal bevolkingsonderzoek (Regioproject Nijmegen 2, 1999) met de PSE is het aantal mensen met depressie tussen 1983 en 1998 gelijk gebleven.
  • In herhaald landelijk bevolkingsonderzoek in Nederland (NEMESIS) met de CIDI werd tussen 1996 en 2009 ook een stabiel aantal mensen met stemmingsstoornissen gevonden (De Graaf et al., 2010b).
  • In herhaald Amerikaans bevolkingsonderzoek met de CIDI werd tussen 1990 en 2001 ook een stabilisatie van het aantal mensen met depressie gevonden (Kessler et al., 2005a).

Naar boven


Depressie bij de huisarts

Depressie bij de huisarts neemt wel sterk toe

Als mensen in behandeling zijn voor hun depressie, dan is dat meestal bij de huisarts (Bijl & Ravelli, 1998). Het aantal mensen waarvan de huisarts weet dat ze lijden aan depressie is de laatste tien jaar sterk toegenomen. Zo is het aantal bij de huisarts bekende patiënten met depressie van 1994 tot 2007 meer dan verdubbeld. Dat blijkt uit cijfers uit twee regionale huisartsenregistraties (zie figuur 2). Deze stijging geldt ook voor het aantal nieuwe patiënten (zie figuur 1). Dit was in de jaren zeventig en tachtig ongeveer gelijkgebleven en lijkt in de jaren negentig te zijn verdubbeld.

De toename van patiënten met een depressie die de huisarts ziet, heeft mogelijk te maken met een betere herkenning en een vroege opsporing van depressie door de huisarts (zie: Welke zorg gebruiken patiënten en wat zijn de kosten?).

Bevolkingsgroei en vergrijzing leiden tot lichte toename depressie

Op basis van alleen demografische ontwikkelingen is de verwachting dat het absolute aantal patiënten per jaar met depressie dat door de huisarts gediagnosticeerd wordt tussen 2007 en 2025 met 10% zal stijgen.

detailsBeschrijving gebruikte bronnen

Naar boven

Figuur 1: Incidentie van depressieve stoornis in de periode 1990-2007 (3-jarig voortschrijdend gemiddelde); gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 1990 en geïndexeerd (1991 is 100) (Bronnen: CMR-Nijmegen e.o. en RNH).

incidentie depressie

Figuur 2: Jaarprevalentie van depressieve stoornis in de periode 1990-2007 (3-jarig voortschrijdend gemiddelde); gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 1990 en geïndexeerd (1991 is 100) (Bronnen: CMR-Nijmegen e.o. en RNH).

jaarprevalentie depressie
.

Bronnen en Literatuur

Bronnen

Literatuur

  • Bijl R, Boelhouwer J, Pommer E, Schyns P.De sociale staat van Nederland 2009. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, 2009.
  • Bijl RV, Ravelli A.Psychiatrische morbididteit, zorggebruik en zorgbehoefte. Resultaten van de Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study. Tijdschrift voor Gezondheidswetenschappen 1998; 76: 446-57.
  • Graaf R de, Have M ten, Dorsselaer S van, Gool CH van.Lifetime and 12-month DSM-IV disorders in the Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2. submitted, 2010b.
  • Kessler RC, Demler O, Frank RG, Olfson M, Pincus HA, Walters EE, et al.Prevalence and treatment of mental disorders, 1990 to 2003. The New England Journal of Medicine, 2005a; 352(24): 2515-23.
  • Meertens V, Scheepers P, Tax B.Depressive symptoms in The Netherlands 1975-1996: a theoretical framework and an emperical analysis of socio-demographic characteristics, gender differences and changes over time. Sociology of Health & Illness, 2003; 25(2): 208-231.
  • Regioproject Nijmegen 2.Psychiatrische morbiditeit in de regio. Nijmegen: Katholieke Universiteit Nijmegen, 1999.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

ABS
Affect balance scale
Meet de algemene psychische gezondheidstoestand in een bevolking. Dit wordt bepaald door de balans tussen de mate van positieve en negatieve gevoelens.
CBS
Centraal Bureau voor de Statistiek
URL: http://www.cbs.nl
CIDI
Composite international diagnostic interview
MHI
RAND Mental health inventory
Meet de algemene psychische gezondheidstoestand in een bevolking. Dit wordt bepaald door de balans tussen de mate van positieve en negatieve gevoelens.
NEMESIS
Netherlands Mental health Survey and Incidence Study (Trimbos-instituut)
In NEMESIS is een grote hoeveelheid informatie verzameld over psychiatrische aandoeningen en het beloop daarvan.
PSE
Present state examination
SCP
Sociaal en Cultureel Planbureau
URL: http://www.scp.nl
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.