In 2007 leed naar schatting 6,2 van de inwoners van Nederland van 18 tot 65 jaar aan een stemmingsstoornis (jaar). In totaal waren dat ongeveer 642.800 mensen, waarvan 545.100 een depressie in engere zin hadden en 92.300 dysthymie. Ongeveer 82.000 mensen voldeden in het afgelopen jaar aan beide diagnoses (zie tabel 1). Daarnaast hadden ongeveer 87.400 mensen te maken met een bipolaire stoornis. Deze cijfers zijn gebaseerd op recente onderzoeksgegevens op bevolkingsniveau, namelijk de -2 studie ().
Depressie komt meer voor bij vrouwen dan bij mannen. In 2007 leed van alle inwoners van Nederland van 18 tot 65 jaar 4,9% van de mannen en 7,4 % van de vrouwen aan een stemmingsstoornis (een depressie in engere zin, dysthymie of een bipolaire stoornis). In totaal zijn dat 258.200 mannen en 384.600 vrouwen. Onder volwassenen en ouderen komt depressie respectievelijk ongeveer anderhalf maal en tweemaal zo veel voor bij vrouwen als bij mannen, bij jongeren tussen 13 en 17 jaar is dat driemaal (). Het beloop en de kans op herhaling is ongeveer gelijk ().
Depressie lijkt bij volwassenen van Marokkaanse afkomst vaker voor te komen dan bij volwassenen van Nederlandse afkomst (). Bij oudere Marokkanen en Turken komen depressieve gevoelens ook vaker voor (). Dit is gedeeltelijk te verklaren door verschillen in sociaaleconomische status. Mogelijk speelt ook immigratie een rol. Zie ook Zijn er verschillen naar etniciteit?
De incidentie van een depressieve stoornis wordt op basis van het eerste -onderzoek uit 1996-1999 onder 18-64-jarigen vastgesteld op 17,3 per 1.000 mannen per jaar en 38,8 per 1.000 vrouwen per jaar (absoluut 89.900 mannen en 195.900 vrouwen) (). De incidentie van een dysthyme stoornis werd berekend op 4,1 per 1.000 mannen per jaar en 3,9 per 1.000 vrouwen per jaar (absoluut 21.300 mannen en 19.600 vrouwen). De leeftijdspecifieke cijfers zijn hierbij gestandaardiseerd naar de bevolking van 2003. Het betreft hier 'first incidence' cijfers; dat wil zeggen dat het gaat om gevallen van depressie bij personen die eerder in hun leven geen depressie hebben doorgemaakt. Het kan wel zo zijn dat personen met bijvoorbeeld een eerste depressieve stoornis, eerder al een dysthyme stoornis (of andere psychische stoornis) doormaakten. Zie ook Wat is depressie?
Depressie doet zich veel voor op de leeftijd van 25 tot 45 jaar en komt minder voor bij ouderen en kinderen (). Van alle mensen die ooit een depressie hebben gehad, kreeg bijna de helft (40%) de stoornis voor het eerst tussen het 15e en 35e jaar. Uit onderzoek naar dysthymie bij ouderen blijkt dat zij vaak pas op latere leeftijd (tussen hun 50e en 60e jaar) dysthymie hebben gekregen, vaak vlak na een stressvolle levensgebeurtenis (; ).
Tabel 1: Jaarprevalentie (per 1.000 en absoluut) van stemmingsstoornissen uit de NEMESIS-2 studie, cijfers gestandaardiseerd naar de bevolking in 2007 ().
| per 1.000 | absoluut |
|---|
| mannen | vrouwen | totaal | mannen | vrouwen | totaal |
|---|
enigerlei stemmingsstoornis | 49,1 | 74,3 | 61,6 | 258.200 | 384.600 | 642.800 |
depressie in engere zin | 41,8 | 62,8 | 52,2 | 219.900 | 325.200 | 545.100 |
dysthymie | 4,2 | 13,5 | 8,8 | 22.200 | 70.100 | 92.300 |
bipolaire stoornis | 6,9 | 9,7 | 8,3 | 36.300 | 51.100 | 87.400 |
In 2007 zijn volgens het slechts 27 mensen (10 mannen en 17 vrouwen) overleden aan een stemmingsstoornis. Daarvan hadden 11 mensen een depressie (5 mannen en 6 vrouwen). Stemmingsstoornissen hebben echter een grotere invloed op de sterftekans dan deze sterftecijfers suggereren ().
Zo is in deze cijfers het aantal gevallen van zelfdoding als gevolg van depressie niet meegenomen. Jaarlijks overlijden ongeveer 1.500 mensen door zelf toegebracht letsel. Bij ongeveer 30% van deze gevallen was sprake van depressie ().
Daarnaast wordt het overlijden van mensen met een depressie én een ernstige lichamelijke aandoening door het CBS niet meegenomen in de sterftecijfers voor depressie. Onbedoeld ontstaat zo het beeld dat depressie vrijwel geen invloed heeft op de sterftekans. Dat beeld is onjuist. Mensen met een lichamelijke aandoening én een depressie lopen namelijk twee maal zoveel kans om binnen een bepaalde periode te overlijden dan anderen met alleen een lichamelijke aandoening (). Er zijn diverse verklaringen voor deze verhoogde sterftekans als gevolg van depressie, maar goed onderzoek ontbreekt nog ().
Beschrijving gebruikte bronnen
Prevalentie en incidentie naar leeftijd en geslacht