Epidemiologisch bevolkingsonderzoek
Onderzoek onder adolescenten
Prevalentiecijfers over depressie in de algemene bevolking zijn afkomstig van het onderzoek naar psychische stoornissen onder adolescenten van 13-18 jaar (). Hiervoor werd een landelijke steekproef getrokken. Onder andere werd de (Diagnostic Interview Schedule) voor kinderen afgenomen. Stoornissen werden vastgesteld aan de hand van de -III-R-criteria. Getrainde interviewers namen de interviews af. De diagnostische fase van het onderzoek had betrekking op 780 adolescenten en werd uitgevoerd tussen april en juni 1993.
Het NEMESIS-1 en NEMESIS-2: Volwassenen
Op bevolkingsniveau zijn gegevens over het voorkomen van stemmingsstoornissen beschikbaar uit het -onderzoek onder 18-64 jarigen (; ; ). NEMESIS-1 was gebaseerd op een landelijke steekproef onder 7.076 personen bij wie in 1996 een psychiatrisch interview afgenomen met behulp van de (Composite International Diagnostic Interview). Dezelfde respondenten zijn daarna nog tweemaal benaderd voor een follow-up meting tussen 1997 en 1999. NEMESIS-2 is gebaseerd op een landelijke steekproef onder 6.646 personen bij wie tussen 2007 en 2009 een psychiatrisch interview is afgenomen met behulp van de CIDI.
Het LASA-onderzoek: Ouderen
Het (Longitudinal Aging Study Amsterdam)-onderzoek werd in 1992/1993 uitgevoerd onder personen van 55-85 jaar (). In dit onderzoek werden 3.056 ouderen in drie regio's gescreend. Bij 659 daarvan namen getrainde interviewers de af. Hierop werd de prevalentie bepaald. Hierbij werden diagnosen gesteld op basis van de -III. De selectie van respondenten waarbij de afgenomen werd, bestond uit degenen die een score boven een drempelwaarde van de (Center for Epidemiologic Studies Depression Scale) hadden en een aselecte steekproef uit de groep die onder de drempelwaarde scoorde.
Regioproject Nijmegen 2: Volwassenen
Het 2 is een onderzoek onder personen van 18-74 jaar die zijn ingeschreven bij een huisarts in de regio Nijmegen (). In 1997-1998 werd bij 1.813 personen een vragenlijst over psychische problematiek afgenomen (de ) en bij een steekproef hiervan een psychiatrisch diagnostisch interview (de ). Het eerste Regioproject vond plaats in 1983. De uitkomsten uit het Regioproject 2 kunnen hiermee vergeleken worden.
Het Leiden 85-plus onderzoek
Het Leiden 85-plus onderzoek, verricht in de periode 1986-1989, bepaalde het voorkomen van psychische stoornissen onder zeer oude mensen in de stad Leiden (; ). Hierbij werd de Geriatric Mental State Schedule () gebruikt. Dit is ook een gestructureerd psychiatrisch interview, gevalideerd voor ouderen, maar moeilijk te vergelijken met de en .
Zorgonderzoek: huisartsenregistraties
De schattingen van de incidentie en prevalentie zijn gebaseerd op de analyse van vijf huisartsenregistraties. Voor meer informatie over de verschillende huisartsenregistraties, zie
Achtergrond bij keuze van huisartsenregistraties voor incidentie- en prevalentieschatting.
Voor meer informatie over de schattingen van incidentie en prevalentie en de daarbij berekende betrouwbaarheidsintervallen, zie
Schattingsmethode incidentie en prevalentie 2007.
Buitenlandse bevolkingsonderzoeken
ICPE: World Mental Health Surveys
Het International Consortium in Psychiatric Epidemiology () werd in 1998 opgezet door de om internationaal vergelijkend onderzoek te doen naar het voorkomen van psychische stoornissen (). In dit kader werden voor de World Mental Health Surveys studies vergeleken waarbij gebruik werd gemaakt van de (een gestructureerd diagnostisch interview). Op deze manier kunnen de resultaten van de Nederlandse -studie goed vergeleken worden met bijvoorbeeld de Amerikaanse National Comorbidity Survey (NCS; ; NCS-R ).
In de World Mental Health Surveys 2004 zijn de gegevens voor België, Frankrijk, Spanje, Italië, Duitsland en Nederland afkomstig van de -studie. De ESEMeD-studie heeft als beperking dat in sommige landen de respons erg laag was en het is niet uit te sluiten dat een lage respons samenhangt met het vóórkomen van psychische stoornissen. Uit eerder onderzoek is gebleken dat mensen die weigeren aan het onderzoek deel te nemen, vaker een psychische stoornis hebben. Dit leidt tot een onderschatting van het werkelijke aantal (). In de Nederlandse -studie was de respons en het aantal respondenten beduidend hoger dan in de ESEMeD-studie (; ).
ESEMeD: interviews in 6 Europese landen met behulp van instrumenten
(European Study of Epidemiology on Mental Disorders) is een cross-sectionele studie waarbij 25.000 thuisinterviews worden afgenomen onder de algemene, niet-geïnstitutionaliseerde bevolking.Tijdens een interview van 90 minuten wordt gebruik gemaakt van de , de , de EuroQol 5D en delen van het WHO disablement Asessment Schedule II (WHO-DAS II). Ook het zorggebruik wordt geregistreerd. Net als wordt uitgevoerd in 6 Europese landen: België, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.
Depressie onder bezoekers van de huisarts
In het 'Collaborative Project on Psychological Problems in General Health Care' werd in 14 verschillende landen de prevalentie van depressie in de huisartspraktijk vastgesteld (). Daarbij werd in elk land dezelfde onderzoeksmethode gehanteerd. Bij alle personen die contact hadden met de huisarts werd de Primary health care-versie van de afgenomen. Deze versie van de verschilt van de die in het -onderzoek gebruikt werd, in die zin dat in de Primary health care-versie ook minor depression meegeteld wordt. In Nederland werd de meting verricht in Groningen.
EURODEP en SHARE: Ouderen
EURODEP is een actieprogramma dat gesteund wordt door de Europese Commissie. Het belangrijkste doel is de variatie in de prevalentie van depressie in 11 -landen en Albanië te bestuderen onder mensen van 65 jaar en ouder (). Hiervoor werd EURO-D gebruikt, een 12-item schaal die werd ontwikkeld om resultaten verkregen met verschillende depressie-instrumenten, met elkaar te kunnen vergelijken. De Nederlandse resultaten komen van de AMSTEL studie (Amsterdam Study of the Elderly) (). De SHARE-studie (Survey of Health, Ageing and Retirement in Europe) gebruikt ook de EURO-D schaal ().
DEPRES: prevalentie en zorggebruik in 6 Europese landen
(Depression Research in the European Society) is een depressie-survey uitgevoerd in twee fases in 6 Europese landen: België, Frankrijk, Duitsland, Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Het doel van fase 1 was de 6-maandsprevalentie van depressie te schatten en de invloed van depressie in de gemeenschap vast te stellen door te onderzoeken in hoeverre mensen met depressieve stoornissen hulp zoeken en hoeveel men verzuimt op het werk. Het doel van fase 2 was te onderzoeken hoe depressie de kwaliteit van leven en functioneren beïnvloedt, de verwachtingen bij patiënten van de zorg en voorgeschreven behandeling vast te stellen en te evalueren hoe artsen mensen met een depressie behandelen. De indeling in Major Depressie, Minor Depressie en Depressieve symptomen is afkomstig van het instrument MINI (Mini International Neuropsychiatric Interview).