Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
Nationaal Kompas Volksgezondheid
Depressie
Diagnostiek, behandeling en zorggebruik

Depressie: Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling?

Diagnostiek Behandeling

Diagnostiek

Diagnostiek geschiedt bij voorkeur volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Depressie

Diagnostiek geschiedt bij voorkeur volgens de Multidisciplinaire Richtlijn Depressie, eerste revisie (Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ, 2010). Deze richtlijn is tot stand gekomen in samenwerking tussen het Trimbos-instituut, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO, Nederlands Huisartsen Genootschap, Landelijk Expertisecentrum Verpleging & Verzorging, Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, Nederlands Instituut van Psychologen. Voor de huisarts is de NHG-standaard ‘Depressieve Stoornis’ beschikbaar. Deze richtlijnen zijn bedoeld voor diagnostiek en behandeling van depressie bij volwassenen van 18 tot 65 jaar. Daarnaast wordt apart aandacht besteed aan jongeren en ouderen. Zowel voor depressie bij kinderen en jeugdigen als voor depressie bij ouderen is er een addendum (Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ, 2009; Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ, 2008).

Stellen van diagnose bij volwassenen kent drie fasen

Het stellen van de diagnose depressie bij volwassenen kent globaal drie fasen. In de praktijk lopen deze fasen vaak door elkaar. Ook wordt wel eens een fase overgeslagen. De drie fasen zijn:

  • Het begint meestal met een vermoeden van depressie. Dit vermoeden kan ontstaan bij de behandelaar door een opmerking van de depressieve persoon of een globale indruk. Voor deze fase van de diagnostiek kan de arts gebruik maken van screeningsinstrumenten in de vorm van korte vragenlijsten.
  • Dit vermoeden van depressie wordt vervolgens getoetst door de klachten uit te vragen en te classificeren volgens een diagnostisch systeem (meestal de DSM-IV). In deze fase vindt ook de differentiële diagnostiek plaats en worden bijkomende stoornissen nagevraagd. Voor deze tweede fase van de diagnostiek bestaan ook gestandaardiseerde diagnostische interviews.
  • Wanneer de diagnose depressie eenmaal is gesteld, kan vervolgens nog worden gekeken naar de ernst van de depressie. Ook voor deze derde fase staan de hulpverlener verschillende hulpmiddelen - interviews, observatieschalen en vragenlijsten - ter beschikking.

Depressie bij jongeren niet altijd herkend

Depressie bij jongeren wordt niet altijd herkend, omdat jongeren de neiging hebben om het depressieve gevoel te ontkennen en te overdekken met stoer of agressief gedrag (NICE, 2005; Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ, 2009).

Ouderen presenteren vaak lichamelijke klachten en klachten over spijsvertering

Ouderen presenteren depressie meer dan jongeren door middel van lichamelijke klachten en klachten over de spijsvertering of de stofwisseling. Depressie wordt door ouderen ook vaker gepresenteerd als ‘aan de dood denken’ en gaat gepaard met een gebrek aan energie, gevoelens van spanning en prikkelbaarheid. Dit zijn symptomen die behandelaars soms ten onrechte aan het ouder worden toeschrijven (Van Tilburg & Beekman, 1997; Volkers et al., 2004).

Zie voor meer informatie de volgende documenten op de website ggz-richtlijnen:

Naar boven


Behandeling

Behandeling van depressie ook volgens Multidisciplinaire Richtlijn Depressie

Op grond van de diagnostiek – en dan vooral de duur en de ernst van de depressie – wordt in de multidisciplinaire richtlijn (Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ, 2010) voor de behandeling van depressie bij volwassenen een onderscheid gemaakt tussen verschillende soorten depressies.

  • Bij een niet-ernstige en kortdurende depressie is de kans op herstel groot. Kortdurende, niet-medicamenteuze behandelingen kunnen daarbij helpen. Te denken valt aan voorlichting, zelfhulpboeken, ondersteunende gesprekken of fysieke inspanning. De behandelaar (meestal de huisarts) kan enkele vervolgafspraken maken om te controleren of herstel inderdaad intreedt.
  • Bij een lichte depressie die langer dan 3 maanden duurt wordt ook de voorkeur gegeven aan psychologische behandelingen.
  • Bij een (matig) ernstige depressie kan gekozen worden tussen medicatie en psychotherapie. Als met medicatie wordt behandeld, moeten de medicijenen na herstel nog minstens een half jaar lang worden geslikt. Bij een terugkerende depressie is dat minstens een jaar of langer.
  • Bij een terugkerende (matig) ernstige depressieve episode wordt opnieuw psychotherapie of de combinatie van medicijnen en psychotherpaie aangeraden.
  • Bij een ernstige depressie hebben medicijnen de voorkeur, eventueel aangevuld met psychotherapie. Zodra herstel intreedt, moeten de medicijnen nog een half jaar lang worden geslikt. Bij een terugkerende depressie is dat minstens twee jaar.
  • Bij een seizoensgebonden depressie (ook wel ‘winterdepressie’ genoemd) wordt lichttherapie aangeraden.

Psychologische behandeling bij jongeren, antidepressiva werken beperkt

De richtlijn Depressie bij jeugd raadt psychologische behandelingen aan bij jongeren, aangezien die over het algemeen wel werken bij jongeren (Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ, 2009). Antidepressiva werken niet bij jonge kinderen en slechts beperkt bij adolescenten.

Behandeling bij ouderen bestaat uit antidepressiva en psychologische behandelingen

Behandeling van depressie bij ouderen bestaat uit antidepressiva en psychologische behandelingen. Antidepressiva werken bij ouderen, ook als er sprake is van bijkomende lichamelijke klachten (Schoemaker et al., 2002). Psychologische behandelingen werken ook bij ouderen (Cuijpers & Dekker, 2005; Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ, 2008).

Preventie van depressie is mogelijk

Van enkele preventieve interventies is inmiddels aangetoond dat ze nieuwe gevallen van depressie daadwerkelijk kunnen voorkomen (Cuijpers et al., 2005; Meijer et al., 2006). Het gaat dan vooral om cursussen in groepsverband voor mensen met beginnende depressieve klachten. Onder de naam ‘In de Put Uit de Put’ worden dergelijke cursussen door de meeste GGZ-instellingen in Nederland aangeboden. Zie ook preventie van depressie.

Naar boven

.

Bronnen en Literatuur

Literatuur

  • CBO, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg & Trimbos-instituut.Samenvatting multidisciplinaire richtlijn Depressie. Utrecht: Trimbos-instituut, 2005c.
  • CBO, Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg & Trimbos-instituut.Multidisciplinaire richtlijn Depressie: Patiëntenversie. Utrecht: Trimbos-instituut, 2005d.
  • Cuijpers P, Dekker J.Psychologische behandeling van depressie: een systematisch review van meta-analyses. Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 2005; 149(34): 1892-1897.
  • Cuijpers P, Straten A van, Smit F.Preventing the incidence of new cases of mental disorders: a meta-analytic review. Journal of nervous and mental disease, 2005; 193(2): 119-125.
  • Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ.Addendum Ouderen bij de multidisciplinaire richtlijn Depressie. Utrecht: Trimbos-instituut, 2008.
  • Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ.Multidisciplinaire Richtlijn Depressie. Addendum Depressie bij Jeugd. Utrecht: Trimbos-instituut, 2009.
  • Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire Richtlijnontwikkeling in de GGZ.Richtlijnherziening van de Multidisciplinaire richtlijn Depressie (eerste revisie). Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen patiënten met een depressieve stoornis. Utrecht: Trimbos-instituut, 2010.
  • Meijer SA, Smit F, Schoemaker C, Cuijpers P. Gezond verstand: evidence-based preventie van psychische stoornissen. RIVM-Rapport nr. 270672001; VTV Themarapport. Bilthoven/Utrecht: RIVM/Trimbos-instituut,2006.
  • NICE, National Institute for Clinical Excellence.Depression in children and young people. Indentification and management in primary, community and secondary care. London: The British Psychological Society & The Royal College of Psychiatrists, 2005.
  • Schoemaker CG, Rigter HGM, Graaf R de, Cuijpers P.Nationale monitor geestelijke gezondheid. Jaarbericht 2002. Utrecht: Bureau NMG, 2002.
  • Tilburg W van, Beekman ATF.Affectieve stoornissen bij ouderen. In: Boer JA den, Ormel J, Praag HM van, Westenberg HGM, D’Haenen H (red.). Handboek stemmingsstoornissen. Maarssen: Elsevier/De Tijdstroom, 1997.
  • Volkers AC, Nuyen J, Verhaak P, Schellevis F.The problem of diagnosing major depression in elderly primary care patients. Journal of Affective Disorders, 2004; 82: 259-263.

Begrippen en afkortingen

Afkortingen

DSM
Diagnostic and statistical manual of mental disorders
Classificatie voor psychische stoornissen. De DSM is ontwikkeld onder verantwoordelijkheid van de American Psychiatric Association. De vierde editie (DSM-IV) verscheen in 1994. De evidence-based tekstrevisie daarvan (DSM-IV-TR) verscheen in 2000.
GGZ
Geestelijke gezondheidszorg (mental health care)
NHG
Nederlands huisartsengenootschap
URL: http://www.nhg.org
Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 4.7, 22 maart 2012
© RIVM, Bilthoven / Disclaimer.